Little Jimmy Dickens – May The Bird Of Paradise Fly Up Your Nose

James Cecil Dickens kwam in 1920 in het plaatsje Bolt in West Virginia ter wereld. Waar zijn generatiegenoten inmiddels al zijn heengegaan, leeft Little Jimmy Dickens nog steeds. Sterker nog, ik zag hem een aantal jaren geleden nog grappend en grollend een bomvolle Grand Ole Opry voor zich winnen en drie van zijn grootste hits spelen. Nog altijd is hij een vast lid van die club waar hij in 1948 begon nadat hij door Roy Acuff onder zijn hoede was genomen. En heeft hij een mindere dag, dan beperkt hij zich tot het aankondigen van de nieuwe generatie countryartiesten. Still going strong.

CE000005432

Die ‘Little’ in zijn artiestennaam is overigens niet overdreven. Naast het oudste en langstzittende lid mag hij zichzelf, met zijn 150 cm, ook nog eens het kleinste lid van de Opry noemen. En waar hij in het begin van zijn carrière nog kwaad kon worden wanneer mensen er grappen over maakten, wist hij het al snel om te zetten in een unique selling point en zong hij nummers als ‘I’m Little But I’m Loud’. En daarbuiten was hij al gewend aan bijnamen. Zijn eigen moeder noemde hem, als jongste van een gezin met dertien kinderen, de runt of the litter.

Ole Hank

De bijnaam die hij uiteindelijk zelf adopteerde was Tater, hillbilly slang voor aardappel. Niemand minder dan Hank Williams was begonnen om hem zo te noemen toen zij samen tourden en Dickens vaak opende met zijn bescheiden hit ‘Take An Old Cold Tater (And Wait)‘. Maar een échte hit was tot dan toe uitgebleven. Hank besloot hem te helpen en schreef ‘Hey Good Lookin‘ in hun tourbus. Een week later nam Hank het nummer zelf op en grapte tegen Dickens dat het nummer te goed voor hem was.

Gerechtigheid

Uiteindelijk kreeg Dickens, met het nummer van de dag, toch zijn eigen monsterhit. Zowel het countrypubliek als de popliefhebbers liepen weg met ‘May The Bird Of Paradise Fly Up Your Nose’. Een nummer wat tegen het karakter van Dickens die eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel heeft staan. In het eerste couplet geeft hij één cent aan een bedelaar. In het tweede couplet krijgt hij een bericht van zijn wasserette dat er honderd dollar in zijn zakken is gevonden. Deze eerlijkheid wordt beloond met tien cent. In het derde couplet heeft hij haast om zijn vliegtuig te halen. Zijn taxichauffeur breekt alle verkeerswetten en wordt op de bon geslingerd. Dickens blijft rustig wachten op het wisselgeld waarvan hij vindt dat hij dit tegoed heeft. In het refrein krijgt hij van deze mensen allerlei verwensingen naar zijn hoofd.

Zijn nalatenschap zal voornamelijk bestaan uit dergelijke komische nummers. Toch zouden we de kleine man tekort (ha!) doen wanneer we zijn prachtig gezongen ballads zouden vergeten. Daarom sluit ik graag af met het schitterende ‘We Could’.

We Could Jimmy Dickens

Tags: , , , ,

-->