nummer van 22/09/2014 door

‘On & On’ van Erykah Badu

De dag dat Erykah Badu een leven redde

Erykah Badu – On & On

We staan te wachten bij de poort. Ik laat mijn tas op de grond zakken. Eén witte gymschoen steekt eruit, ik zie nog net de pennenstreken die ik er in een verveelde bui opkraste. Een madeliefje, drie keer een ‘x’. Best lelijk. Een zwarte pen was mooier geweest.
‘Daar is Lien’, zegt Femke.
Lien is de moeder van Marije. Marije tilt haar tas op en loopt over het zanderige paadje naar de rode Opel die langzaam komt aanrijden. ‘Doei’, zegt ze. We zwaaien haar na terwijl ze in haar moeders auto stapt. Alleen Lien zwaait terug.
Femke is er nog, en Lianne, die met haar piekerige haar speelt. Ze had na een dag al spijt dat ze het had laten knippen als Natalie Imbruglia, vertelde ze in de pauze. Het ziet er niet uit. We kijken de auto zo lang mogelijk na, tot het steeds kleiner wordende rode stipje de hoek om rijdt en er niets meer is om naar te kijken. We staan in een nieuwbouwwijk en hebben net drie uur toneel-, dans- en zangles gehad in een buurtcentrum dat dezelfde naam draagt als het crematorium driehonderd meter verderop, aan dezelfde straat. ‘Kijk uit met sterfscènes, hè?’, hoor je iemand, meestal een vader, eens in de zoveel weken zeggen als er weer een kind wordt afgezet. We hebben nog nooit hoeven sterven. Als je sterft, is alles voorbij. En als alles voorbij is, is er geen drama. Drama is alles, zegt de docent wel eens. Bovendien wil je zo lang mogelijk op het toneel staan, als het kan, in de buurt van Kees.

Ik kijk of ik de donkerblauwe Volvo van mijn vader al zie. ‘Tututuu’, mompelt Femke, terwijl ze met de punt van haar schoen over de tegels glijdt. We horen gelach, een deur die openslaat en stemmen. Lindy, Kees en Esmée lopen op ons af. Ze hadden nog staan praten met de nieuwe zangdocent en hebben het over zijn oorbelletje. We proberen mee te doen aan het gesprek, maar ik weet niet wat ik moet zeggen over mannen die oorbelletjes dragen. Femke lacht heel hard om alles wat Kees zegt. Ik lach ook, maar denk niet dat iemand het hoort. ‘Ik word volgende week dertien!’ zegt Esmée ineens en ze vormt haar mond zo dat het lijkt alsof ze poseert voor een camera die achter mij en Femke opgesteld staat. ‘Ik heb vet veel zin in mijn feestje, jullie komen toch ook?’ Kees en Lindy kijken haar aan en knikken driftig. Ik glimlach, voel dat ik meeknik. De vanzelfsprekendheid van mijn aanwezigheid, hier en straks op het feestje, maakt dat ik een nogal wankele stap achteruit zet en over mijn tas struikel. Kees helpt me overeind. ‘Grappige gympen’, zegt hij. Iedereen lacht.

De snelbinders van mijn fiets zijn log en bijna ben ik bang dat ik de ingepakte cd ermee zal pletten, maar ik heb ook haast en terwijl ik op mijn fiets stap, hoor ik mijn ouders roepen dat ik maar moet bellen als ik mee wil eten. Er is altijd eten over en ik heb twee maanden geleden besloten dat bellen mijn ding niet is, dus ik knik en zwaai. Van mijn huis naar Esmée is het twintig minuten fietsen. Ze woont met haar ouders en broertje in het centrum, in een nette buurt, maar de voortuin is overwoekerd met planten. Binnen is er nauwelijks rommel. Dat weet ik toevallig, want ik ben wel eens eerder na school naar Esmée geweest. Dan gingen we achter de piano zitten en smeekte ze om ‘My Heart Will Go On’ van Céline Dion, dat ik wel drie keer achter elkaar speelde, totdat haar moeder tegen ons zei: ‘Nu mag Esmée weer.’ Als Esmée achter de piano kroop, bekeek ik de woonkamer nog eens goed. Overal hingen maskers – Esmée’s vader spaarde die. Hij heeft er echt honderd of zo, zei ze een keer, toen Femke door de groep werd ondervraagd over haar vaders nieuwe motor.

