nummer van 01/04/2015 door

‘Ces Gens-là’ van Jacques Brel

Die mensen die Brel haat

Jacques raconte à Brel"ces gens là " 1966

Je familie kan je niet kiezen, schijnt. Jacques Brel weet er alles van. Of beter gezegd, hij weet alles van ces gens-là, die mensen.

‘Ces Gens-là’ kwam in 1966 uit, een liedje geschreven door Brel zelf. Een triest akkoord dat steeds wordt herhaald, als een somber klokkenspel dat nooit ophoudt, ondersteunt het evenzo trieste verhaal dat Brel vertelt over een liefde die geen kans maakt. Dat ligt niet aan hem en ook niet aan haar, Frieda. Nee, het zijn ces gens-là, de familieleden van het meisje, die de liefde niet goedkeuren. Brel haat ze erom.

Brel wendt zich in ‘Ces Gens-là’ tot een zekere monsieur, voor wie hij een beeld schetst van de nare mensen waarmee hij te maken heeft. Eerst heb je de oudste van Frieda’s familie, een dronkaard die als heilig boontje iedere zondag weer op zijn kerkbankje zit. Dan de hypocriete broer die op een smakeloze manier liegt over zijn eenvoudige afkomst. Alle leden van dit zielige gezin worden onder de loep genomen door Brel, waarbij hij niet bang is hun meest lelijk trekken te benoemen. De afgunst druipt van Brel af, evenals het zweet, als hij zijn mimiek steeds weer aanpast aan een ander veracht familielid.

Maar dan is er Frieda (3:42). De hemel breekt open als Brel over Frieda begint, een jonge vrouw die in Brels woorden even mooi is als de zon. Hij houdt van haar en zij houdt van hem. Ze zegt zelfs dat ze met hem mee zou gaan om samen weg te vluchten. Brel weet echter dat dat niet mogelijk is, want chez ces gens-là, monsieur, on s’en va pas (bij die mensen, meneer, kun je niet weggaan). De beeldschone Frieda is in de verkeerde familie geboren en zowel zij als haar lief zijn daar de dupe van.

Brels manier van vertellen en zingen in ‘Ces gens-là’ is adembenemend. De meesterverteller heeft geen enkele moeite zich te verplaatsen in de arme jongen die zoveel frustratie in zich draagt. De muziek hoeft hem alleen ritmisch te ondersteunen en hem zijn tempo aan te geven, hij doet de rest. Alles zit in zijn blikken, bewegingen en intonaties. Hij lijkt zo geabsorbeerd te zijn in zijn verhaal dat hij het niet eens zou opmerken als het publiek plotseling wegging. Gedurende de zes minuten van ‘Ces Gens-là’ is Brel echt gek op Frieda en kan hij niet anders dan alles geven als hij aan een onbekende zijn tragische verhaal vertelt.

Haalde Brel zijn inspiratie uit zijn eigen familie? Waarschijnlijk niet. Ja, zijn vader had hem op jonge leeftijd tegen zijn wil in laten werken in de kartonfabriek van de familie (Vanneste & Brel). En ja, toen Brel op 23-jarige leeftijd begon te zingen, kreeg zijn familie daar kromme tenen van, maar dat blijft allemaal heel zoet vergeleken bij Frieda’s thuissituatie. Een familie als die van Frieda bestaat alleen in Brels fictie, een fictie die hij gedurende zes minuten wel tot een werkelijkheid weet te maken.

Tags: , , , ,

-->