nummer van 12/03/2014 door

‘Bâtard’ van Stromae

Waarheid in tegenstrijdigheid

Stromae – bâtard

Er is een nieuw Franstalig fenomeen opgestaan: Stromae. De Belg maakte in 2010 al naam met ‘Alors, on danse’, de clubhit met de vervelend pakkende saxofoonsample waarin hij verwoordde dat we vaak alleen uitgaan en drinken om onze problemen te vergeten. Ook Kanye West kon de verleiding van Stromae’s beat destijds niet weerstaan. Op zijn nieuwe album Racine Carrée (het wiskundige begrip wortel) gaat Stromae dieper in op thema’s van zijn eerste plaat en haalt hij nieuwe onderwerpen aan die hem duidelijk aan het hart gaan.

Het ding met de thema’s die Stromae met ons bespreekt, is dat ze universeel zijn, zeker op de manier waarop hij ze behandelt, in perfecte pop fashion. Mode is tegenwoordig vluchtig, maar voor wat het vandaag is, bewijst Stromae wel een neus te hebben. Nog belangrijker, hij heeft het talent daar iets mee te doen dat de moeite waard is, zowel muzikaal als tekstueel. Om daar ondanks de taalbarrière iets meer over te begrijpen, gaan we vandaag langs alle nummers van het album.

‘Ta fête’

Stromae – ta fête

Het is oneerlijk Stromae te reduceren tot iemand die albums vult met alleen slimme electrobeats, maar toch kondigt de opener van Racine Carrée aan precies dat te doen. De tegenstrijdigheid begint hier echter al; terwijl alles aan het nummer feest schreeuwt, laat Stromae weten te begrijpen dat feesten eigenlijk geen feesten zijn als je niks te vieren hebt. Zo zal het verder op de plaat gaan; Stromae’s kritische teksten zijn helder, maar altijd omlijst door perfect uitgekiende moderne pop, gemaakt door iemand met een extreem muzikaal oor en het ritmegevoel dat (ex-)drummers in het bloed hebben.

‘Papaoutai’

Stromae – Papaoutai

‘Ta fête’ wordt gevolgd door ‘Papaoutai’, een neologisme dat fonetisch de vraag “Papa, où t’es?” maakt, “Papa, waar ben je?” Het thema van vaderdom en ouderschap, of om preciezer te zijn, ons gebrek aan kennis en het nemen van verantwoordelijkheid ervoor, zal vaker komen bovendrijven. In een tijd waarin traditionele gezinssituaties niet meer vanzelfsprekend zijn, komt Stromae’s simpele, bijna kinderlijke, vraag meteen tot de kern en raakt het de juiste snaar.

‘Bâtard’

Stromae’s overpeinzingen over vaderdom konden niet anders dan een reflectie zijn van zijn eigen foyer en ook zijn zichtbaar exotische afkomst. Hij noemt zichzelf “ni l’un, ni l’autre”, noch het een, noch het ander, in het verleden, in het nu en voor altijd. Deze kreet, gezongen in ‘Bâtard’, krijgt de kracht van een leus die iedereen die tussen twee kleuren en culturen in zit met zijn vuist in de lucht kan scanderen. Stromae’s rapverleden is in het gegrom van zijn bas-stem goed te horen, maar deze jongen kan ook zingen en dat hoor je zelfs als hij het probeert niet te doen.

‘Ave Cesària’

Stromae – ave cesaria (audio)

‘Ave Cesària’ is een ode aan de Kaapverdiaanse zangeres Cesária Évora, gegoten in een fictief liefdesverhaal tussen haar en Stromae. Zo perfect als zijn vlinderdasje om zijn hals geknoopt is, is in dit nummer te horen dat hij alles volledig onder controle houdt in zijn producties. Het koor dat een Braziliaanse kleur aan het nummer geeft, heeft hij waarschijnlijk met de hand uitgekozen en de vrouwenstem die in de verte boven de rest uitsteekt nog eens met een speciaal handschoentje. Stromae staat ook bekend om zijn onberispelijke voorkomen dat deel uitmaakt van zijn volledig uitgedachte imago. Hier is niks toeval.

