nummer van 29/12/2014 door

‘Moonlight Sonata’ door Wilhelm Kempff

Foutloos je best doen

Wilhelm Kempff plays Beethoven's Moonlight Sonata mvt. 1

Niets zo vertederend als een kind dat een instrument in alle ernst bespeelt. Daarbij is het type instrument verwaarloosbaar; zowel een klein Koreaans jongetje op een klassieke gitaar als een Russisch wonderkind van amper vier achter een piano ontroert. Waarom eigenlijk? Muziekscholen stromen jaarlijks vol met ouders, grootouders en klasgenootjes om de opvoering van hun muziekminnende kind, kleinkind of vriendinnetje bij te wonen. Wanneer er sprake is van voldoende vertedering en ontroering is de avond geslaagd, het jaar succesvol afgesloten. Goed nieuws ook voor de muziekschool: het kind heeft blijkbaar iets geleerd, pa en ma verlaten het pand als pauwen zo trots en het lidmaatschap wordt diezelfde avond nog verlengd. Zelf heb ik ook op een muziekschool gezeten waar enorm werd toegeleefd naar die jaarlijkse opvoering. De Cito-toets in groep acht was er niets bij; we oefenden en oefenden en als we het stuk uit ons hoofd kenden, oefenden we nog wat meer.

Ik was zestien toen ik mijn laatste muziekschooljaar in ging; ik had tien jaar pianoles gehad, verschillende docenten versleten, goede en minder goede – ik had zelf ook mijn goede en minder goede momenten – en keek voor het eerst uit naar de opvoering die me voorgaande jaren nerveus had gemaakt en mijn faalangst voor alles op een podium stelselmatig had gevoed. Het was de Piano Sonata No. 14 in C-sharp minor ‘Quasi una fantasia’, Op. 27, No. 2 van Ludwig van Beethoven – gelukkig beter bekend als de ‘Moonlight Sonata’ – waarmee ik mijn bescheiden pianocarrière afsloot. Hierboven hoor je ‘m in de versie van de Duitse componist Wilhelm Kempff. Ik leerde het stuk uit mijn hoofd en speelde het foutloos. En dat was dat. Het jaar ervoor speelde ik Gnossienne No. 1 van Erik Satie van blad, net als elke andere vijftienjarige dat jaar, dus in dat opzicht had ik met Beethoven natuurlijk een onuitwisbare indruk achtergelaten. (Niet bepaald, maar dat wist ik toen nog niet.)

Zowel de ‘Moonlight Sonata’ als ‘Gnossiene No. 1’ heb ik als puber op twee verschillende uitvaarten gespeeld, beiden op het moment dat de crematiezaal volstroomde met huilende familieleden, vrienden en kennissen. In beide gevallen had ik de overledene niet of vaag gekend. Dat hielp. Ik vond het wel of geen eer gevraagd te worden, dat weet ik niet meer; de muzikale begeleiding verzorgen van een uitvaart is de ultieme test als het aankomt op foutloos spelen. Je wil achteraf ook liever niet horen: ‘Knap hoor’, gevolgd door de domper: ‘Je hebt in ieder geval je best gedaan’. Als ik mijn muzikale avonturen in het uitvaartwezen aan mensen vertel, volgt er steevast dezelfde reactie. Of het niet zwaar was, moeilijk of – let op, deze komt altijd terug – héftig. Dat was het allemaal niet. Het vergde gewoon erg veel concentratie en concentratie alleen. Emotie stopte je in je spel, niet in handen van de omgeving.

Niets zo vertederend als een kind dat een instrument in alle ernst bespeelt. Ik was dat kind. Toen ik twaalf was, veertien, zeventien. Die laatste keer speelde ik overigens geen piano, maar zong ik een nummer dat door de overledene zelf was geschreven. Hij had het graag zo gewild, zei iedereen. Ik twijfelde en in één klap werd alles zwaarder, moeilijker, ja heftiger. Omdat ik de tot voor kort springlevende man kende. Omdat je bij pianospel alleen je vingers en de klankkast ziet, geen huilende, van verdriet kapotgaande, lieve mensen. De brok in mijn keel was er. Maar, zo werd mij verzekerd, dat was honderd keer zo mooi als een cd die anders was opgezet. Schoonheid huisde in het menselijke die dag, maar nu ik erover nadenk, misschien wel in elke dag.

De stem is van alle instrumenten het meest kwetsbaar, oncontroleerbaar, zeker wanneer een amateur haar hanteert. Zingen met emotie is als vrezen voor een gitaarsnaar die knapt. Een onverholen snik, een uitgevallen noot of dichtgeklapte stembanden verraden een wereld aan emoties, soms bedoeld, maar nog veel vaker, ónbedoeld. Al die vollezalentrekkende zangers en zangeressen hebben een leven aan misgelopen relaties, miskramen en overleden familieleden – dingen die ons allen overkomen – te verbergen. Maar ook dan geldt: zolang er sprake is van voldoende ontroering en vertedering (‘kijk, ze heeft het er moeilijk mee’), is het de mens en niet de artiest die we collectief omarmen. Het is goed zo, ze heeft in ieder geval haar best gedaan.

Tags: , , , , , ,

-->