nummer van 27/10/2014 door

‘Starálfur’ van Sigur Rós

Strijkers, stofzuigers en palindromen

Sigur Rós – Starálfur (Iceland Montage)

Mijn hoofd tolde, mijn mond stond open. Niet zozeer van ontroering, eerder van verbazing. Onbegrip. Ze zwermden rond mijn hoofd. Eerste violen. Tweeden. Celli. Mijn vrienden vonden dit geweldig. Zelf zat mijn puisterige, tollende hoofd nog in de punkmuziek die, vooruit, steeds emotioneler en ook wel steeds rustiger was geworden. Maar een heel strijkorkest deed me vooral denken mijn opa die, na de repetitie van het mannenkoor op dinsdag, nog een uur in zijn stoel ging zitten met een elpee van een of ander Weens orkest. Nagenieten van klassieke muziek met nog meer klassieke muziek, om dan rustig in slaap te vallen. Daar had ik voorlopig nog geen zin in. Maar ik probeerde het, want mijn vrienden vonden het geweldig. De violen en de celli werden alsmaar intimiderender, de onbegrijpelijke hoge zang manender. Ik vond het best mooi, maar het voelde als een hinderlaag, een grote stofzuiger van zwermende strijkers die me in een leven van saaie muziek wilde zuigen. Een leven van eindeloze dutjes op krakende schommelstoelen.

Ik sloot mijn ogen en zag de stofzuiger nu heel duidelijk voor me. Een gigantische open mond, daarbinnen pikdonker, een oneindige leegte. En toen leek het ineens of de stofzuiger niet mij, maar de hele orkestbak naar binnen zoog. In één teug waren de eerste violen, de tweeden en de celli verdwenen en was er alleen maar ik en mijn puisten en mijn referentiekader. En er was een heel zacht klinkende gitaar. Geen akoestische, maar een elektrische die niet was aangesloten. Er werden een paar akkoorden aangeslagen, hard, met een gespannen arm. Een soort grunge zonder versterker. De zanger met de hoge stem was er ook bij, maar hij zong nu wat lager. “Starálfur.” Dat begreep ik. Tenminste, dat was de titel, dat had ik gelezen. Deze paar ingetogen seconden, met die gitaar en die titel in de tekst, die begreep ik. Honderd procent. En ik vond het heel mooi. En elke seconde daarna ook. Toen er een vreemd soort hartslag in de muziek kwam, die me deed denken aan triphop, en zelfs toen het hele orkest weer terugkwam. Zat ik toch in de stofzuiger? Als dat zo was, zou ik er nooit meer uitkomen.

Sigur Rós

Sigur Rós

Het briljante ‘Starálfur’

Ik kan me geen intensere muzikale eerste keer herinneren dan mijn eerste keer ‘Starálfur’, en daarmee mijn eerste keer Sigur Rós. Goed, mijn hart ging bonken en ik had zin om op zijn minst heel hart rondjes te rennen toen ik op dertienjarige leeftijd voor het eerst de agressieve gitaren hoorde van bands als NOFX, Sex Pistols of Black Flag, maar dat voelde meer als iets inwendigs, alsof er een vlammetje in me werd aangestoken, niet alsof ik ergens door werd opgeslokt.

Ágætis ByrjunVeel later zou ik ontdekken dat de band van alle nummers op Ágætis Byrjun (1999) aan ‘Starálfur’ ook de meeste aandacht had geschonken. Dat het zo vernuftig in elkaar zit dat het uiteindelijke effect op mij als luisteraar misschien niet zo verwonderlijk is. Naast de unplugged gitaar (op 2:45) en de hartslagbeat (3:06) voegde Sigur Rós nog veel meer productiegimmicks toe om het nummer interessanter te maken dan een mooie compositie voor een strijkorkest alleen. Industriële geluiden (3:10), het kraken van een storende transistorradio (3:04), het zijn allemaal toevoegingen waardoor de band eerder het label post-rock opgeplakt krijgt dan klassiek. Maar het echte vernuft zit juist in die klassieke compositie. Als je namelijk de strijkerspartij aan het einde van ‘Starálfur’ geheel omdraait, klinkt hij precies hetzelfde als wanneer je hem gewoon afspeelt. De noten van deze lange, slepende melodieën klimmen in dezelfde volgorde en lengte omhoog als dat ze later weer rustig afdalen. De melodieën vormen, kortom, een palindroom. Dat vind ik briljant, zeker bij zo’n lang stuk.

Sigur Ros – Staralfur, The Same Forward and Backward

Twin Peaks-achtige soundscape

Sigur Rós was zelf zo tevreden met ‘Starálfur’, dat ze het niet konden laten om een groot deel van de strijkerscompositie nóg een keer op Ágætis Byrjun te gebruiken. Al was de manier waarop een beetje stiekem. ‘Avalon’, een andere adembenemende track van het album, klinkt op het eerste gehoor als een goed bedachte Twin Peaks-achtige soundscape. Dat is het ook, al is de soundscape niet oorspronkelijk als soundscape bedoeld. ‘Avalon’ is ‘gewoon’ een andere take van ‘Starálfur’ die vier keer verlangzaamd is.

Avalon / Starálfur by Sigur Rós (Avalon speeded up x4)

Zorgvuldig overpeinsd

Dat de Sigur Rós-leden in de storm van al deze goede ideeën nog aan dat ene grungy momentje hebben gedacht om mensen als mij over te halen, is bijna niet te geloven. Aan de andere kant: iedere seconde van ‘Starálfur’ lijkt wel een hele dag zorgvuldig overpeinsd. Natuurlijk dachten ze daarbij ook eventjes aan de puberende punkers die bij klassieke muziek vooral aan hun opa’s in hun schommelstoelen moesten denken.

Tags: , , , , ,

-->