Ik trap per ongeluk een paardebloem plat en haast me naar de deur. Ik denk dat ik te laat ben.
Esmée doet open. Ze heeft een rood feesthoedje op.
‘Gefeliciteerd!’ zeg ik uitbundiger dan ik eigenlijk wil.
‘O, hoi’, zegt Esmée. Afgezien van het hoedje ziet ze er niet echt jarig uit. Ze kijkt niet eens blij.
We staan een tijdje stil bij de deur.
‘Hier, dit is voor jou.’ Ik geef haar Baduizm, van Erykah Badu. Als ik nog eens veertig gulden had, dan had ik hem ook voor mezelf gekocht. Het cadeaupapier is op één hoek gescheurd, maar je voelt meteen al wel dat het een cd is.
‘Dank je’, zegt Esmée en ze loopt met het nog ongeopende cadeau de gang in, richting de woonkamer. Ze laat de deur open staan, dus ik volg haar, langs het toilet, de met slingers versierde woonkamer in en zie als ik binnenkom zeker tien meisjes en jongens aan de grote eettafel zitten. Kees is er, Femke, nog wat klasgenoten van Esmée die ik niet ken. Lianne loopt net de woonkamer in met glazen limonade. Als ze me ziet, blijft ze staan. Ik ben echt te laat.
‘Sorry,’ zeg ik, ‘ik kon geen mooi cadeaupapier vinden, dus ik was wat later weggefietst.’ Het blijft stil. Zelfs Femke verrekt geen spier. Het lijkt alsof er iets heel ergs is gebeurd. Er klinkt ook geen muziek, of was dat de hele tijd al zo? En waarom had de ene helft van de groep wel hoedjes op, en de andere helft niet? Het ruikt naar appeltaart. Terwijl ik mijn gedachten orden, besef ik dat iedereen naar me kijkt. Ik sta verstijfd naast de piano, een paar meter van de eettafel af, maar het voelt alsof ik achterin de zaal zit en niet kan zien wat er op het toneel gebeurt. Ik ben het publiek, zij spelen een scène. De scène heet: Maria komt te laat op Esmée’s verjaardag. Net als ik de afstand wil doorbreken met een woord of een beweging, zie ik in mijn rechterooghoek iemand op me aflopen. Het is Esmée’s moeder.

‘Maria, we willen jou vandaag liever niet op Esmée’s feestje hebben.’ Ze pakt mijn cadeau uit Esmée’s handen. ‘Hier, neem deze ook maar weer mee.’

Ik pak het cadeau dat niet het mijne is aan en kijk naar Kees en Femke. Hun blikken zijn gericht op de tafel. Lindy fluistert iets in het oor van een meisje dat ik nog nooit heb gezien. Ze heeft hetzelfde kapsel als Lianne, maar dan geslaagd. Lianne zelf staat er nog steeds met die limonade. Ik moet weg, denk ik. Ik wil weg. Ik draai me om en voel mijn rug branden. Mijn duimen drukken hard op het cd-doosje als ik de kamer weer uitloop, langs het toilet de gang in. Het is nog steeds stil als ik in de voortuin sta. Ik doe de voordeur dicht, loop over het pad en zie in de verte een brandweerwagen rijden. Geen alarm. Of hoor ik het niet goed? Een roodwitte kat schiet de bosjes in. Ik denk aan Kees en aan Femke. Aan Esmée en haar rode feesthoedje. Ik probeer aan vorige week te denken, toen we het over het feestje hadden. Had ik het verkeerd begrepen? Wanneer ik moet stoppen bij een verkeerslicht, duizelt het me. Ik probeer de scène na te lopen in mijn hoofd. Voor me te zien hoe ik van de woonkamer bij de voordeur ben gekomen. Ik zie mezelf even wachten in de gang, omdat ik wil horen wat ze zeggen. Femke lacht omdat Kees een grap maakt over mijn gympen. Esmée deelt de rest van de feesthoedjes uit. Esmée’s moeder zegt: ‘Oké, nu kan het feest echt beginnen!’ Ik had de voordeur keihard dicht moeten slaan. Drama is alles. En alles was nu drama.

Het dringt pas echt tot me door als ik de trap op loop en de leuningen nodig heb om mijn zolderkamer te bereiken. Mijn kamer is opgeruimd, het is er stil. Er staat een blikje cola op het bureau. Ik drink het in één teug leeg. Mijn ouders zagen eerder hoe ik mijn fiets haastig in de schuur deed. Ze riepen ‘Hé!’ en ‘Wat ben je vroeg terug!’ Ik had helemaal geen zin om te huilen, want dat was bijna net zo erg als sterven op toneel, qua drama. Het is altijd erg als iemand huilt of doodgaat, of het nu wel of niet terecht is. Je mag ook best een tijdje huilen, of rouwen, maar de meeste mensen vinden het op een gegeven moment tijd worden dat je doorgaat met je leven zoals het was. Ik wilde helemaal niet door met het leven zoals het was. Mijn vader bulderde zoals ik hem nooit eerder zag bulderen: ‘Hebben ze je weggestuurd?!’ Ik knijp in het lege colablikje en kijk mijn kamer rond. Het cadeau ligt theatraal op bed, in plaats van dat ik er lig. Ik maak het doosje open, pak het schijfje eruit en loop naar mijn cd-speler. Het intro skip ik. ‘On & On’ is het eerste nummer. Terwijl ik mijn vader beneden tegen iemand aan de telefoon hoor schreeuwen, draai ik de volumeknop langzaam van drie naar tien.

Tags: , , , , , ,

-->