nummer van 27/04/2015 door

‘He Needs Me’ door Nina Simone

De enige die ertoe doet

Nina Simone – "He Needs Me" ("Little Girl Blue" High Fidelity Sound)

We liepen door een smal straatje. Misschien was het de Via Delle Belle Donne, maar het kan ook de Via di Capaccio zijn geweest. Weg van het rumoerige centrum van Florence waren we in ieder geval op een missie in de kleinste straatjes van de kunstenaarsstad: we zochten de geheime jazzclub waar ons in alle ernst over was verteld. Waar nooit toeristen kwamen omdat de club simpelweg onvindbaar was. “De ingang is een houten deur”, zei onze kennis en daar moesten we het mee doen. Naar een uithangbord zoeken of in de illusie verkeren dat de club zich via een kijkgat aan ons zou openbaren, had geen zin. Na drie keer kloppen zou een uitsmijter ons binnenlaten. Op hoeveel houten deuren we hebben gebonst weet ik niet, maar na uren dwalen stonden we ineens binnen.

Het voorste tafeltje in de verder stampvolle kelder was nog vrij. Op het moment dat er drank op onze tafel werd neergezet, begon het live jazztrio aan een nummer dat ik kende, maar niet gelijk kon plaatsen. Zachtjes neuriede ik mee: “I walk the floor and watch the door, and in between I drink…” ‘Black Coffee’! Als eerste opgenomen in 1949 door Sarah Vaughan. Al werd het nummer deze avond in de versie van Ella Fitzgerald gespeeld, wat ik pas bij thuiskomst in Nederland ontdekte. Ik was er verliefd op en schreef dat niet toe aan de context – de romantiek van de besloten jazzclub – maar aan Ella. Zij gaf het nummer de lading en omlijsting die het verdiende en ik kan tot op de dag van vandaag geen andere versie aanhoren zonder die gelijk met Ella te vergelijken.

Ella Fitzgerald Black Coffee

Ze zeggen wel eens over abstracte schilderijen, of over kunst in het algemeen, dat iedereen er iets anders in kan en, misschien nog wel belangrijker, mág zien. In de liedkunst is dat niet anders. Ik heb lange discussies gevoerd over de betekenis van een bepaald liedje en als mijn gesprekspartner en ik er uiteindelijk toch niet uitkwamen, besloten we: agree to disagree. Onze referentiekaders verschillen – even goede vrienden. Ook artiesten moeten behoorlijk van mening verschillen over hoe een nummer hoort te klinken – zowel tekstueel als muzikaal – anders hadden ze ons niet met zoveel covers opgescheept.

Nu vraag ik mij af hoe dat voor liedjesschrijvers is, wanneer zij, om wat voor reden ook, niet zelf hun eigen liedjes ten uitvoering brengen en moeten toezien hoe hun boodschap door de strot van een ander aan de wereld wordt gepresenteerd. Net als met het abstracte schilderij van de kunstenaar, komt er een moment dat het lied de publieke ruimte bereikt en onherroepelijk ten prooi valt aan de referentiekaders van andere mensen. Iedereen beziet het nummer vanuit zijn eigen emotionele bagage. Het originele verhaal of de intentie van de schrijver krijgt, tegen wil en dank, steeds weer een nieuwe betekenis.

Ik ben benieuwd naar welke versie Paul Francis Webster en Sonny Burke, respectievelijk de tekstschrijver en de componist van ‘Black Coffee’, liever luisterden: die van Sarah Vaughan (1949) of Ella Fitzgerald (1949). Of naar de interpretaties van Peggy Lee (1963) of de zwoele Julie London (1960). Want zo ging dat met goede jazzstandards: net als met klassieke muziek werden (en worden) ze continu geherinterpreteerd. Zoals je alleen fan kan zijn van hoe Maria Callas ‘Carmen’ zingt, verkiest de jazzliefhebber ook de ene versie met bijna religieuze toewijding boven de andere. Als het ‘My Funny Valentine’ betreft, heb ik bijvoorbeeld ruim genoeg aan Chet Baker. Ik heb moeite met zo’n beetje all uitvoeringen van ‘Strange Fruit’ die níet door Billie Holiday zijn gezongen.

Billie Holiday – Strange Fruit

Ook bij Arthur Hamilton, wiens liedjes ook in de poezelige handjes kwamen van Julie London, Peggy Lee en Ella Fitzgerald, vraag ik me af welke versie hij daadwerkelijk eer vond doen aan de originele compositie. Arthur zat op dezelfde highschool als Jullie London – hij nam haar zelfs mee naar zijn senior prom. Toch duurde het jaren, Julie was inmiddels zes jaar getrouwd met acteur/regisseur Jack Webb, totdat ze elkaar begin jaren 50 weer tegenkwamen. Jack Webb was op dat moment bezig met Pete Kelly’s Blues, een film over Kansas City in the roaring twenties. Ella Fitzgerald werd gecast als Maggie Jackson: de zangeres van een speakeasy, een roemruchte plek waar tijdens de drooglegging illegaal alcohol werd geschonken. Webb wilde originele liedjes voor zijn film; zijn vrouw had wel een idee.

