nummer van 05/02/2015 door

‘Driven Like The Snow’ van The Sisters Of Mercy

We’ll always have de voorpret

The Sisters Of Mercy – Driven Like The Snow

Al weken, zo niet maanden keek ik uit naar het concert. Pas later in mijn leven, maar wel voor het eerst, zou ik in augustus 2005 The Sisters Of Mercy gaan zien in Tilburg. De kaartjes waren al een tijdje in de pocket, het gezelschap had er ook veel zin in, de platen werden weer vaker gedraaid dan normaal en lijstjes werden gemaakt met nummers die ik toch écht wilde horen. Kortom: de voorpret was als vanouds en zorgde voor een gezonde en plezierige anticipatie.

The Sisters Of Mercy is een van die bands die eigenlijk zonder duidelijk startsein onderdeel is geworden van mijn leven. Vluchtige herinneringen zoals bezwete avonden in het jongerencentum, wild dansend op ‘Temple Of Love’. Autoritten door Zweden terwijl het album Floodland (1987) uit de boxen schalde. In Brighton voor veel geld een T-shirt kopen van de band waarop voor én achter Fuck me and marry me young stond. Wanneer en waar ik de platen kocht, weet ik ook niet meer. Ze staan al jaren in mijn kast en zijn sinds dat concert onbespeeld trouwens.

Zwart

Het was een matige zomerdag, toen The Sisters Of Mercy zouden spelen in de 013. De gezonde en plezierige anticipatie waren inmiddels omgeslagen naar regelrechte zenuwen. Gaandeweg de dag realiseerde ik me dat ik een nogal florissante voorstelling had van hoe het zou moeten worden. Ik temperde mijn verwachtingen door mezelf voor te houden dat als de show ook maar een fractie zo cool zou zijn als ik hoopte, we al een heel eind waren.

Ondanks dat de band al jaren geen nieuwe muziek maakte, stroomde de zaal helemaal vol. Alle clichés van zo’n avond werden bevestigd: heel veel mannen en vrouwen in het zwart, op zwarte Dr. Martens, met zwarte lipstick, met zwart omrande ogen, met zwart geverfde haren, met pikzwarte zonnebrillen, in zwarte mouwloze of kapotgetrokken shirts van Bauhaus (onder meer). Wat ik zelf aanhad weet ik niet meer. Vast iets zwarts.

som

Net als bij mij, was de anticipatie hoog bij de bezoekers. Het was nog even dringen geblazen, maar uiteindelijk stonden we op een mooie plek midden voor het podium met slechts nog een mannetje of drie voor ons. Groot biertje in de hand, goede plek, wat mij betreft zouden ze mogen beginnen, ondanks dat de aanvang een minuut of vijf later was. Want waar heb je het dan nog over met je gezelschap als je met aardig wat adrenaline in je lichaam staat te wachten op de band? Nergens, toch?

Wachten

Na vijf minuten gebeurde er niks. Nog eens vijf minuten gingen voorbij. We zeiden tegen elkaar dat het nu wel echt mocht beginnen. Sowieso zouden we ietwat in de knoop komen met onze treinverbindingen, het zou allemaal precies passen. Maar na nog eens vijf minuten was er nog steeds geen teken van leven op het podium. De rookmachine spoot af en toe wat extra rook op het podium, waar ook twee grote steigers stonden als decor. Maar muzikanten, ho maar. De minuten leken uren en ze tikten gewoon door zonder enig teken van de band. Ik probeerde het niet erg te vinden, maar het omslagpunt begon te komen waarop ik geïrriteerd zou raken.

Een half uur later, wat een eeuwigheid leek, spoot de rookmachine dan alsnog het hele podium vol. De lichten dimden verder, de zaal juichte en ik ook. Het begon. Eindelijk.

Teleurstelling

Al na een minuut had mijn vreugde plaatsgemaakt voor verdriet. Het leek wel slapstick. Het geluid was zo ontzettend zacht dat je tijdens de harde passages nog steeds moest fluisteren om niet boven de muziek uit te komen. Het stampen van de enthousiaste fans om me heen maakte meer lawaai dan de drumcomputer, de heavy gitaren en de zang. Terwijl een paar ouwe mannen op het podium in de rook nogal druk bezig waren hun afstandelijke pose te houden – die wel bij de muziek past verder – ergerde ik me kapot. Wat een kutgeluid, wat een vertoning, wat een ellende. En het werd niet beter. De hits volgden elkaar in rap tempo op, de zang werd iets beter te verstaan, maar het volume bleef van zo’n belachelijk laag niveau dat er totaal geen sfeer ontstond. Van mijn florissante voorstelling bleef niet eens een klein beetje over om me aan vast te klampen.

Sisters Of MercyErgens op driederde van de set moesten we beslissen, ze hadden net ‘Temple Of Love’ gespeeld: pakken we de trein naar huis of halen we een nachtje door in Tilburg om het concert af te kijken? Het was eigenlijk geen vraag, maar slechts een aansporing om te vertrekken. Danig teleurgesteld. En het nummer dat ik écht wilde horen, dat bovenaan het lijstje stond, ‘Driven Like The Snow’, speelden ze niet eens. Ook niet nadat we al weg waren. Klootzakken.

In de trein troostten we elkaar. Gelukkig hadden we ons geld dubbel en dwars terugverdiend door de voorpret. Thuis raakte ik de platen nooit meer aan.

Tags: , , , , , , ,

-->