nummer van 17/04/2014 door

‘Novocaine For The Soul’ van Eels

Hoe origineel waren de alto’s?

Eels – Novocaine For The Soul

In zwart-wit zien we van bovenaf hoe Mark Oliver Everett naar zijn platenspeler loopt, de aan-knop beroert, de arm beetpakt tussen duim en wijsvinger en voorzichtig de naald op één van de eerste groeven van het draaiende zwarte vinyl laat zakken. Op het label in het midden van de plaat staat een witte kat afgebeeld die tevreden in de richting van de klok meedraait. We horen drie tikken op een snaredrum, een swingritme en een piano die één basnoot aanhoudt, dit alles onderdrukt door de typische ruis van oude muziek afgespeeld op een te oude plaat. Dan komt pas dat ene moment: die xylofoonmelodie die je binnen twee tellen herkent en die van het bloedmooie ‘Novocaine For The Soul’ direct een alto-klassieker maakte.

Ach, de alto’s. De alternatieve rock. In de jaren 90 de échte muziek en niet de hersendodende rotzooi die je dagelijks op de radio hoorde of op de televisie zag. Commerciële pop, R&B, hiphop, trance, aan elkaar gesampled in een grote muziekfabriek en één voor één vanaf de lopende band rechtstreeks de oren van massa’s onoplettende luisteraars ingeslingerd. Gejat, uit elkaar geknipt, weer in elkaar geplakt en met een nieuw etiket door je strot geramd. Wie daar een alternatief voor zocht, vond al snel een genre met in ieder geval de perfecte benaming. Alternative.

Eels - Novocaine For The SoulIn retrospect valt er veel over alternatieve muziek op te merken. Dat het dood is. Dat het nog leeft, maar dat het tegenwoordig indie heet. Dat het even commercieel was als de mainstream. Dat die mainstream eigenlijk ook best een stel mooie liedjes heeft voortgebracht. Maar dat alternatieve artiesten uit de jaren 90 er net zo gulzig op lossampleden als de mainstream, hoor je minder vaak. Alleen in 1997 al, het jaar dat ‘Novocaine For The Soul’ in Europa uitkwam, bracht het genre tenminste drie gigantische hits voort met gerecyclede stukken muziek. Even terug naar die ronddraaiende kat op het zwarte vinyl. Het is de kat van het singlehoesje van ‘Novocaine For The Soul’, maar eigenlijk zouden we een foto van een lachende Fats Domino op het label moeten zien. De klanken uit Mark Oliver Everetts platenspeler, de drie tikken op de snaredrum, het swingritme en de piano die één basnoot aanhoudt, zijn afkomstig van zijn ‘Let The Four Winds Blow’ uit 1961.

Fats Domino: Let The Four Winds Blow (1961)

The Verve

Minstens zo iconisch als de platenspeler van Eels is het volgende beeld uit de alternatieve muziekscene van 1997: The Verve-zanger Richard Ashcroft die met zijn leren jack en zijn stronteigenwijze Britse kop iedereen omverloopt terwijl hij ‘Bitter Sweet Symphony’ zingt. De strijkers die iedereen – alto of niet – kan meefluiten, zijn afkomstig van een orkestversie van de Rolling Stones-single ‘The Last Time’, opgenomen door Stones-producer Andrew Loog Oldham in 1966. The Verve dacht ermee weg te komen, maar werd al vrij snel van plagiaat beticht. De sample was dan ook weinig subtiel.

The Verve – Bitter Sweet Symphony

Andrew Oldham Orchestra – The Last Time (1965)

Radiohead

1997 bracht met ‘Karma Police’ ook één van Radioheads grootste klassiekers. De boegbeelden van de alternatieve muziek hebben volgens whosampled.com maar liefst vier keer andermans muziek gebruikt voor hun eigen liedjes, al zijn ze daar sinds 2001 niet meer op betrapt. In het refrein (1:18) van hun tweede single uit 1997 horen we ‘Sexy Sadie’ van The Beatles op de achtergrond. Wederom een liedje uit de jaren 60, wederom een grote hit voor een alternatieve groep en, het mag worden opgemerkt, wederom een práchtige videoclip.

Radiohead – Karma Police

The Beatles – Sexy Sadie (2009 Stereo Remaster)

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

-->