Prince, Tom Petty, Steve Winwood, Jeff Lynne and others — "While My Guitar Gently Weeps"

Op de uitmuntende Amerikaanse muzieksite Rock Town Hall wordt regelmatig het spelletje licks, faces, feel gespeeld. Een video van een gitaarsolo (liever nog: een gitaarduel) wordt beoordeeld op de virtuositeit van de gespeelde harmonieën (de licks), de vaak overdreven machobewegingen en stoere gezichten van de gitarist (faces) en het gevoel dat in de solo wordt gelegd (de feel). Hoe koddig ook, het blijken handige criteria om een gitarist te beoordelen, omdat de methode in het midden laat wat er nu het allerbelangrijkst aan een goede gitaarsolo is. Serieuze muziekliefhebbers kunnen maar moeilijk kiezen tussen gevoel of virtuositeit, terwijl ze de showmanship bijna collectief links laten liggen. Maar wie heeft er nu zin in een saaie gitarist? Zelfs B.B. King, de man die in elke toon een wereld van gevoelens en dromen kan leggen, beluisteren we toch het liefst met beeld erbij, waarop we kunnen zien hoe hij in een comfortabele stoel gelukzalig zijn oogleden laat zakken en zijn mondhoeken omhoog laat krullen. Nou dan.

Rock Town HallOnmisbaar in iedere licks, faces, feel-discussie op Rock Town Hall: de Prince-reactie. Hoe goed een gitaarsolo ook op de verschillende criteria wordt beoordeeld, er is altijd een reactie van een bezoeker die beweert dat de solo van Prince in ‘While My Guitar Gently Weeps’ op alle fronten beter is. Gek genoeg kreeg de bewuste solo op Rock Town Hall nooit de eer van een degelijke analyse.

Die mythische solo vond plaats in 2004. George Harrison werd postuum toegevoegd aan de Rock ‘n’ Roll Hall of Fame en, aangezien hij er zelf niet meer was om op te treden, bracht een allstar-band (Tom Petty, Jeff Lynne, Steve Winwood)  een ode aan hem met ‘While My Guitar Gently Weeps’. Het werd een saaie uitvoering. Geen van de zangers leek er echt vooruit te branden en de begeleiding kabbelde plichtmatig voort, waarbij het leek of de muzikanten iedere maat iets blijer werden dat het einde in ieder geval vier tellen sneller in zicht was, hoewel die blijdschap op geen van de gezichten was af te lezen. Maar op het moment dat Prince naar voren stapt slaat de sfeer om. Vol zelfvertrouwen begint hij aan een solo waarvan iedere seconde lijkt uitgedacht, zowel qua licks als faces en feel. Lees en luister mee, het liefst drie keer: één keer zonder beeld (voor de licks), één keer zonder geluid (voor de faces) en één met beiden (voor de feel).

3:30 – 3:40

  • Licks: Prince speelt een aantal losse noten met een prachtige sustain.
  • Faces: het standaard ‘ik ruik iets vies’-gezicht. Een klassieker onder gitaristen die hun licks en feel op subtiele wijze meer kracht willen bijzetten. Hij houdt zijn beide benen stijf naast elkaar op de grond, staat fier overeind. Een brok charisma.
  • Feel: hoe minder noten, hoe meer feel. Een vuistregel waar iedere gitarist zich onbewust aan houdt, en in dit fragment wordt het opnieuw bewezen. Met gesloten ogen laat Prince iedere lang aangehouden toon tellen.

3:43 – 3:53

  • Licks: het spel wordt virtuozer. De noten volgen elkaar sneller op, perfect getimed en foutloos.
  • Faces: aan het repertoire wordt een aantal gekke bekken toegevoegd. Mag.
  • Feel: Prince lijkt zich wat meer bewust van zijn omgeving te worden, gooit zijn schouders in de strijd en laat zijn techniek voor zich spreken. Een weinig gevoelig fragment, maar daarom niet minder vermakelijk.

3:53 – 3:57

  • Licks: even niets.
  • Faces: even van alles. Herinneringen aan Michael Jacksons ‘Smooth Criminal’ schieten door je hoofd wanneer het lichaam van Prince steeds diagonaler gaat staan, leunend tegen een niet bestaande muur, niet gehinderd door zwaartekracht of andere beperkingen van deze wereld.
  • Feel: met iedere tel voel je zijn zelfvertrouwen groeien, wordt hij meer één met zijn gitaar. Elke noot is raak.

