nummer van 14/11/2014 door

‘Back, Baby’ van Jessica Pratt

Onbevangen en ongekunsteld

Pratts debuut uit 2012

Folk is niet dood, folk lééft. Jessica Pratt is er het bewijs van. Met het getokkel op haar gitaar en haar hoge, gracieuze stem lijkt ze rechtstreeks uit de jaren 60 te zijn geteleporteerd. Maar Jessica is in haar twenties en het enige flowerpowerige aan haar is de stad waarin ze woont: San Francisco. Een jaar of twee geleden was ze er ineens. Niemand had ooit van haar gehoord. Zij die zochten, vonden wat liedjes op een oude MySpace-pagina die in 2006 waren gepost. Haar Last.fm-profiel was in 2009 aangemaakt. Haar naam was in die jaren zelfs op enkele persoonlijke blogs van muziekliefhebbers uit San Francisco opgedoken. Maar zelfs met de verschijning van haar zelfgetitelde debuut in 2012 bleef het mysterie onopgelost. Wie was Jessica Pratt? Wie was het die zo gevoelig, zo zoet en toch zo volwassen zong in, bijvoorbeeld, het prachtige ‘Night Faces’? Wie was de vrouw wier album leek op een verloren gewaande klassieker?

Inmiddels zijn we erachter. Allemaal dankzij Tim Presley, die zelf in de psychedelische rockband White Fence speelde, maar na een ontmoeting met Pratt zo onder de indruk was van haar demo uit 2007, dat hij eigenhandig een label oprichtte – Birth Records – om haar muziek uit te kunnen brengen. Sindsdien toert Jessica Pratt rond en neemt ze liedjes op die in het verlengde liggen van haar debuut. Maar de vanzelfsprekendheid van haar muzikantschap heeft echt moeten groeien, zegt ze in een interview met The Boston Globe. Eerst was het een vriend die haar overhaalde om haar eigen nummers op te nemen – persoonlijke liedjes die ze aanvankelijk liever niet voor een publiek speelde. Daarna Tim, die Pratt stimuleerde nog meer van die persoonlijke liedjes te schrijven. Hij geloofde echt in haar. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk en Pratt begon op den duur te denken: “If he liked it, maybe other people would like it.” Ze kreeg het gevoel dat er misschien wel een publiek voor haar bestond, en volgde zijn advies op. Een goede zet: de eerste vijfhonderd plaatjes werden in minder dan twee weken verkocht.

Wanneer ze over haar werk wordt geïnterviewd, komt ook naar voren dat ze geen intentie heeft de Californische folktraditie voort te zetten. Ze zegt niet geïnteresseerd te zijn in de pure, traditionele old school folk in de geest van Joni Mitchell en Joan Baez. Toch zal het voor sommigen moeilijk zijn om tijdens het luisteren van Pratts liedjes níet aan hen te denken – of aan Karen Dalton en Linda Perhacs, als we het toch over feminiene folk hebben. Evengoed maken de vergelijkingen weinig uit en hoeft Pratt zich met haar haast onaardse stem geen zorgen te maken over hokjes waarin ze al dan niet wordt gestopt. Die stem, engelachtig en meegaand als hij is, en haar onvoorspelbare melodieën zorgen er samen voor dat Jessica Pratt een singer-songwriter is die niet zomaar op de hoop van lieflijke folkzangeressen gegooid kan worden. ‘Back, Baby’ bewijst het: alleen al hoe Pratt de woorden ‘design’ en ‘disguise’ uitspreekt – van een onmetelijke schoonheid en schijnbaar spontane precisie. Onbevangen en ongekunsteld.

‘Back, Baby’ is de eerste single op het nog te verschijnen album On Your Own Love Again (releasedatum: 27 januari 2015), dit keer uitgebracht door Drag City, een onafhankelijk platenlabel uit Chicago dat eerder al Bonnie ‘Prince’ Billie, Ty Segall en Joanna Newsom onder zijn hoede nam. Eentje om naar uit te kijken, als je het mij vraagt.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->