nummer van 21/02/2014 door

‘Somewhere to lay my head’ van The Sensational Nightingales

Krachtiger, luider, overtuigender

The Sensational Nightingales – "Somewhere To Lay My Head"

Ook grote artiesten hebben zo hun eigen idolen. Het maakt ze welhaast menselijk. Zoals Ella Fitzgerald (1917-1996) opkeek naar Connie Boswell (1907-1976) van The Boswell Sisters, en zich door haar zangstijl liet beïnvloeden, zag Wilson Pickett (1941-2006) zijn ultieme voorbeeld in de frontzanger van The Sensational Nightingales, Julius ‘June’ Cheeks (1929-1981). Cheeks leerde Pickett de nobele kunst van het preken, waardoor zelfs zijn meest seculiere liedjes klonken als overtuigde gospelsongs. Toen Pickett in de jaren 50 bij zijn vader in Detroit ging wonen, zong hij aanvankelijk ook alleen maar gospel. Als lid van The Violinaires zou hij zijn manier van zingen modelleren naar die van Reverend Julius Cheeks, die in dat decennium de dienst uitmaakte als frontman van een van de meest prestigieuze, zwarte gospelgroepen. Pickett zou uiteindelijk, net als Sam Cooke en veel andere gospelzangers, kiezen voor de muziekindustrie; hij wilde best gospel blijven zingen, maar er moest ook geld verdiend worden.

Die kenmerkende, schreeuwerige uithalen van Wilson Pickett, maar ook die van James Carr en soms zelfs die van Bobby Bland, danken we dus aan Julius Cheeks. Het zijn uithalen die bedoeld lijken te zijn om luisteraars te overtuigen van hoezeer de zanger meent wat hij zingt. Kort nadat zijn groepgenoten ‘Somewhere To Lay My Head’ op gemoedelijke wijze inzetten, maken zij de weg vrij voor een man met een missie, een missie die binnen drie minuten volbracht moet worden. Julius begint rustig en bedachtzaam, danst mee met het ritme, op het handgeklap van de andere leden, terwijl hij met zijn hese, gruizige stem zijn boodschap verkondigt, zin voor zin. De muziek gaat in zijn bewegingen zitten en met elke herhaling worden zijn teksten krachtiger, luider, overtuigender, terwijl hij zo nu en dan zijn hoofd naar boven richt. Of zoals Laurence Cole het in Deep Soul Ballads (2010) omschrijft:

Although known as ‘June’, the way Cheeks headbutted piles of lyrics into mash had more of an angry March wind about its tendency to whip up a storm than anything early summery.

Ongemerkt belandt het nummer in een vloeiende cadans terwijl Julius ons steeds meer in zijn greep heeft; zijn stem krijgt diepte, diens rauwheid maakt zijn performance ‘echter’. God, wat méént hij het. Het werkt bijna hypnotiserend om naar hem te kijken, naar hoe hij met elke zin meer gewicht geeft aan wat hij wil zeggen. Hij lijkt door zijn vastberaden manier van zingen bezeten van een overtuiging, wat die overtuiging ook mag zijn. Natuurlijk gelooft Julius in God, dat is duidelijk, maar hij gelooft ook in zichzelf. Dat zie je, en wij zouden hem op onze beurt niet geloven als dat niet het geval was. Bekeren tot je een ons weegt, of in Cheeks’ geval, tot je stem het opgeeft.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->