nummer van 06/03/2014 door

‘Woody ‘N You’ door Coleman Hawkins

Max Roach helpt de bebop uitvinden

Coleman Hawkins – 1939 Body and Soul

Miles Davis wilde hem. Charlie Parker wilde hem, net als Duke Ellington, Dinah Washington, Chet Baker, Thelonious Monk. Noem ze maar op. En allemaal kregen ze hem, samen met nog tal van andere bekende jazzmuzikanten. Max Roach was een lange tijd misschien wel de meest gewilde, belangrijkste en coolste drummer op de aarde. Het bewijs is zijn invloed op hoe jazz zich heeft ontwikkeld in de jaren veertig.

De in 1924 in North Carolina geboren Roach, verhuisde al op jonge leeftijd naar Brooklyn. Jazz floreerde daar in die tijd, maar Roach was niet de enige die zijn heil in de muziek zocht. Hij had een beetje geluk op de weg naar sterrendom. Begin jaren veertig was hij te jong om in het leger te moeten zoals veel van zijn leeftijdgenoten en medemuzikanten, maar net oud genoeg om zijn drumstokken het verhaal van de nieuwe jazz te laten vertellen. Daardoor stond Roach in de jaren veertig aan de wieg van de bebop, samen met enkele andere innovatieve muzikanten zoals Dizzy Gillespie. Niet alleen maar omdat iedereen aan de andere kant van de oceaan Europa aan het bevrijden was, zijn talent zal ook wel meegespeeld hebben.

Bebop

Roach is te horen op wat wel het allereerste bebopnummer ooit wordt genoemd: ‘Woody ’N You’ uit 1944, geschreven door Dizzy Gillespie en uitgevoerd door Coleman Hawkins en zijn orkest (met daarin ook Gillespie en de nog niet eens 20-jarige Roach).

Als je goed luistert, hoor je Coleman Hawkins op de tenorsaxofoon improviseren zoals jazzsaxofonisten dat daarvoor al jaren deden. Hawkins is fantastisch en een genot om naar te luisteren, maar zijn accenten op de downbeat zijn niks nieuws onder de zon. De echte stijlbreuk is te horen als Gillespie zijn trompet laat spreken. Hij legt totaal andere accenten dan Hawkins doet, waardoor het voor die tijd erg radicaal moet hebben geklonken. Gillespie houdt zich niet aan de geijkte accenten van de vierkwartsmaat met zijn downbeat, maar speelt strenge en scherpe ritmes en zoekt zelf uit waar hij de accenten legt.

Het is een nieuwe manier van improviseren die van jazz een veel vrijere muziek maakt. Vanaf 0:51 hoor je zowel Hawkins als Gillespie. Hawkins mooi op en rond de tel, Gillespie kiest al een iets vrijere rol en schettert er een beetje doorheen. Op 1:29 gaat Gillespie helemaal los.

Max Roach

Op de tel

Maar Gillespie had wel een stevig anker nodig, zodat hij flink kon afdwalen zonder de weg helemaal kwijt te raken. En daar komt Max Roach om de hoek kijken. Hij zorgde ervoor dat de bebop zijn vorm kreeg.

Roach benaderde jazzdrummen anders dan zijn voorgangers. Die benadering is eigenlijk vrij simpel uit te leggen. In plaats van bijvoorbeeld met de basdrum het accent op een tel in de maat te leggen, geeft Roach op de ride (een van de bekkens) de tel aan, zonder daarbij de dan nog gebruikelijke duidelijke accenten te leggen. Daardoor wordt het ritme subtiel en flexibel en krijgen solospelers zoals Gillespie de ruimte om veel vrijer te improviseren. Met deze andere benadering ontstaat eigenlijk de bebop en de rest van de moderne jazz in de jaren veertig. Eigenlijk doordat Roach net even iets anders de maat aangeeft.

De jaren daarna speelt Roach met de groten der aarde en hij blijft tot ver in de jaren negentig drummen. In 2007 overlijdt hij op 83-jarige leeftijd, na bijna een leven lang achter de drumkit.

Tags: , , , , , , , , , , ,

-->