nummer van 28/06/2014 door

‘Onder In My Whiskeyglas’ van Koos Kombuis

Is jy nog aan my vas

Vakantieherinneringen, iedereen heeft ze en de vroegste zullen ongetwijfeld worden gevormd door beelden vanaf de achterbank bij je ouders in de auto. Nu de zomer is begonnen dwalen onze gedachten dikwijls af naar die momenten, waarin liedjes in een andere taal de radio domineerden en het exotische gevoel versterkten. Daarom zijn Nederlands en Engels deze week taboe op nummervandedag.nl en verkennen we ‘achterbankliedjes’ in vele talen en genres. Soms hopeloos nostalgisch, soms dwars en alternatief. 

Koos Kombuis – Onder in my Whiskeyglas

Je zou kunnen betwijfelen of een liedje in een taal die zo sterk verwant is aan het Nederlands wel een plaats verdient in deze buitenlandstalige week. Ik doe dat niet. Het Afrikaans is een krappe eeuw geleden al erkend als officiële taal, dus wat dit betreft houd ik mij keurig aan de regels en duld ik geen verder gezeur. Maar ook zonder erkenning zou het moeilijk tegen te spreken zijn dat het Afrikaans veel kenmerken bezit om zich in positieve zin af te zetten tegen het nuchtere Nederlands. De taal is exotisch, poëtisch, warm, zuidelijk, niet van hier. Althans, niet meer.

Onder in my whiskey glas sien ek jou weer
Onthou ek hoe ons was, maar nou’s my hart so seer
Die kroeg se deur is toe, wasem hang in donker lug
Ek lig my glas op om te proe, maar voor my sien ek jou gesig

We zijn al veel op reis geweest op dit blog, deze week. Bij ‘Onder In My Whiskeyglas’ beeld ik mij een Zuid-Afrikaans meisje in, helemaal aan het uiteinde van een pier in de haven van Kaapstad. Ze is erg mooi en erg jong. Door betraande ogen kijkt ze in de verte. Een schip in de mist, een man met wie ze maar kort samen was. Kort maar intens. Aan boord zie ik zwoegende matrozen. Afhouders, reepschieters, jongsten en oudsten, motordrijvers, een stuurman en een schipper. Op reis, voor de zoveelste keer. ’s Avonds drinken ze samen whiskey. De rest van de dag lachen ze niet. In het kombuis zie ik Koos voor me. Koos lacht nooit.

Ek het jou verruil vir die droom van ’n duisend kontinente
Maar nou sien ek my glas se boom en ek tel my laaste sente
Jy’s orals in my hier vannag, ek voel jou in my lewe
Whiskey is hard en jy is sag, jy is bo drank verhewe

Onder in my, onder in my,
Onder in my whiskey glas
Is jy nog aan my vas

De geest van een mooi meisje in de bodem van je glas. In plat Nederlands had het banaal geklonken, in het bezwerende Afrikaans van Koos Kombuis word je bedwelmd door de whiskey. De walm kietelt je neusgaten, perst zich naar binnen zoals geuren zich in tekenfilms zichtbaar als twee tentakels in neusgaten naar binnen persen. Als een geest met een eigen wil, als voodoo. Het refrein klinkt als een eeuwenoude vloek, een lied dat eigenlijk niet gezongen mag worden maar zich af en toe fluisterend aan je opdringt. Op het moment dat je dacht iets te horen, is het alweer weg. Een geest met een eigen wil.

Koos Kombuis

De echte naam van Koos Kombuis is André le Roux du Toit. Roux, dat doet me denken aan Mama Roux, één van de vele gefabelde voodoopersonages van Dr. John. Een duivelskunstenaar. Eigenlijk is het een veel mooiere naam dan Koos Kombuis, dat in het Afrikaans zoveel betekent als Pispot Keuken. Een plagerig pseudoniem dat in 1989 goed van pas kwam tijdens de muzikale Voëlvrytoer, waarmee hij samen met Johannes Kerkorrel door het hele land ten strijde trok tegen het nationalistische gereformeerde Afrikanerdom. Kombuis is geëngageerd, altijd al geweest. Toch hoor je in ‘Onder In My Whiskeyglas’ vooral een mysticus, iemand die een oude geest in een whiskeyfles opsluit, een Le Roux du Toit.

Of hij ooit aan voodoo heeft gedaan weet ik niet, het zal wel niet. Ik weet niet eens of hij ooit op een schip heeft gezeten. Wel schreef André le Roux du Toit op zijn minst elf albums, negen romans, vier korte verhalen, zes poëziebundels (poësie!) en vijf non-fictiewerken. Allen in het Afrikaans, allen toverachtiger dan het Nederlands.

Tags: , , , , , , , ,

-->