nummer van 02/04/2015 door

‘Krusning’ van Jan Garbarek

Een middag vrij

JAN GARBAREK – Krusning

Ik was in Straatsburg en het was 2003. Die vroege ochtend (nacht nog eigenlijk) had ik op de Eurolines-bus moeten stappen die me naar huis zou brengen. Maar ik had me vergist en dacht dat die pas een nacht later zou vertrekken. Dom. Ik had het me met een schok gerealiseerd toen ik ’s ochtends rustig ontwaakte in een hostel aan de rand van de stad. De volgende bus vertrok pas een paar dagen later. Ik ging naar het station en kocht een duur kaartje voor een trein die eind van de middag zou vertrekken. Ik baalde, want mijn verder goedkope kampeervakantie in de Vogezen kreeg zo een prijzig staartje.

De zon scheen, mijn rugzak zat in een kluis op het station en ik had een paar uur om door de stad te dolen. Ach, wat anders kon ik doen. Ik had Straatsburg niet eens verkend, zo kort was ik er aan het begin en het einde van mijn vakantie. Met elke stap op de kasseien in het oude centrum en elke zonnestraal in mijn nek, steeg mijn humeur. En met de trein naar huis was wel tien keer zo fijn als die stinkende bus. Uiteindelijk zat ik met een kleine lach op een terras koffie te drinken en nam me voor de platenzaak te bezoeken die ik aan de overkant zag.

Vrolijke chaos

Het was zo’n typisch zaakje: achterin donker, een pruttelende koffiepot in de hoek, niemand te bekennen, met veel platen en een zweem van ordening, maar ook veel stapels vinyl die vragen om te worden doorgeplozen. Wat anders kon ik doen. Ik begon bij de rijen ‘Indépendant’.

Achterin ontstond wat leven. Ik verwachtte een opzienbarende verschijning – oud, grijs, krom, kapot brilletje – maar een hele normale vent stak zijn kop om de deur. “Bonjour.” “Bonjour.” Allebei gingen we verder: ik met grasduinen door de sectie alternatieve muziek, hij met het inschenken van koffie en het opleggen van een album op de platenspeler.

Jan Garbarek

Didgeridoo?

Het duurde even. Pas toen een saxofoon inviel tijdens wat geruis dat mijn lekenoren uiteindelijk bestempelden als een didgeridoo, hoorde ik dat het muziek was. Esoterische troep, ging het door me heen. Als er maar geen dierengeluiden bijkomen, dan ben ik weg.

Die bleven gelukkig uit en ik merkte dat ik inmiddels al een paar minuten geen plaat meer had bekeken. Ik luisterde naar wat er zou gebeuren en vond het ineens heel erg spannend. Het klonk los, vrij, als te laat wakker worden, weten dat je de bus hebt gemist, er niks om geven, ronddolen door een vreemde stad, en maar zien wat er gebeurt.

Het tweede nummer klonk ook ‘los’ en ‘vrij’, maar dan meer als vrolijke passen op kasseien in een vreemde stad zonder dat er opzichtig een route wordt gelopen, met een lichtheid die het plezier verraadt. Gitaar en sax, voeten en zon. Ik vroeg de man wat voor muziek dit was.

Jan Garbarek

Het was de Noorse saxofonist en componist Jan Garbarek. De plaat heette Dis (1977). De naam zei me niks, het platenlabel en de naam van de gitarist die meewerkte aan het album wel: ECM en Ralph Towner. Een vriend van me was lyrisch over het label en toevallig ook over Towner. En ik was inmiddels lyrisch over deze plaat. Wat anders kon ik doen. Als het me tegenviel, gaf ik hem wel aan die vriend. Ik legde aan de verkoper uit waarom ik in Straatsburg was en kreeg een kop koffie. Samen luisterden we de rest van de plaat.

Ik vond het mooi. En ik vind hem nog steeds mooi als ik hem zo nu en dan opzet. Als ik de plaat ergens in Noorwegen bij een fjord voor het eerst had gehoord, was dat het beeld dat me altijd zou zijn bijgebleven. Nu is dat die spontane vrije middag in mijn vakantie, in de zon in Straatsburg.

Die didgeridoo bleek trouwens een windharp. Stond achterop de plaat.

Tags: , , , , , , , , , , , ,

-->