nummer van 29/06/2014 door Heleen Sittig

‘El Rosario de mi Madre’ door Los Troveros Criollos

Veelvuldig gecovered sentiment

Vakantieherinneringen, iedereen heeft ze en de vroegste zullen ongetwijfeld worden gevormd door beelden vanaf de achterbank bij je ouders in de auto. Nu de zomer is begonnen dwalen onze gedachten dikwijls af naar die momenten, waarin liedjes in een andere taal de radio domineerden en het exotische gevoel versterkten. Daarom zijn Nederlands en Engels deze week taboe op nummervandedag.nl en verkennen we ‘achterbankliedjes’ in vele talen en genres. Soms hopeloos nostalgisch, soms dwars en alternatief.

We sluiten de buitenlandse week vol #achterbankliedjes af met een Spaanstalige tranentrekker van gastblogger Heleen Sittig. Zij is tolk/vertaler Spaans en journalist en behoorlijk out of touch met de Engelstalige muziek van nu. Daarentegen mag je haar altijd wakker maken voor boleros, tangos en valses uit vervlogen tijden.

EL ROSARIO DE MI MADRE (VALS PERUANO)

Als een relatie stukloopt, kunnen er ringen van vingers worden gepeuterd en woest in het gezicht van de kersverse ex worden geslingerd. Foto’s worden verscheurd. Tedere smsjes gedeletet. Die wokpan, hou jij die maar. Maar de bank, wat doen we daarmee? Andere tijden, andere landen, andere waardevolle bezittingen. Toen de Peruaan Mario Cavagnaro Llerena in 1961 dit lied schreef – oorspronkelijke titel ‘La Ultima Cita’ (De laatste afspraak), later bekend geworden als ‘El Rosario De Mi Madre‘ (De rozenkrans van mijn moeder) – lagen de prioriteiten anders:

Devuélveme mi amor, para matarlo
Devuélveme el cariño que te di
Tú no eres quién merece conservarlo
Tú ya no vales nada para mí
Devuélveme el rosario de mi madre
Y quédate con todo lo demás

Geef me mijn liefde terug, dan kan ik die doden
Geef me de tederheid terug die ik je gaf
Jij bent het niet waard om haar te houden
Jij betekent niets meer voor mij
Geef me de rozenkrans van mijn moeder terug
En al het andere mag je houden

Screen Shot 2014-06-28 at 10.43.16 PMWe kunnen de achtergrond van de tekst alleen maar vermoeden. Ik zie er een complete telenovela achter opdoemen: jongeman is hevig verliefd op meisje. Hij ziet een gezamenlijke toekomst voor zich en als ultieme blijk van zijn affectie geeft hij haar de rozenkrans van zijn overleden moeder. De rozenkrans die zijn moeder altijd tussen haar vingers liet glijden als ze haar smartelijke gebeden hemelwaarts zond. Zijn moeder, die (mogen we aannemen) altijd hard heeft gewerkt om de kinderen een goede toekomst te geven en jong is overleden. Een seculiere heilige (zoals veel latino’s geneigd zijn hun moeder te zien). Toen kwam die knappe jonge vrouw op het toneel. Net zo’n nobele ziel als de overleden moeder. En wat geeft hij zo’n meisje? Precies, de gekoesterde rozenkrans van z’n mamá. En dan komt die fatale avond: hij betrapt het meisje in een innige omhelzing met een andere man. Einde droom. Hij hoeft haar nooit meer te zien. Ze mag nog van geluk spreken dat hij haar noch haar minnaar iets aandoet. Maar die rozenkrans – die moet terug!

Het liedje is een vals peruano, letterlijk een Peruaanse wals. Een genre dat qua ritme inderdaad een wals is, maar qua gevoel en thematiek dichter bij de tango of de bolero staat dan bij de ‘Schöne Blaue Donau’. Tekstueel valt dit lied, zoals de meeste andere valses, voor Nederlandse oren onmiskenbaar in de categorie smartlap, maar in Peru wordt het zeker niet als kitsch gezien. Eerder als authentiek nationaal cultuurgoed. Volkscultuur, dat wel. Met wortels in zowel de Europese wals als de Afro-Amerikaanse ritmes. Ontstaan in de armste buurten van de hoofdstad Lima en pas halverwege de twintigste eeuw enigszins salonfähig. Mario Cavagnaro schreef het voor het trio Los Troveros Criollos. Dat was een legendarische groep die heeft bestaan van 1952 tot 1962, in verschillende samenstellingen, soms was het een duo en soms een trio. Een vaste naam was zanger/gitarist Lucho Garland (geboren in 1930, en nog altijd onder ons), die in elke samenstelling present was. En zelfs in de jaren 90, toen de Troveros een korte comeback beleefden, was Garland er weer bij.

Los Troveros Criolos

‘El Rosario de mi Madre’ werd pas een grote hit toen het ook door anderen werd gecovered. Eerst alleen door Peruaanse trio’s en duo’s als Los Embajadores Criollos en Los Dávalos, die niet heel erg afweken van de stijl van het origineel. Maar later ook bijvoorbeeld door de Ecuadoriaanse hartenbreker Julio Jaramillo – ‘El Ruiseñor de América’, oftewel de Nachtegaal van [Latijns-] Amerika. Die maakte er een meer sentimentele, maar minstens zo aansprekende versie van. Nóg meer drama hoor je in de versie van de Spaanse zangeres María Dolores Pradera. Zij zet het tragische element zwaarder aan. Het opmerkelijke van de Peruaanse música criolla (waar de vals onder valt) is juist dat de teksten weliswaar intens dramatisch zijn (denk: liefde, bedrog, jaloezie, noodlot, dood, misdaad, gevangenis) terwijl de gitaarmuziek lichtvoetig en sierlijk blijft. Weer later, in 1997, kwam het lied opnieuw bovendrijven in de soundtrack van de Almodóvar-film Carne trémula. In een flamenco-versie. Ook dat kan het hebben.

Tags: , , , , , , , , ,

-->