Fats Waller I´m gonna sit right down and write myself a letter

Thomas Wright ‘Fats’ Waller (1904-1943) was als artiest maar één keer echt bang geweest in zijn leven. Dat was in 1926, toen hij vlak na een optreden in Chicago werd ontvoerd. Vier mannen sleurden hem laat op de avond een auto in en brachten hem naar de Hawthorne Inn, hotel en hoofdkwartier van gangster Al Capone en zijn gevolg. Met een pistool tegen zijn rug werd Waller het gebouw ingeduwd, richting de zaal waar het feestgedruis zich bevond. Hij werd achter een piano gezet en verzocht te spelen. Al snel drong het tot de doodsbange Waller door waar hij was belandt: op Capone’s verjaardag. Gedropt als verrassingsact – wilde hij de gasten misschien even vermaken, zoals hij dat zo goed kon? Drie dagen later mocht de jazzpianist en zanger weer naar huis, zo beschonken en zo extreem moe dat hij pas de volgende ochtend door zal hebben gehad hoeveel duizenden dollars fooi uit zijn broekzak stak.

Waller was de jongste van elf kinderen en groeide op als zoon van een predikant. Hij was er vroeg bij: op zijn zesde leerde hij pianospelen en nog geen vier jaar later schitterde hij op het orgel in de kerk waar zijn vader preekte, Harlems befaamde Abyssinian Baptist Church. Zijn carrière als professioneel pianist begon zodoende al op zijn vijftiende. Tot dan toe was muziek maken slechts een bijbaantje geweest; als tiener begeleidde hij jarenlang stomme films in het Lincoln Theater. Tot aan zijn onverwachte dood in 1943 schreef hij muziek – liedjes als ‘Ain’t Misbehavin” en ‘Honeysuckle Rose’ die tot klassiekers uitgroeiden – en tourde hij zelfs door Engeland en Ierland. Een van de populairste artiesten van zijn tijd, dat was hij.

Zijn populariteit kende echter ook een schaduwzijde. Waller was een begaafd pianist, zanger en componist, maar het waren vooral zijn entertainende kwaliteiten die hem gigs door het hele land opleverden. Waller was groots, zowel qua persoonlijkheid als lichaamsbouw en deed alles om zijn publiek te vermaken. Soms ten koste van zijn wens serieus genomen te worden. Het zette hem ertoe meer stukken te schrijven, in de stijl van zijn geliefde stride jazz, een manier van pianospelen die zich met name in de grote steden aan de oostkunst van de Verenigde Staten had ontwikkeld. Een stride houdt in dat de linkerhand het ritme van de syncopische ragtime speelt, een stijl die tot dan toe gangbaar was, maar dan een stuk complexer ingevuld. De rechterhand is bestemd voor de melodie en allerhande ingewikkelde improvisaties. Aan pianosolo’s als ‘Handful of Keys’ en ‘Smashing Thirds’ hoor je hoe Waller alleen al met zijn stride kon imponeren.

Toch sloot het een het andere niet uit. Waller was een entertainer, een harlekijn, een komiek met een perfect gevoel voor timing, maar hij was ook componist van de mooiste pianoliedjes aan het begin van de twintigste eeuw. Hij maakte zelfs liedjes van anderen ‘eigen’. Zowel zijn muzikale talent als zijn vermogen om alledaagse thema’s met humor te benaderen, kwamen heel duidelijk naar voren in een van de weinige liedjes die hij niet zelf had geschreven: het lieflijke en grappige ‘I’m Gonna Sit Right Down And Write Myself A Letter’. Luister en lees mee:

I’m gonna sit right down and write myself a letter
And make believe it came from you
I’m gonna write words, oh, so sweet
They’re gonna knock me off my feet
A lotta kisses on the bottom
I’ll be glad I got ‘em

I’m gonna smile and say
“I hope you’re feeling better”
And close “with love” the way you do
I’m gonna sit right down and write myself a letter
And make believe it came from you

Gonna smile and say “I hope you’re feeling better”
And close “with love” the way you do
I’m gonna sit right down and write myself a letter
And make believe, make believe, make believe it came from you

Tags: , , , , , , , , ,

-->