nummer van 02/01/2015 door

‘I Can’t Make It Alone’ door Linda Jones

The Queen of Jersey Soul

I Can't Make It Alone-Linda Jones.

Linda Jones (1944-1972): volgens velen een van de meest ondergewaardeerde R&B-zangeressen van haar tijd. Een meisje dat begon te zingen in de gospelgroep van haar familie, The Jones Singers, toen ze zes was. Die opgroeide in het industriële Newark in de staat New Jersey, waar jazz, blues en met name gospel het ritme van de stad bepaalden. Waar veel zuidelijke Afro-Amerikanen naartoe waren verhuisd sinds 1916, omdat het noorden decennialang meer economische mogelijkheden bood – ook wel bekend als The Great Migration. Maar wellicht ook omdat het toevallig de stop vóór New York was; veel zuidelijke migranten konden de conducteur niet verstaan, hoorden ‘Newark’ aan voor ‘New York’ en stapten uit, waarmee hun New Yorkse droom was geëindigd voordat die ooit kon beginnen.

Het is 14 maart 1972 als Linda Jones tussen een matineeshow en een avondoptreden in het Apollo Theater in Harlem, New York tijd heeft voor een wat langere pauze. Ze is moe, gaat naar huis om even te liggen en vraagt haar moeder, die op dat moment het eten voorbereidt, haar op tijd wakker te maken. Maar als moeder dochter wil wekken, reageert Linda niet. Er komt nog een ambulance aan te pas maar het is al te laat: Linda, die haar hele leven aan diabetes lijdt, slipt tijdens haar slaap in een coma en overlijdt niet lang daarna. Ze wordt 27 jaar. Na haar dood verschijnen er nog drie albums, met daarop zowel oud materiaal als nog niet eerder uitgebrachte liedjes. Haar dochter Terry Jones produceert later, samen met stiefzus Helen Bruner (als duo actief als Helen & Terry), nog een album waarop Linda’s stem te horen is: Soul Talkin (2008). Postuum zingen ze samen een duet. Dat nummer, ‘Baby I Know’, wordt aan het einde van datzelfde jaar genomineerd voor een Grammy Award.[1]

Tot 1967 – ze hopt dan al jaren van platenmaatschappij naar platenmaatschappij – lukt het Linda niet het succes te behalen dat ze voor ogen heeft. Na zowat haar hele leven bij The Jones Singers te hebben gezongen, tekent ze als negentienjarige bij Cub Records (MGM). Onder de naam Linda Lane covert ze Jackie Wilsons hit uit 1959: ‘Lonely Teardrops’. De single flopt. Het jaar erop tekent ze bij Atco, dochtermaatschappij van Atlantic Records, waar ze eveneens enkele weinig opzienbarende singles uitbrengt. Blue Cat Records zorgt rond 1965 ook niet voor het nodige vuurwerk. Toch blijven haar inspanningen niet onopgemerkt: in 1964 wordt ze gespot in een locale nachtclub door songwriter en producer George Kerr, die samen met Jerry Harris veel invloed zou hebben op Linda’s zangcarrière. Drie jaar later is het zover, Linda brengt in 1967 dan eindelijk een nummer uit dat hoog in de hitlijsten eindigt: ‘Hypnotized’.

Linda’s bekendheid was van korte duur omdat ze vroeg overleed en geen substantieel oeuvre naliet. Toch zijn er ontzettend veel mensen die zich een krachtige, soulvolle zangeres herinneren die met zoveel emotie zong, dat je niet anders kon dan intens en oprecht meeleven. Gladys Knight had in een interview Linda Jones als favoriete zangeres genoemd, net als Aretha Franklin. Maar over Linda’s leven was, omdat ze nog maar net in de schijnwerpers stond, nauwelijks iets bekend. Weinig mensen wisten dat ze chronisch ziek was. Geruchten over drugsgebruik werden al gauw verspreid – waarom anders was ze zo slap en afwezig tijdens veel van haar optredens?

Mike Boone, die Linda drie dagen voor haar dood zag optreden in het Apollo Theater, zag van dichtbij wat Linda doormaakte als ze moest optreden. Nadat ze haar grotere hits had gezongen, zoals ‘Hypnotized’ en ‘I’ll Be Sweeter Tomorrow’, leek ze steeds meer weg te zakken. Op het moment dat George Kerr haar meest recente hit ‘For Your Precious Love’ inzette, draaide Linda zich om en begon ze te zingen met haar rug naar het publiek. Omdat George haar hielp zich weer om te draaien, brak er rumoer uit: wat was er aan de hand met deze vrouw? Mike Boone, die samen met zijn zus het concert bezocht, herinnert het zich als de dag van gisteren:

Linda began helplessly sing her hit and yes she did triumphed. As I watched her struggled through her next set of songs, my eyes began to water.[sic] I didn’t want my sister to see me cry, so I acted like I was rubbing my face because of an itch. After she finished her set, Linda had to be escorted by George Kerr off the stage.[2]

‘Hypnotized’ is achteraf het enige nummer waarmee Linda Jones wordt geassocieerd. Weinig mensen kennen haar versie van ‘I Can’t Make It Alone’, een nummer geschreven door Carole King en Gerry Goffin, dat ook tekstueel doet huiveren. Het is een doodserieuze track, in de meest letterlijke zin van het woord. Als Linda kwaad en wanhopig klinkt, is dat omdat ze daar recht op heeft: ze was 27 en wist dat de zeldzame vorm van diabetes waaraan ze leed haar zou doden. Ze méént het wanneer ze zingt: “won’t you reach out to a dying girl and make her live again?” Het is inderdaad een beetje morbide om te luisteren naar ‘I Can’t Make It Alone’, wetende dat ze een paar maanden later zou overlijden. Maar het wordt ook niet echter of dieper dan dit, de hysterische maar toch volkomen begrijpelijke manier waarop Linda de dood in de ogen kijkt. Op de momenten dat Linda Jones haar woede, angst en wanhoop (3:04) met ons deelt, klinkt ze uitbundiger, uitzinniger, lévendiger dan de meesten van ons. Er zit een les in die paradox – luister maar.

  1. [1]Lees ook vooral het interview van Maarten Slagboom (Schift.nl) met Terry Jones van vorig jaar.
  2. [2]Bron.

Tags: , , , , , , , , ,

-->