nummer van 10/02/2014 door

‘Free Bobby Now’ van The Lumpen

Radicaal goed

The Lumpen – Free Bobby Now – Seize The Time.wmv

Tijdens mijn studie heb ik een paper geschreven over funk als uitgelezen protestmuziek van de Afro-Amerikaanse bevolking. Nu is funk lang niet het eerste genre waarin onvrede geuit wordt; al sinds de negentiende eeuw is er sprake van protestliederen tegen de slavernij. Van veel oude spirituals, die niet alleen in de kerk, maar ook tijdens het werk op het land gezongen werden, wordt gezegd dat het gemaskeerde aanklachten tegen de slavernij waren. Bijbelse verhalen zoals de uittocht van de joden uit Egypte onder leiding van Mozes spraken de onderdrukte zwarten aan en waren natuurlijk gemakkelijk te vertalen naar hun eigen situatie.

Strange Fruit

Strange Fruit

Aanloop

Ook in de jaren na de eeuwwisseling bleven zwarte artiesten hun ongenoegen uiten, zij het nu wat minder subtiel. Ethel Waters was nog subtiel: “How would it end…ain’t got a friend. My only sin.. lies in my skin. What did I do…to be so black and blue”. Al puilt het nummer wel uit van sarcasme. Billie Holiday liet de grappen achterwege: “Southern trees bear a strange fruit. Blood on the leaves and blood at the root. Black bodies swinging in the southern breeze. Strange fruit hanging from the poplar trees.”[1]

In de jaren zestig werd de lokroep om verandering luider. Afro-Amerikaanse burgerrechtenorganisaties werden groter en talrijker. Steeds meer soulartiesten waren van mening dat ze niet langer enkel zoetsappige liefdesliedjes konden blijven zingen. Marvin Gaye, Curtis Mayfield, The Temptations, Otis Redding, Sam Cooke, … allemaal namen ze protestliederen op.

Radicalisering

Terug naar dat paper van me. Het punt dat ik destijds probeerde te maken, was dat er een rechtstreekse link is tussen de radicalisering binnen de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging en de muziek die door hen gespeeld en beluisterd werd. Laten we eens kijken naar een voorbeeld van één van de grootste zwarte artiesten aller tijden, James Brown. Allereerst een oude hit:

James Brown ♬PLEASE PLEASE PLEASE

En vervolgens zijn civil rights anthem:

james brown,say it loud i'm black and i'm proud

Hardere standpunten vragen om hardere songs. Mooie melodieën en harmonieën maken plaats voor strakke ritmes en leuzen. Ik weet niet meer wat ik juist geschreven heb, maar weet nog wel dat het cijfer teleurstellend was. Toch was ik er van overtuigd dat ik een punt had. En ik ben niet de enige.

Een half jaar geleden verscheen Party Music: The Inside Story of the Black Panthers’ Band and How Black Power Transformed Soul Music. Ik heb het boek zelf nog niet gelezen, maar uitgaande van de titel durf ik te zeggen dat auteur Rickey Vincent zijn stelling beter heeft kunnen bewijzen dan dat ik dat kon.[2]

Wat Vincent dan zoveel beter doet dan ik, dat lees ik nog wel, maar ik wil alvast een facet uit zijn boek dat hij in de titel noemt belichten: The Black Panthers’ Band.

Zelfde doel, ander middel

Black Panther Party is de meesten wel bekend. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de NAACP probeerden de Panthers de strijd niet in de rechtszaal te beslissen, maar kozen ze voor gewelddadig verzet om zich de vrijheid toe te eigenen die hen afgenomen werd.[3] De leiders van de beweging geloofden sterk in het idee van Haves and Have-nots, van een klasse die de macht had en een klasse alles ontnemen werd. In hun marxistische theorieën weken de leiders van de Black Panthers wel in één aspect behoorlijk af van de theorie van de Duitse denker:lumpen_stage ze kenden veel belang toe aan het Lompenproletariaat. Dat je je muzikale spreekbuis vernoemt naar dat deel van de bevolking dat er maar niet in slaagt om zich bewust te worden van de klassenstrijd en daarmee zelfs een obstakel in de revolutie kan vormen, dat spreekt boekdelen.

Die Lompen, die moesten aangepakt worden, die moesten overtuigd worden van het belang van de strijd tegen de gevestigde waarden. Bill Calhoun, Clark (Santa Rita) Bailey, James Mott en Michael Torrance waren natuurlijk zelf geen Lompen, maar zo noemden ze zich wel. In de eerste plaats waren ze Panthers. Ze werkten vaak samen en zongen dan. Gewoon, om het werk wat aangenamer te maken. Het idee om een band te vormen kwam van Emory Douglas, de verantwoordelijke voor cultuur binnen het partijbestuur. De redenering was even geniaal als voor de hand liggend: “Niet iedereen leest, maar iedereen luistert naar muziek.”

The Lumpen was eerder een middel dan een band. Het was een muzikaal pamflet, een ander middel om hetzelfde doel te bereiken. De onwetende, onwillende massa moest bereikt worden en dat zou het best gaan met muziek. Als snel trad The Lumpen op tijdens elke rally, in elk buurtcentrum. Een set van een uur met daarin gepaste (lees: met een tekstuele inhoud die aansluit bij de ideeën van de partij) covers van de bekendste bands en een handvol eigen nummers. Dat eigen materiaal bestond niet langer uit de zoete harmonieën die de vier aanvankelijk zongen onder werktijd, maar uit een stevige pot funk met een duidelijke slogan over Bobby Seale, de mede-oprichter van de Black Panthers die toen in de cel zat: “Bobby must be set free.”

  1. [1]Gastblogger Siofra McComb schreef eerder over de innemende vertolking van ‘Strange Fruit’ door José James.
  2. [2]Eerder schreef Vincent Funk: The Music, The People, and The Rhythm of The One, een boek waaruit ik voor een groot deel informatie voor mijn paper uit haalde. Jammer dat Party Music toen nog niet geschreven was…
  3. [3]NAACP staat voor National Association for the Advancement of Colored People. Het is de grootste zwarte burgerrechtenorganisatie.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

-->