‘Tous les mêmes’

Stromae – tous les mêmes

In ‘Tous les mêmes’ gaat Stromae een stap verder in het thema noch het één, noch het ander te zijn. Vanuit een vrouwelijk perspectief zingt hij over ontrouwe en ondankbare mannen, geïdealiseerd door moeders, onterecht geliefd door hun dochters. Met een opgemaakt gezicht aan de ene kant en een scherp mannenkapsel aan de andere kant belichaamt hij letterlijk beide seksen en brengt hij de moderne mannelijke deugd open te staan voor zijn vrouwelijke kant naar een geheel nieuw niveau. Zelden is een jongen zo goed weg gekomen met het in de mond nemen van de term “ongesteld zijn”. Het rozige pak en het gekrulde kapsel die daarbij horen, staan hem bijna te goed.

‘Formidable’

Stromae – Formidable (ceci n'est pas une leçon)

‘Formidable’ was de tweede single van Racine Carrée en een manier voor Stromae te laten zien wat voor soort artiest hij wilde zijn: een entertainer. In de bijbehorende clip werd dankzij verborgen camera’s vastgelegd hoe hij onschuldige Brusselse voorbijgangers lastigviel met zijn pathetische dronkenmansgebral, het geacteerde gevolg van een nacht doorhalen. Op het podium houdt hij die act vol. Een nummer lang geloven we dat hij van lamlendigheid bijna door zijn benen zakt en op het punt staat in huilen uit te barsten, zoals ook Jacques Brel dat kon doen in ‘Ne me quitte pas’. Bovendien, dronken mensen spreken de waarheid, en wederom zijn Stromae’s teksten raak, ook al zijn ze pijnlijk.

‘Moules frites’, ‘Carmen’, ‘Humain à l’eau’

Stromae – moules frites

In ‘Moules frites’ spreekt Stromae zichzelf toe op het denken via zijn kruis, in ‘Carmen’ richt hij zich weer op iedereen en neemt hij ons gedrag op sociale netwerken op de hak. In een moderne herziening van Bizets Carmen maakt hij rijmwoorden van Twitter, ‘on se follow’ en solo. Het is een beetje schokkend om dit soort termen in coupletten terug te horen, maar in feite niet vreemder dan dat groovy in de jaren 70 een hypewoord was.

Stromae – carmen

In ‘Humain à l’eau’ gaat Stromae verder met het verkondigen van zijn visie en kritiek op de hedendaagse maatschappij, muzikaal begeleid door een geluid van agressieve techno waarvan ik op geen enkele manier kan verantwoorden waarom ik het goed vind. Sterker nog, het roept oergevoelens bij me op met visioenen van vechtende volkeren die blootsvoets op elkaar afstevenen in een gevecht op leven of dood. Popcultuur heeft lelijkheid – zowel in beeld als in geluid – al omarmd en artiesten die datzelfde doen plukken er nu de vruchten van.

Stromae – humain à l'eau

‘Quand c’est’, ‘Sommeil’

Stromae – quand c'est ?

Het einde van het album nadert, maar de eis voor kwaliteit neemt daarmee niet af. ‘Quand c’est’ zou goed één van de eerste liedjes kunnen zijn die de ziekte kanker, in gepersonifieerde vorm, vraagt om de borsten van moeders en de levens van kinderen met rust te laten, waarna ‘Sommeil’ je naar een zonnig pretpark teleporteert op een dag dat alles gaat zoals het hoort. Weer zoekt Stromae de waarheid in tegenstrijdigheid: “la fête, je l’ai assez faite moi, on se voit demain” (die feesten heb ik allemaal al gezien, we zien elkaar morgen wel). Muzikaal gezien zijn vergelijkingen met Beyonce’s ‘XO’ makkelijk te trekken, alleen maakt Stromae hier van de vrolijke stemming gebruik om zijn vinger op de zere plek te leggen.

Stromae – sommeil

‘Merci’, ‘Avf’

Stromae – merci

Na het rustmoment van een instrumentaal nummer dat Stromae’s nostalgie voor 90s dance verder onderstreept (‘Merci’), eindigt Racine Carrée met het zwakste nummer van de plaat, ‘Avf’. Het doet niets af aan het geheel, want de succesformule staat nog steeds als een huis. Racine Carrée is een extreem goed uitgevoerde popplaat die van vaak kille en onpersoonlijke electrogeluiden iets menselijks heeft gemaakt. Stromae noemt het beestje bij zijn naam en dat werkt goed bij een Europees publiek dat soms iets te nuchter is voor een popster als Beyoncé. Relatieproblemen heten bij Stromae menstruatie en wat Queen B drunk in love noemt, noemt hij gewoon zat zijn. Uiteindelijk is het enige dat deze plaat niet universeel maakt de taal.

Tags: , , , , , ,

-->