nummer van 02/11/2014 door Léon Geuyen

‘Windfall’ van Son Volt

Hoe mijn laatste geld opging aan alt.country

Léon Geuyen is drummer in The Gasoline Brothers en The Yearlings (ja, die bands bestaan nog). Ooit (1999-2006) was hij redacteur van GUN Magazine, een fanzine (later blog) over popmuziek uit Utrecht. Nu blogt hij vooral over wielrennen.

Windfall – Son Volt

Wat is er erger dan een te gekke band ontdekken en er vervolgens achter komen dat die band precies twee weken daarvoor uit elkaar is gegaan? Dat overkwam mij met Uncle Tupelo, de archetypische alt.country-band uit de jaren 90.

Niet lang voor ik kennismaakte met het album Anodyne (1993) had de band als voorprogramma van Bob Mould opgetreden in Het Paard in Den Haag. Een vriend die daarbij was had daar een haast epifanische ervaring. Dit was een band die indie en countryrock (ugh!) op een geloofwaardige manier combineerde en live ook nog eens opwindend was. Dit moest ik horen.

Zoals dat ging in die tijd: hij nam het album voor me op op een cassettebandje. En zoals dat ook ging: dat bandje werd niet direct gedraaid, maar lag een paar maanden op mijn vensterbank te verstoffen. Toen ik de tape uiteindelijk afspeelde, werd ik vrijwel direct gegrepen door de liedjes en de sfeer. Wow. Wat was dat goed.

Uncle Tupelo – Chickamauga

Ik ging op onderzoek uit – we spreken 1994, het internet was nog niet doorgedrongen tot onze huiskamers – en ontdekte dat Uncle Tupelo er een paar weken daarvoor de brui aan had gegeven. Natuurlijk was ik teleurgesteld, maar gelukkig had ik nog een aantal oudere Uncle Tupelo-platen te ontdekken. Ik begreep dat het genre de naam alt.country droeg (alternative country, een alternatief voor de gladde en extreem gepolijste country die werd afgescheiden door artiesten in met name Nashville) en ontdekte via het lezen van recensies in muziekbladen andere toffe bandjes die tot die stroming werden gerekend.

Country, en dus ook alt.country is acquired taste. Ik ken niemand van 16 die van country houdt. In de meeste gevallen zijn het andere bands die je op het pad van de country zetten. In mijn geval was dat R.E.M., dat met nummers als ‘So. Central Rain’ en ‘Country Feedback’ stiekem al alt.country-nummers schreef. Alleen herkende ik ze nog niet als country. Pas toen ik Uncle Tupelo hoorde, vielen er een heleboel kwartjes.

Een klein jaar nadat ik Uncle Tupelo had ontdekt verscheen er een album van een band genaamd Wilco. Dat was een voortzetting van Uncle Tupelo: de laatste samenstelling van die band minus zanger/gitarist en liedjesschrijver Jay Farrar. Ik hoorde van die plaat tijdens een bezoek aan platenzaak de Waaghals in Nijmegen. Uiteraard kocht ik de cd, maar de liedjes waren niet van dezelfde kwaliteit als de laatste albums van Uncle Tupelo. Later zou het tussen en Wilco en mij overigens nog ruimschoots goedkomen.

Jay Farrar, April 2003

Jay Farrar, April 2003

Jay Farrar had in de tussentijd ook een nieuwe band gevormd. Ik las in de bladen dat de bandnaam Son Volt was en dat er ‘in de loop van het jaar’ (1995 dus) een album zou verschijnen. Wanneer precies, dat was nog onbekend.

Binnen Uncle Tupelo was Jay Farrar de dominante – en betere – songschrijver. Die plaat van Son Volt moest ik zonder meer kopen zodra hij uitkwam. Ik rekende op niet minder dan een alt.country-meesterwerk.

1995 was het jaar waarin ik afstudeerde. Een dag voor de buluitreiking vond ik een baan, een week later kon ik beginnen. Ik pendelde per bus tussen Utrecht en Sliedrecht en had alle tijd om muziek te luisteren. Let wel: op een walkman. Cassettes ja.

De eerste maand als werkende man was pittig. Niet zozeer het reizen, maar wel de aanpassing aan de nieuwe werkelijkheid. Vroeg opstaan, om in de gang een studerende huisgenoot tegen te komen die net bezopen thuiskwam. Keurig gekleed in een kantoortuin zitten. Daar kwam bij dat tussen de laatste storting van de studiefinanciering en mijn eerste salaris ook een klein gat zat, wat maakte dat ik een kleine maand op brood en witte bonen in tomatensaus moest doorkomen.

Op de laatste zaterdag van september liep ik door de Utrechtse binnenstad. Ik sjokte de Plato binnen, zoals zo vaak. Mijn hart stond even stil toen ik tussen de nieuwe releases een album zag liggen van Son Volt. Hier was-ie, de plaat die ik móést hebben, waarop ik al lang zat te wachten en die al mijn verwachtingen moeiteloos zou inlossen.

Maar wacht even: ik had geen geld. Toch? Kon ik nog pinnen? Of was mijn salaris misschien al gestort? Ik haastte me naar de pinautomaat aan de Choorstraat. Ik moest aansluiten in de rij en werd nerveus. Het display van de automaat gaf aan dat ik nog precies 50 gulden kon pinnen. Yes! Ik trok de biljetten eruit, rende terug naar Plato en kocht met mijn laatste geld Trace van Son Volt. Ik racete naar huis, legde het schijfje in mijn cd-speler, drukte op play en hoorde dit goddelijke liedje.

Son Volt – Windfall

Tags: , , , , , , , , , ,

-->