Julie herinnerde zich namelijk dat Arthur songwriter had willen worden en zocht hem op. Ze trof een man aan die zijn droom nog lang niet had waargemaakt. “I was writing [songs] on the backs of prescription blanks, working as a delivery boy for a prominent drugstore chain”, aldus Arthur decennia later over dat specifieke moment. Maar Arthur greep natuurlijk zijn kans en schreef drie liedjes voor de film. Twee haalden het. De derde, de door Ella Fitzgerald gezongen ‘Cry Me A River’, werd geschrapt. Onbegrijpelijk als je haar versie, uiteindelijk opgenomen voor studioalbum Clap Hands, Here Comes Charlie! in 1961, hoort. De opportunistische Julie London had het nummer toen al zelf uitbracht en had zichzelf dankzij een nieuwe uitvoering in de film The Girl Can’t Help It (1956) – met de bevallige Jayne Mansfield in de hoofdrol – verdienstelijk in de kijker gespeeld.

Hoewel de versie van Julie een mooie, onderkoelde versie neerzet die ook nu nog onweerstaanbaar blijft – op dezelfde manier waarop ook Lana Del Rey onweerstaanbaar kan zijn – is het niet deze versie, maar weer de cover van Ella die je echt weet te raken. Haar nuances, intonaties en de manier waarop ze de tekst interpreteert zijn niet te evenaren. Ze geeft het nummer een tweede laag; ze is inderdaad verdrietig, maar relativeert dat door te overdrijven. Jank maar, zingt ze cynisch, ik heb die tranen voor ons al lang geplengd:

If my pillow could talk, imagine what it would have said
Could it be a river of tears I cried in bed?
So you can cry me a river
Daddy, go ahead and cry that river
‘Cause I cried, how I cried a river over you
How I cried a river over you

Ella Fitzgerald – Cry me a river

Naast ‘Cry Me A River’ schreef Hamilton ook ‘Sing A Rainbow’ en ‘He Needs Me’ voor Pete Kelly’s Blues. Vooral de laatste kent een uitvoering die alle andere overbodig maakt. Want net zoals Fitzgerald een extra laag aanbracht in ‘Black Coffee’ en ‘Cry Me A River’, komt ‘He Needs Me’ – in de film gezongen door de eendimensionale Peggy Lee – pas tot volledige wasdom dankzij Nina Simone.

Peggy Lee kreeg een Academy Award-nominatie voor haar bijrol in Jack Webbs film, maar blijft met haar interpretatie van ‘He Needs Me’ dusdanig aan de oppervlakte dat we er geen snars van geloven. Peggy’s versie is braaf waar hij sexy mag zijn. Olijk waar ze de tragiek van het leven had moeten bezingen. Alsof ze het niet begrijpt. Dat nodig zijn en nodig hebben geen frivole aangelegenheden zijn. Peggy zit op een roze wolk, lijkt er plezier in te scheppen dat iemand haar nodig heeft, dat ze voor iemand kan en mag zorgen. Als je niet beter weet, denk je dat dit een mooi liedje is en kan je daar prima mee leven.

Als je wel beter weet, luister je naar ‘He Needs Me’ van de hogepriesteres van de soul en luister je nog een keer, en nog een keer, totdat ook jij je afvraagt wat Nina Simone in godsnaam dacht toen ze het opnam, welk getormenteerd gevoel ze opriep om het nummer dat ze niet zelf schreef zó wrang en wonderschoon verdrietig te kunnen zingen. Hoe trots moet Hamilton wel niet zijn geweest op de manier waarop Nina zijn nummer recht aandeed? Uiterst beheerst en invoelend geeft Nina het nummer de lading en omlijsting die het verdient.

He needs me
I oughta leave him,
But he needs me
I know that I ain’t very bright
Just to tag along
Oh, but right or wrong
I’m his… And I’m here

Tot aan de laatste noot: de blue note der blue notes, die plots te denken geeft. Hoorden we vanaf het begin nu aarzeling en ironie in haar stem? Vindt ze het zwaar? Wil ze wel dat iemand haar nodig heeft? Voor Nina lijkt het welhaast een vloek, een last. Waar Peggy zich opwerpt als de natuurlijke mantelzorger die haar plek in zijn leven nauwelijks onderschat, is Nina niet bereid zomaar haar rol van afhankelijke, trotse vrouw op te geven. Ze lijkt voor het grootste dilemma van haar leven te staan en geeft met bedeesde stem toe dat niet alleen hij haar nodig heeft, maar zij, tot haar verbazing, ook hem. Schoorvoetend geeft ze zich over aan haar eigen verwarring, die wordt belichaamd door een nog lang nazingende laatste noot. Tot op de dag van vandaag kan ik geen nummer bedenken dat zo weergaloos mooi verwarrend eindigt.

Nina Simone

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

-->