4:00 – 4:05

  • Licks: een aantal perfect getimede hammer-ons en pull-offs.
  • Faces: een klassieker, de gitaar rechtop leunend op zijn heup. Een iconisch beeld dat versterkt wordt door zijn kekke, rode hoed en het matchende shirt.
  • Feel: door de subtiele showmanship van dit fragment is er wat meer ruimte om stil te staan bij wat er gespeeld wordt.

4:05 – 4:10

  • Licks: Prince stapt over op de metal. Het staat hem goed.
  • Faces: voor het eerst laat hij de licks écht even voor zichzelf spreken en houdt hij zijn lichaam rustig, hoewel zijn gezicht meetrekt met elke handbeweging.
  • Feel: dit is geen moment om je ogen bij te sluiten en overspoeld te worden door gevoelige muziek. Hier wordt gerockt. En goed ook.

4:10 – 4:17

  • Licks: na de metal-uitbarsting is het weer tijd om op adem te komen.
  • Faces: dito.
  • Feel: wederom gaat de vuistregel ‘minder noten, meer gevoel’ op; vooral de slide op 4:15 is mooi. Zijn hele lichaam is zijn instrument. Alles is één flow, één beweging.

4:17 – 4:32

  • Licks: het thema van het begin wordt herhaald in een hoger register. Wat eerst leek op een bloemlezing uit de stoerste gitaarriffs van Prince begint zowaar vorm te krijgen.
  • Faces: waar te beginnen? Het lekker meegrooven door de knieën krijgt een tien. Daarna op 4:27 de blik naar Tom Petty die zegt “heb je wel door dat ik op dit moment volledig sta te heersen?” en dan de prachtige finish op 4:30. Wat een move. Er zou een woord voor moeten zijn.
  • Feel: vooral aan het begin, voordat de ogen van Petty worden opgezocht, is dit een perfecte combinatie van licks, faces en gelukkig ook feel.

4:34 – 4:45

  • Licks: Prince werkt naar een climax toe met nonchalant gespeelde maar supersnelle zestienden, hammer-ons en pull-offs.
  • Faces: de serie perfect uitgevoerde rockmoves wordt doorgezet met onder andere een Jimi Hendrix-referentie waarbij Prince zijn gitaar optilt en je even het idee hebt dat hij met zijn tanden gaat spelen. Gelukkig heeft hij iets originelers in petto.
  • Feel: je ziet het aan de manier waarop zijn gezicht vertrekt, zijn mond open blijft staan, zijn borstkas hevig op en neer beweegt. Hier is niets aan geacteerd, de gitarist hapt naar adem. Dit is waar live muziek om draait: het moment dat muzikanten boven zichzelf uitstijgen en zelf niet helemaal meer geloven wat er gebeurt. Hier gaan virtuositeit en gevoel hand in hand, hier versterken ze elkaar. En dat is heel, heel zeldzaam.

4:45 – 4:55

  • Licks: de solo klimt iedere maat omhoog, jankend als een kat.
  • Faces: Prince laat zich vallen in het publiek en wordt door iemand weer rechtop gezet. Dit alles met een kalmte die uitstraalt dat het hem zonder het publiek ook wel gelukt was om overeind te komen. Georges zoon Dhani Harrison, de gitarist op de achtergrond, gelooft zijn ogen niet en schiet in de lach.
  • Feel: aan de combinatie van virtuositeit, entertainment en gevoel wordt het enige element toegevoegd dat nog miste: plezier. Dhani Harrison heeft zichtbaar de tijd van zijn leven. Eventjes is de solo niet meer alleen van Prince, en eventjes zijn de rest van de muzikanten niet meer zijn luttele minions. Waar het nummer begon als een uitvaart, staat iedereen nu te genieten alsof er een bruiloft wordt gevierd. En dat dankzij een gitaarsolo.

upprinceZo gaat het nog ruim een minuut door met de kunsten van Prince. Het mooist is misschien wel het eind van het nummer: helemaal sufgespeeld gooit hij zijn gitaar in de lucht. Geen klein worpje zoals veel gitaristen wel eens proberen, maar zeker een meter of drie omhoog. Keihard, richting George Harrison. Of hij op het balkon wordt opgevangen zien we niet. Of hij verdwijnt in de lucht ook niet. Prince maakt het allemaal niets uit. Schouderophalend verdwijnt hij van het podium, wetend dat hij net iets heeft gespeeld waarover het internet tien jaar later nog niet uitgepraat zal zijn.

 

Tags: , , , , , , , , ,

-->