nummer van 07/10/2014 door

‘The Birds Of St. Marks’ van Jackson Browne

Een nummer dat 47 jaar op de plank lag

Wat is de overeenkomst tussen Steven Tyler, Alice Cooper, Robert Plant, Cat Stevens, Jimmy Cliff, Stevie Nicks en Jackson Browne? Ze zijn allemaal geboren in 1948 en van de meesten liggen de muzikale hoogtepunten al weer enkele jaren achter ons. Alleen is er wat dat laatste betreft een uitzondering in het rijtje: Jackson Browne, die deze week met Standing In The Breach zijn veertiende studioalbum uitbrengt.

Tijd voor pensioen?

In een eerder stuk over Jackson Browne nam ik me nog voor mijn veel te kleine collectie platen van Browne uit te breiden. Dat is sindsdien behoorlijk gelukt, al ligt het zwaartepunt ervan wel duidelijk in de jaren zeventig. Tegelijkertijd was dat natuurlijk ook zijn meest productieve periode en heeft hij het sindsdien behoorlijk wat rustiger aan gedaan. Niet alleen wat betreft het aantal albums dat hij uitbracht, maar ook muzikaal gezien. Kwalitatief allemaal platen waar niets op aan te merken valt, maar zijn spannendste werk vind je zeker niet na de seventies.

Als je zelfs al wordt geëerd met een prachtig tribute album waarop onder meer Don Henley, Bruce Springsteen en Lucinda Williams meewerken, dan zou je bijna al kunnen denken aan een carrière die rustig op zijn einde loopt. Maar opvallend genoeg komt Browne in hetzelfde jaar als dat eerbetoon met een van zijn sterkste platen sinds tijden, die zelfs aan het niveau van zijn werk uit die vroege jaren zeventig raakt.

Bedoeld voor The Byrds

Wat betreft openingsnummer ‘The Bird Of St. Marks’ is dat ook niet zo heel gek, want Browne schreef het nummer al in 1967. Hij woonde destijds in New York, was platzak en haalde net op tijd een klus binnen als gitarist in de band van Nico, zo vertelde hij onlangs aan Rolling Stone. Het nummer was geïnspireerd door het gitaarwerk van Jim McGuinn van The Byrds en de toen achttienjarige Browne hoopte de bandleden nog eens zover te krijgen dat ze het nummer met hem zouden opnemen.

Jackson BrownDat gebeurde niet. Wel speelde hij het heel af en toe live en is het nummer te horen op zijn live-album Solo Acoustic Vol. 1, maar een studioversie was er nog niet. Deels kwam dat volgens Browne omdat hij nooit precies wist hoe het nummer nou het best gespeeld kon worden. De puzzelstukjes vielen onder meer op hun plaats door Greg Leisz, de gitarist met wie hij al sinds de jaren negentig samenwerkt. Daarnaast vertelde David Crosby hem tijdens het schrijven van de plaat een paar geheimen over hoe The Byrds destijds hun harmonieën in de studio opnamen.

Geen speld tussen te krijgen

Natuurlijk een mooi verhaal en bovenal een geweldig nummer om je plaat mee te beginnen, maar gelukkig blijft ook daarna de lat hoog liggen. In het opvallend catchy ‘Yeah Yeah’ bijvoorbeeld, dat hij opnam met de gebroeders Goldsmith van Dawes. Of dankzij de sublieme lap steel in nummers als ‘Leaving Winslow’ en ‘Which Side’. Maar wat vooral bijblijft van het luisteren naar Standing In The Breach is de rust en het gemak waarmee Browne op zijn 66e nog muziek maakt. Zijn stem nog altijd volledig onder controle, fantastisch gitaarspel en tien steengoede nummers waar geen speld tussen te krijgen is.

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Leave a Reply

-->