nummer van 26/11/2014 door

‘La Ritournelle’ van Sébastien Tellier

Niet te geloven

Sébastien Tellier – La Ritournelle (Official Audio)

Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom je de Franse muzikant Sébastien Tellier niet altijd op zijn woord moet geloven, en dat gaat verder dan zijn soms kitscherige muziek die zelf al een vleugje ironie bevat. De Franse taal heeft hier een makkelijke uitdrukking voor: Tellier is au deuxième degré, letterlijk, hij is tweedegraads. Eerstegraads – au premier degré – is iets volledig serieus menen, maar au deuxième degré zegt de spreker iets met een knipoog. Sébastien Tellier balanceert constant tussen die twee graden, maar is toch behoorlijk serieus voor iemand die zichzelf niet zo serieus neemt.

Tellier speelt een spelletje van grootheidswaan: albumtitels als L’incroyable Vérité (de ongelooflijke waarheid, 2001), Politics (2004), Universe (2006) en Sexuality (2008) zijn te allesomvattend om de indruk te geven dat de thema’s serieus zullen worden behandeld, maar Tellier houdt de schijn wel op. Bij de release van Politics zei Tellier dat alles destijds om politiek draaide en ten tijde van Sexuality was hij opeens alleen geïnteresseerd in seks; beide statements verklaren de waarheid waarschijnlijk maar deels. Om het album My God Is Blue (2012) hing een religieuze mystiek, waarbij Tellier de Messias was. Zijn goudkleurige discojasje, enorme diamanten medaillon en tekstuele verwijzingen naar Pepito-koekjes maken het lastig in zijn goddelijkheid te geloven. Zijn verschijning is sowieso dubieus: hij wordt nooit zonder baard, losse lange haren en zonnebril gezien, eigenschappen die volgens hem, respectievelijk, zijn mysterieuze, vrouwelijke en gesofisticeerde kant laten zien. Ik nodig je uit hier zelf een mening over te vormen.

Het is heel waarschijnlijk dat de wereld waarin Tellier opgroeide meegespeeld heeft in hoe hij zichzelf presenteert. Telliers vader was onder andere gitarist van de Franse band Magma, een band die een zelfbedachte taal en wereld combineerde met psychedelische, experimentele rock. Zeggen dat Magma daarin soms heel erg ver ging, is een understatement. Tellier citeert ook Dalí als een grote invloed, maar zijn belangrijkste voorbeeld is Gainsbourg – een artiest die volgens Tellier zo diep in zijn DNA zit dat het een genetische gevangenis is.

Ik luisterde gisteren toevallig nog naar ‘Hold Up’ van Gainsbourg en kon het niet helpen te lachen en ook verbijsterd te zijn om hoe hysterisch zijn teksten waren. De hoofdpersoon van ‘Hold Up’ wil zijn geliefde zo graag kusjes geven dat hij ze in kleine stukjes en snedes wil ophalen (dit wordt later duidelijker). Mocht ze tegenstribbelen, dan zal hij geen andere optie hebben dan haar vast te binden aan haar polsen, waarna zij riskeert kleine sneetjes en brandwondjes te krijgen op, inderdaad, haar polsen… Ondertussen klinkt ‘Hold Up’ net zo tuttig als de eindtune van The Brady Bunch. Gainsbourgs woordspelletjes waren gevaarlijk, en tegelijk een geniaal metafoor voor de dunne lijn tussen ernst en een gezonde dosis zwarte humor. Je hoopt dat hij het niet serieus bedoelt, maar hoe serieuzer hij het zegt, hoe grappiger het is. Je wil een beetje van beide en Gainsbourg deed altijd beide. Tellier, op zijn manier, ook.

Is Telliers muziek dan ook een soort grap? Nee, dat geloof ik niet. ‘La Ritournelle’ zweeft van begin tot eind rondom het magische punt tussen melancholie en hoop, gedreven door de stuwende drums gespeeld door Tony Allen (drummer van Fela Kuti). Het gevoel dat ‘La Ritournelle’ oproept is eenduidig; hier zit geen vette knipoog achter. In het midden van het nummer komt Tellier in heel eenvoudig en verrassend onpoëtisch Engels uitleggen dat “nothing’s gonna change my love for you, I wanna spend my life with you.” In ‘La Ritournelle’ geloof ik hem, au premier degré.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

-->