nummer van 26/06/2014 door

‘La Mer’ van Charles Trenet

De laatste keer op vakantie met mijn ouders

Vakantieherinneringen, iedereen heeft ze en de vroegste zullen ongetwijfeld worden gevormd door beelden vanaf de achterbank bij je ouders in de auto. Nu de zomer is begonnen dwalen onze gedachten dikwijls af naar die momenten, waarin liedjes in een andere taal de radio domineerden en het exotische gevoel versterkten. Daarom zijn Nederlands en Engels deze week taboe op nummervandedag.nl en verkennen we ‘achterbankliedjes’ in vele talen en genres. Soms hopeloos nostalgisch, soms dwars en alternatief. 

Charles Trenet – La Mer

Mijn moeder steekt nog een sigaret op als we vanaf de parkeerplaats weer de snelweg oprijden. Mijn twee zusjes, mijn vader en ik haten het, maar we zijn het gewend. We rijden een uur of twee ten zuiden van Parijs en het is vroeg in de ochtend. Mijn vader heeft net even geslapen. De avond daarvoor, laat, vertrokken we vanuit huis richting de Dordogne voor een twee weken durende vakantie op een camping pal aan de rivier. We rijden ’s nachts om files te vermijden. Maar nu staan we er midden in. Of het nog ver is, vraagt een van mijn zusjes verveeld. “Nog een paar uurtjes”, volgens mijn moeder. Ik wrijf nog een keer in mijn ogen.op vakantie

In korte etappes heb ik die nacht wat geslapen. We hebben alle drie ons eigen hoekje op de achterbank en zitten in onze pyjama’s. Eén keer maakten mijn ouders ons wakker. We zaten op de rondweg van Parijs en als we goed keken, konden we de Eiffeltoren zien.

Ik denk dat ik niet zoveel zin had in de vakantie. Liever was ik thuis gebleven om overdag te werken en ‘s avonds met vrienden avond aan avond op het voetbalveldje te hangen. Dingen kapotmaken en stiekem bier drinken.

Blauw van de rook

De trouwe Nissan Sunny staat al snel blauw van de rook als we weer op de E9 naar het zuiden zitten. Mijn vader opent het raam en de rook maakt plaats voor de Franse ochtendlucht. Met rechts duwt hij een cassette in de speler en al snel vult de auto zich met de klanken van Van Morrison. Gelukkig hoorden we het bandje gisteravond maar een keer of vier en gelukkig horen we het nog maar een keer of vier voordat we in Argentat sur Dordogne aankomen. Net als de tijdens de vakantieritten van de vorige jaren … Als ik er aan terugdenk proef ik voor op mijn tong weer de geur van het mengsel van rook, rubber en vijf mensen opeengepakt in een auto. En Van Morrison haat ik sinds die zomers begin jaren negentig. Het is het laatste jaar dat ik met mijn ouders op zomervakantie ga.

02

Niks veranderd

Een paar uur later rijden we de camping op. Het is de tweede keer dat we hier op vakantie gaan. De stroomversnelling met de ruige rotsen in de Dordogne, tegenover het campingcafé, is er nog steeds. Eigenlijk is dat al meer dan genoeg om me twee weken te vermaken. Om de pingpongtafel rennen al wat jongeren, sommigen slaan het balletje met de handen. Het lijkt alsof er niks is veranderd. De vaders drinken met ijsklonten aangelengde pastis op het terras van de camping, Nederlanders spelen volleybal en het kleine zwembad ligt vol moeders met kinderen. In de auto trekken we onze zwemkleren aan en nog voordat de Nissan naast de caravan staat, zijn mijn zusjes en ik al een paar keer tussen de rotsen in de stroomversnelling gegleden.

kampuurVer in de middag zitten we aan de plastic tafel voor de caravan. Mijn ouders hebben alles ingeruimd en de tenten van mijn zusjes en mij zijn opgezet. Met handdoeken om onze schouders eten we lunch; stokbrood met chocoladepasta. Het echte campingleven. En dan gebeurt wat ik onbewust vreesde denk ik. De reden dat ik geen zin heb in deze vakantie. De buren arriveren en het zijn dezelfde als het jaar daarvoor. Een Zwitserse familie met twee dochters in dezelfde leeftijd als mijn zusjes en ik, en een klein broertje. Ik hoopte op andere buren.

Romance

Het zit zo. Het jaar daarvoor hadden we al kennisgemaakt met ze. Terwijl ik voor mijn tent op mijn akoestische gitaar speelde, liep het meisje van mijn leeftijd, J., de hele dag langs in haar roze/oranje badpak. Snel raakten we aan de praat en tijdens de avondjes bij het kampvuur aan de rivier, ontstond een kleine vakantieromance van twee 13-jarige pubers. Op de laatste avond beloofde ik in krakkemikkig Duits haar te schrijven. Wat ik één keer deed. En zij ook.

Het was een prachtige en onbezorgde vakantie. We zwommen, hielden elkaars hand af en toe vast, zoenden vluchtig als niemand keek, en vertelden wat we later wilden worden. Verpleegster en muzikant.

trenetHaar vader was tof en hield van muziek. Dat straalde af op zijn dochters. Die eerste vakantie leerden zij ons allerlei oude Franse liedjes. Die zongen we, terwijl we door de plassen stampten na een hevige regenbui. “La mer, lalalalalalala, la mer.” Charles Trenets ‘La mer’ was één van die liedjes. De enige reden dat ik me dat nog herinner is omdat J. me uitlegde waar het over ging. Over iemand die verliefd was op de zee. De liedjes spoelden de vieze smaak weg die ik had overgehouden aan Van Morrison op de achterbank van de auto.

Alles veranderd

Terug naar die eerste vakantiedag, als we voor de tweede jaar op rij op deze camping staan. Terwijl we aan het stokbrood met chocoladepasta zitten, parkeren de Zwitsers hun grote terreinwagen naast hun caravan. We kijken toe als ze uitstappen en groeten zoals je dat doet met je campingburen. Hopelijk is ze er niet bij, gaat het door mijn hoofd. Wat zou ik moeten zeggen?

Als ze dan toch uitstapt, stokt mijn adem. Ze is al een jonge vrouw geworden in dat jaar. En ze is niet de laatste die uitstapt. Haar iets oudere en stoere vriendje is mee op vakantie. De hele vakantie wisselen we geen woord. Nieuwe Franse liedjes leer ik ook niet kennen. En ik weet het nu zeker. Het is de laatste keer dat ik nog meega op vakantie.

Tags: , , , , ,

-->