nummer van 06/07/2014 door Joyce Roskamp

‘Peggy Sue’ van Buddy Holly & The Crickets

The day the music died

Elke dag muziek op de radio en een vader met een platenspeler en elpees van Harry Belafonte en The Shadows. Zo groeide Joyce Roskamp op. Als 14-jarige deed ze nog een poging om te leren drummen, maar muziek beleven tijdens concerten en festivals kreeg op een gegeven moment toch de voorkeur. Na een flinke carrièreswitch is ze nu bijna twee jaar succesvol als freelance producent en projectmanager in de wereld van muziek, festivals en entertainment en maakt ze menig popquiz onveilig met haar muziekfeitjeskennis.

Buddy Holly & The Crickets – Peggy Sue – Live on The Arthur Murray Party (29th December, 1957) in HD

Popquiznerdisme

Afgelopen maandag zat ik met mijn vaste popquizteam INO weer bij de popquiz van The Upbeatles in cafe Lijn4 in Utrecht. Geheel spontaan had vriendin en teamgenoot Erna aan Paul Nederveen, aka dj St. Paul, voor de Albert Heijn buiten gevraagd of hij ook zin had om wederom met INO mee te doen. En dat had hij.

In de ronde met foto’s die je aan de juiste muziek moest verbinden, zat een foto van Buddy Holly. Het nummer dat erbij hoorde, was Don McLean met ‘American Pie’, met daarin de bekende regel “The day the music died”, verwijzend naar Buddy Holly’s tragische dood. Alhoewel natuurlijk hartstikke geconcentreerd vanwege de quiz, mijmerden Paul en ik kort over Buddy Holly. Dat de muziek inderdaad dood is gegaan op het moment dat Buddy Holly neerstortte met het vliegtuig op 3 februari 1959.[1]

Ik vertelde over mijn moeder, dat zij tijdens mijn jeugd twee grote idolen had, Buddy Holly en Janis Joplin. Tenminste, zoals ik het me kan herinneren. Dat we altijd de radio in de woonkamer aan hadden staan. En als dan dit nummer van Buddy Holly voorbij kwam, mijn moeder me oppakte en riep: “Kom, meisje, rock ‘n’ rollen!” “Wauw,” zei Paul, “dan heb jij echt een te gekke moeder!”

Jeugd

Een te gekke moeder, ja, dat heb ik. En rock ‘n’ rollen konden we als de beste. We dansten dan op het parket alsof ons leven ervan afhing. Eindeloos rondjes draaien met de heupen en onder mijn moeders hand, tussen de benen van mijn moeder schuiven en het betere gooi- en smijtwerk in de lucht. Totdat ik steken in mijn zij kreeg. “Mama, ik kan niet meer, ik krijg allemaal steken in mijn zij…” “Och, dat is je milt, is niks ernstigs. Kom! Dansen!” En verder gingen we.

Als zesjarig meisje vroeg ik me af wat mijn moeder zag in Buddy Holly. Ik vond hem maar een dunne kwibus met een veel te grote bril. Een jongetje nog. Later besefte ik me dat mijn moeder pas 27 was toen we zo aan het dansen waren op ‘Peggy Sue’. Geboren in 1952 in Schiedam was ze opgegroeid tussen de petticoats, paardenstaarten en vetkuiven. En verliefd op Buddy Holly. Zoals Buddy Holly verliefd was op Peggy Sue.

Kalverliefde

Peggy Sue staat voor de jeugdigheid in de rock ‘n’ roll, voor de kalverliefde die jaren 50 opbloeide voor een andere vorm van muziek maken – maar vooral van muziek beleven – dan dat mensen gewend waren. De beelden van het bijbehorende filmpje spreken boekdelen. En ondanks dat de muziek dood is gegaan op 3 februari 1959, leeft het voort in het nummer ‘Peggy Sue’. Om met de woorden van de dame aan het begin van het filmpje af te sluiten:

“No matter what you think of rock ‘n’ roll, I think you have to keep a nice, open mind about what the young people go for. Otherwise the youngsters won’t feel that you understand them.”

  1. [1]Ook collegarockers Ritchie Valens en J.P. “The Big Bopper” Richardson zaten in het vliegtuig dat neerstortte.

Tags: , , , , , , , , , , ,

-->