Howlin' Wolf – "The Red Rooster" [Vinyl]

Deze week is het 43 jaar geleden dat Eric Claptons droom uitkwam: een album uitbrengen met de imposante bluesreus (schoenmaat 50!) Howlin’ Wolf. Toch wordt deze mijlpaal niet jaarlijks gevierd, noch staat hij er ieder lustrum of tenminste nog eens per decennium bij stil. Eric Clapton vergeet de hele ervaring het liefst.

Supergroep

Toch kun je je daar weinig van voorstellen als je de albumhoes bekijkt. De namen van Howlin’ Wolf en Eric Clapton, maar ook die van Steve Winwood, Bill Wyman en Charlie Watts prijken pontificaal op de voorkant. Een veelbelovende combinatie, zelfs al ben je anno 2014 zo verwend met het uitgemolken supergroep-concept dat je nergens meer van onder de indruk bent. In 1971 was dit concept nog verre van uitgemolken, en een nieuwe groep bestaande uit een Amerikaanse blueslegende, twee populaire Britse muzikanten én de ritmesectie van The Rolling Stones zou toch wel de plaat van het decennium moeten opleveren. Dat deed het niet. Critici waren maar matig enthousiast, bluespuristen slachtten het album volledig af. Zelfs Eric Clapton zelf – die er om bekend staat iedere kans aan te grijpen om met zijn idolen te spelen – had in interviews over de London Sessions weinig goeds te melden.

The London Howlin' Wolf Sessions

Clapton was sceptisch

Het idee voor het album werd geboren in San Francisco, toen Chess Records-producer Norman Dayron bij een Cream-concert op Clapton afstapte met de vraag of hij geïnteresseerd zou zijn in een sessie met Howlin’ Wolf. Clapton was sceptisch, maar alleen omdat hij nog nooit van Dayron had gehoord en inmiddels genoeg ontmoetingen had gehad met charlatans die zich uitgaven voor grote platenbonzen maar uiteindelijk niets meer dan brutale fans bleken die uit waren op een interessant praatje. Dayrons cv bleek echter te kloppen, en het enige dat een legendarische sessie nog in de weg zat was het naast elkaar leggen van agenda’s.

Ringo Starr uit de band gegooid

Het plannen van de opnamesessies in Londen duurde twee jaar. Clapton wilde per se dat Howlin’ Wolfs vaste gitarist Hubert Sumlin met zijn bandleider mee zou vliegen naar Engeland, maar platenbaas Leonard Chess weigerde om voor deze extra kosten op te draaien. Eric stelde een ultimatum: geen Sumlin betekende geen Clapton. Uiteindelijk ging Chess overstag, maar grimmigheid zou de gehele sessie blijven overschaduwen. Aan de Britse kant had Eric inmiddels voor de rest van de band gezorgd: Steve Winwood en Ian Stewart op toetsen, de 19-jarige Jeffrey Carp werd verwelkomd als mondharmonicaspeler, Beatlesdrummer Ringo Starr en zijn basgitaarspelende huisgenoot Klaus Voormann zouden gaan fungeren als ritmesectie. Binnen één dag bleek echter dat de laatste twee geen enkel benul hadden van de blues; slechts één nummer van de opnamen met Starr en Voormann zou de plaat halen.

Howlin' Wolf en Eric Clapton

Howlin’ Wolf en Eric Clapton

Kritiek van Howlin’ Wolf

Vervangers werden uiteindelijk gevonden in Bill Wyman en Charlie Watts, die met The Rolling Stones genoeg rauwe blues hadden gespeeld om de sessie tot een goed einde te brengen. Nu de definitieve band was samengesteld, stond Clapton echter pas voor het grootste probleem: Howlin’ Wolf zelf. De blueszanger was uitgesproken sceptisch over zijn Britse bandgenoten, en al snel bleek dat het idee om een sessie in Londen te doen vooral van Norman Dayron afkomstig was. Howlin’ Wolf zat liever in Amerika, met zijn eigen muzikanten. Na één dag was Clapton het al zat en moest hij door Dayron worden overgehaald om niet ter plekke zijn spullen te pakken en te vertrekken. Wolf had overal kritiek op, vooral op de manier waarop de Britten zijn nummers aanpakten. Het dieptepunt hoor je aan het begin van ‘The Red Rooster’, waarin Clapton voorstelt dat Howlin’ Wolf zelf de iconische openingsriff speelt in met het gevoel en het tempo dat hij gewend is, zodat de band kan volgen. Wolf vindt dit belachelijk; Clapton hoort toch de beste bluesgitarist in Engeland te zijn? Wanneer ze het eens worden blijkt het dieptepunt van The London Sessions echter uit te monden in een absoluut hoogtepunt: door het lekker smerige gitaargeluid evenaart deze versie van ‘The Red Rooster’ het origineel met gemak en de ritmesectie van de Stones maakt er een lui gespeeld maar swingend bluesfeest van.

London SessionsTragisch einde

Uiteindelijk slaagde dit tot elkaar veroordeelde gezelschap er toch in om meer dan twintig nummers op te nemen. Maar ook na de opnamen waren de problemen niet voorbij. Mondharmonicaspeler Jeffrey Carp werd het niet eens met Norman Dayron over zijn vermelding in de album credits. De discussie liep zo hoog op dat Carp de opnamebanden gijzelde. Vlak daarna boekte Carp een cruise om met zijn vriendin de kerstdagen op zee door te brengen. Hij sprong overboord om een passagier te redden die in het water was gevallen, en verdronk zelf. Een tragische manier om de discussie over een vermelding in een albumhoes aan één kant te laten verstommen, maar niettemin was dit voor Dayron het moment om zijn zin door te zetten en het album eindelijk uit te kunnen brengen. Eind augustus 1971 lag The London Sessions in de winkel, tegen wil en dank van iedere muzikant die er iets mee te maken had gehad.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

-->