nummer van 18/08/2014 door

‘Improvisation’ door Bobby McFerrin en Richard Bona

Jaloersmakende virtuositeit in muziek en humor

Bobby McFerrin & Richard Bona

De concerten van Bobby McFerrin zijn niet alleen voor de New Yorkse stemkunstenaar zelf een ademoefening. Ook iedere toeschouwer is onophoudend bezig met zijn of haar eigen luchtstroom die bij de jaloersmakend virtuoze momenten van spanning stevig binnengehouden blijft, en bij het opgelucht lachen om de vele goed getimede grappen weer vrolijk uit de mond kan vloeien. McFerrin balanceert meestal op deze aangename lijn: zijn stemspierballen het ene moment inzettend als in een ouderwetse bodybuildwedstrijd, het andere moment als de grappige sterke man in het circus die jongleert met drie dwergen.

Bobby McFerrin – I've Got a Feeling

Goede humor en afgunstwekkende virtuositeit, een spanning die behalve McFerrin maar weinig artiesten op zo’n geslaagde manier in hun show hebben kunnen integreren. Frank Zappa natuurlijk. Maar verder?

Op het Montreal Jazzfestival in 2006 blijkt McFerrin in bassist Richard Bona een muzikant te hebben gevonden die zijn beide gaven deelt. Muzikaliteit voorop – Bona werd op zijn vierde al percussionist, om op zijn elfde gitaar te leren spelen en op zijn dertiende zijn eerste jazz-ensemble op te richten in zijn geboorteland Kameroen. Nadat het wonderkind de elektrische basgitaar ontdekte, woonde hij achtereenvolgens in Düsseldorf, Frankrijk en New York om te spelen met Harry Belafonte, Chaka Khan, Branford Marsalis en George Benson. Een muzikaal cv dat op zichzelf al kaken kan laten openvallen, maar in het niet valt bij de ervaring Bona live te zien.

Bobby McFerrin & Richard BonaEn – zoals wel eens gezegd wordt de belangrijkste eigenschap van een man – hij heeft humor. Toegegeven, op de bovenstaande improvisatie in Montreal trekt McFerrin wat dat laatste betreft vooral de kar, maar Richard Bona blijkt zijn perfecte tegenspeler. Al vanaf de aankondiging merk je dat het tijdens dit optreden vooral over plezier gaat. McFerrin zet één van zijn miljoenen gekke stemmetjes op en maant zijn vriend het podium op. Deze wordt nog even aangespoord zijn moeilijke Afrikaanse naam te delen; een verzoek dat eerst ad rem wordt beantwoord met “I forgot”, maar vervolgens toch wordt ingewilligd. Vervolgens gaat Bona Pinder Yayumayalolo direct aan de slag met de adembenemende harmonie van ‘Dina Lam’ op zijn vijfsnarige bas. In de angst voor een te sentimenteel begin antwoordt McFerrin met een aantal bemoedigende klanken die rechtstreeks uit een Jamaicaans radiostation lijken te komen, inclusief radioruis, allemaal geproduceerd met alleen een stem en een microfoon. Het publiek lacht, Bona ook.

Van de twaalf minuten die volgen is iedere seconde het uitzitten waard. Met aanstekelijk plezier gebruiken de heren twee paar stembanden en één basgitaar om de meest betoverende harmonieën te creëren. Met een onwerkelijke lichtvoetigheid dansen hun stemmen langs liedjes die ze allebei kennen, langs McFerrins opzwepende ‘Invocation’ (6:34), langs onwerkelijk samensmeltende tweestemmige zangfragmenten (7:10), langs geluiden van sirenes (6:15) en geweerschoten (8:00), langs ronduit belachelijk gefreak (9:30), om uiteindelijk via een spontane drumbattle (10:44, met de stem!) te belanden in een gezapig countryliedje (11:30), waarna McFerrin zijn gast met een zwaar hillbilly-accent weer afkondigt. Dit alles natuurlijk met een grote glimlach, bij het publiek, bij ons als thuiskijkers, maar vooral bij deze twee waanzinnige muzikanten die voor elkaar gemaakt lijken te zijn.

Tags: , , , ,

-->