nummer van 09/02/2014 door Meindert Bussink

‘Watermelon in Easter Hay’ van Zappa

De platonische gitaarsolo

Meindert Bussink is een ondernemende gitarist. Hij geeft lezingen en advies over muziek, educatie en innovatie en blogt hierover op Mindnote.nl. Ook doceert hij aan het Conservatorium van Amsterdam en brengt hij de Achterhoekse muziekcultuur in kaart met Behind The Corner. Maar Meindert is vooralzoals wij het al eens omschreven, “een überzappafreak”, ookal heeft hij geen orthopedische schoenen of overtollig neushaar. Wel associeert hij Frank met mosterd. Goed, Meindert Bussink vandaag, natuurlijk over Frank Zappa.

Frank Zappa – Watermelon In Easter Hay – Slide Show

Toen mij gevraagd werd om deze gastcolumn voor zondag te schrijven, heb ik nog even getwijfeld of ik niet een nummer van één van mijn andere helden – Slash, Jeff Beck, Paco de Lucia, Calexico of Wilco (lees: Nels Cline) – zou kiezen, maar nee, Zappa is mijn überheld.

Dan rest mij enkel nog het kiezen van een fijn chanson uit zijn roemruchte oeuvre: zevenennegentig albums waarvan vijfendertig postuum. Aangezien Frank door veel te veel mensen als die ‘gekke Amerikaanse muzikant’ gezien wordt, wil ik proberen een muzikaal pareltje te belichten dat ook niet zou mistaan onder de aftiteling van een mooie speelfilm. Dat deed het dan ook niet.

Frank Zappa - Joe's Garage‘Watermelon in Easter Hay’ komt van het album/rock opera Joe’s Garage (1979) en net als alle andere nummers van dat album wordt het aan- en afgekondigd door the central scrutinizer. Het verhaal gaat over een man die een rockband formeert en diverse onbevredigende relaties met vrouwen heeft, al zijn geld uitgeeft aan een door de overheid gesteunde schijnheilige religie, verschillende seksuele activiteiten verkent met huishoudelijke apparaten en uiteindelijk in de gevangenis belandt. Eenmaal uit de gevangenis komt hij in een dystopie terecht waarin muziek verboden is en hij uiteindelijk gek wordt. “Gekke Amerikaans muzikant”, hoor ik je denken.

De titel van het grotendeels instrumentale nummer verwijst waarschijnlijk naar een uitspraak toen hij het album aan het opnemen was: “Playing a guitar solo with this band is like trying to grow watermelon in Easter hay.” Eigenlijk is het nummer ook, op de introductie van the central scrutinizer na, één grote gitaarsolo. Daar wil ik het dan ook graag over hebben: gitaarsolo’s van Zappa. Alle andere gitaarsolo’s van dat album en veel andere albums worden vaak xenochroon opgenomen – opgebouwd uit overdubs van verschillende liveopnamen – maar deze solo is the real deal.

Onder meer Chuck Berry, Jimi Hendrix en Eddie Van Halen spraken allemaal een eigen taal met hun gitaar en hebben zo legio gitaristen generaties lang beïnvloed. Net als Jeff Beck heeft Zappa vrijwel geen opvolgers die met zijn unieke gitaarvocabulaire spreken. Prettige uitzondering is zijn zoon Dweezil, die zich als waardig discipel van Franks gitaarspel inmiddels ruimschoots heeft bewezen. Vanaf het moment dat die wiebelende luchtmoleculen afkomstig van Zappa’s besnaarde plank mijn trommelvliezen bevruchtten, werd ik bezweerd door zijn bizarre notenkeuze, timing en sound.

Frank en Dweezil Zappa

Frank en Dweezil Zappa

Bekend is dat Zappa parametrische equalizers in zijn gitaren had om zo gecontroleerd feedback te kunnen maken op het podium en spendeerde hij tijdens de soundcheck altijd veel tijd om zijn apparatuur “op de ruimte af te stemmen.” De combinatie van zijn gitaargeluid, de spannende 9/4 maatsoort en zijn fantastische gitaarspel met lydische ingrediënten maakt ‘Watermelon’ wat mij betreft een van de mooiste gitaarsolo’s die ik ken. Zijn zoon Dweezil die ik onlangs bij het Guitar Matrix Event van Rotterdam naar Amsterdam mocht chaufferen – heeft ook al eens gezegd dat het volgens hem de beste solo is die Zappa ooit heeft gespeeld.

Mocht je na het beluisteren van dit nummer de smaak te pakken hebben gekregen en benieuwd zijn naar meer bezwerende gitaarsolo’s van Zappa, begin dan bijvoorbeeld eens met ‘Black Napkins’, ‘Sleep Dirt’, ‘Sexual Harassment In The Workplace’, ‘Zoot Allures’, ‘What’s New in Baltimore’, ‘Sofa No. 1’ en ‘Twenty Small Cigars’.

Ik zal vanaf nu nederig mijn mond houden en besluiten met, uiteraard, the central scrutinizer:

This is the central scrutinizer. Joe has just worked himself into an imaginary frenzy during the fade out of his imaginary song. He begins to feel depressed now. He knows the end is near. He has realized at last that imaginary guitar notes and imaginary vocals exist only in the imagination of the imaginer…and… Ultimately, who gives a fuck anyway …so…so… excuse me…so…Who gives a fuck anyway? So he goes back to his ugly little room and quietly dreams his last imaginary guitar solo.

Tags: , , , , , ,

-->