nummer van 22/03/2015 door Hans Wetzels

‘London Calling’ van The Clash

Gewoon nog een keer!

Hans Wetzels is naast journalist voor bladen als De Groene Amsterdammer en OneWorld ook nog steeds gewoon een punkrocker. Hij was een van de oprichtende leden van de Limburgse punkrockformatie Progress, speelde bas in hardcoreband Ten Threats en bast tegenwoordig in The Minority. Verder schrijft hij recensies voor muziekportaal KindaMuzik en is nog steeds een enthousiast grootverbruiker van muziek.

The Clash – London Calling

Muziek moet iets met je doen. Slechte popmuziek die alleen maar wordt gemaakt met bakken pecunia in het achterhoofd is er al genoeg. De rauwe energie van punkrock kan het verschil maken.

Volwassen worden

Toen ik op mijn vijftiende in het verre Zuid-Limburg voor het eerst op een punkconcert terechtkwam heeft dat mijn leven veranderd. Eerlijk waar. Sindsdien hebben de idealen, de waarden en de normen die in de punkrockgemeenschap gemeengoed zijn me blijvend richting gegeven. Ik ben op toer geweest, heb platen gekocht en uitgebracht, en vrienden gemaakt die ik anders niet gemaakt zou hebben. Omdat de standaard ingeslapenheid van het burgermansbestaan opeens niet meer interessant was en omdat de muziek me harder tot zich riep dan de vinexwijk. Nu ik de dertig gepasseerd ben en vanuit Amsterdam een bestaan als reizend journalist leid, is mijn muzieksmaak uiteraard wat verder geëvolueerd dan de drie akkoorden en een heleboel pleurisherrie die ik in vroeger jaren redelijk exclusief luisterde. Als ik thuis een boek zit te lezen luister ik graag naar jazzgrootheden als Miles Davis of Art Blakey. En als ik naar mijn wereldkaart sta te staren om alweer een of ander reisplan uit te dokteren mag ik graag naar wereldmuziek luisteren, zoals bijvoorbeeld de Malinese groep Tinawiren. Toen ik een tijd geleden werd gevraagd om een jaarlijst op te stellen heb ik daar toen zelfs de nieuwe plaat van Bruce Springsteen ingezet. Ik kan tegenwoordig met mijn vader over muziek keuvelen.

The-Clash1

Inspiratie

Maar toch. Als ik op zoek ben naar echte inspiratie, dan eindig ik toch meestal toch weer bij punkrock. Bij bands als Bad Religion, Dead Kennedys of The Clash. Punkrock is als een virus waar je maar moeilijk vanaf komt. Want voor wie het even niet meer ziet zitten, of zich verlaten voelt in het mondiale dorp dat onze wereld nou eenmaal geworden is, schrijven tekstdichters als Joe Strummer, Jello Biafra of Greg Graffin toch de mooiste onheilspoëzie denkbaar. Het belang dat The Clash heeft gehad voor het punkrockgenre is daarbij maar moeilijk te overschatten. De rauwe energie en de onverholen politieke lading zorgen ervoor dat ik van de muziek van The Clash steeds het gevoel krijg dat ik niet helemaal remi ben in de wereld. Dat mijn ideeën over wat goed is en wat fout, niet uit het niets zijn komen vallen. En dat je toch echt beter zelf de dingen kunt aanpakken dan wachten totdat iemand iets voor je gaat doen. Ik vind in Joe Strummer een leermeester die me keer op keer duidelijk maakt dat ik deel uitmaak van iets groters. Van een langere traditie van vrijdenkers die zich geroepen voelen om iets te zeggen over wat dan ook op dat moment belangrijk is. Londen roept me keer op keer weer. Maar het is niet alleen die stad die roept. Het is de wereld zelf die het uitschreeuwt. En dit nummer is de soundtrack. De muzikale ruimtelijkheid van `London Calling´, het bijtende cynisme van de woorden van Strummer zelf en het basloopje dat zich in mijn hersenpan vastkleeft. Zo maak je een nummer.

The ice age is coming, the sun’s zooming in. Meltdown expected, the wheat’s growing thin. Engines stop running, but I have no fear. ‘Cause London is drowning and I live by the river.

Muziek moet iets doen met je. Een favoriet nummer is natuurlijk aan constante verandering onderhevig voor een muziekliefhebber die steeds nieuwe artiesten leert kennen en tegelijkertijd het oude herontdekt. Maar mijn liefde voor The Clash blijft over de jaren heen toch verbazend constant.

Tags: , , , ,

-->