nummer van 14/01/2014 door

‘I Wouldn’t Want To Be Like You’ van The Alan Parsons Project

De producer als ultieme muzikant

https://youtube.com/devicesupport

Vroeger − toen mijn wijsvinger nog te kort was voor een fatsoenlijk barré akkoord en mijn eerste gitaarversterker nog zo’n 150 weken zakgeld in de toekomst lag −  leek het werken in een muziekstudio me het mooiste wat er was. Dag en nacht met muziek bezig zijn, muzikanten helpen om hun beste werk ooit te maken en natuurlijk vooral aan veel verschillende knopjes draaien. Dat geromantiseerde beeld werd jaren later genadeloos aan diggelen geholpen toen ik voor het eerst met een eigen bandje de studio inging om een plaat op te nemen.

Als muzikant vond ik het vele wachten al tergend, maar toen ik me bedacht dat je als producer of engineer dag in dag uit weer steeds diezelfde stukken muziek eindeloos moest aanhoren, leek het me ineens het verschrikkelijkste werk dat er is. Tegelijkertijd deed het m’n respect voor de vakmensen die dit werk wel doen enorm groeien, want misschien zijn zij uiteindelijk nog wel meer muzikant dan de artiesten die de muziek opnemen. Een feilloos oog voor detail en het grotere plaatje tegelijkertijd, geduld, focus en discipline; eigenschappen die een producer in veel gevallen meer bezit dan de muzikanten zelf.

Denk je dat je het beter kunt?

Diezelfde mening begon ook vorm te krijgen bij Alan Parsons nadat hij zowel als producer als engineer aan verschillende platen had gewerkt. Niet de minsten overigens, want in de zomer van 1974 stond onder andere al Pink Floyds The Dark Side Of The Moon op zijn CV, waarbij hij als engineer in de studio aanwezig was. Hetzelfde gold voor Abbey Road en Let It Be van The Beatles, dus de toen 25-jarige Parsons wist al wel hoe het er aan toeging in de studio. Toch begonnen er ondanks die prachtige projecten ook steeds meer frustraties te groeien. De meningen en visies van de bands botsten namelijk nogal eens met zijn eigen kijk op muziek en Parsons had het idee dat zijn producties daar onder te lijden hadden.

The Alan Parsons Project

Alan Parsons, draaiend aan veel knopjes

Zo werd in diezelfde zomer van 1974 de kiem gelegd voor wat later uiteindelijk The Alan Parsons Project zou worden. In de kantine van de Abbey Road Studios ontmoette Parsons namelijk Eric Woolfson, die op dat moment als sessiepianist in de studio aan het werk was. Aanvankelijk wilde Parsons vooral dat Woolfson als manager voor hem ging werken, wat al snel het nodige succes opleverde met mooie klussen voor The Hollies, Al Stewart en Cockney Rebel. Maar ondanks dat bleef bij Parsons toch het idee knagen dat hij het zelf allemaal misschien wel beter kon. Een idee dat op geniale wijze aansluiting vond in de gedachtewereld van Woolfson.

Alles draait om de producer

Die legde namelijk op inventieve wijze een link met de filmwereld, waar op dat moment steeds vaker regisseurs als Alfred Hitchcock en Stanley Kubrick in de schijnwerpers stonden in plaats van de acteurs en actrices die in hun films speelden. En waar de regisseur in de filmwereld de persoon was waar alles creatief gezien om draaide moest dat op muzikaal vlak ook kunnen in de muziekwereld, zo redeneerde hij. Dat idee leidde in 1976 tot Tales of Mystery and Imagination, de eerste plaat van The Alan Parsons Project. Het was een conceptalbum opgebouwd rond het werk van schrijver Edgar Allan Poe en relatief succesvol, maar eigenlijk vooral een blauwdruk voor het moois dat de twee in de jaren erna nog zouden maken.

The Alan Parsons Project - I RobotVervolgalbum I Robot laat een jaar later horen waar de band echt toe in staat is. Het openingsnummer is (zoals op veel van hun platen) een geweldig opbouwend instrumentaal nummer, dat overloopt in ‘I Wouldn’t Want To Be Like You’.[1] Een single die laat horen dat het tweetal niet per se lange nummers nodig heeft om hun ideeën in een passende vorm te gieten. Parsons’ tijd in de studio bij Pink Floyd heeft weliswaar hoorbare sporen achtergelaten, maar met behulp van zanger Lenny Zakatek (die net een discohitje had gescoord met zijn band Gonzalez) overheerst de muzikale genialiteit van Parsons en Woolfson wel degelijk.

Spoorzoeken

Dat is voor een groot deel te danken aan de vooruitstrevende blik van Parsons, die constant de grenzen opzocht van wat er technisch gezien in de studio mogelijk was. Zo was hij creatief in het combineren van verschillende partijen op hetzelfde spoor, om zo meer ruimte te creëren in de slechts 24 sporen die hij tot zijn beschikking had. Zo kon het gebeuren dat een achtergrondkoortje op hetzelfde spoor als een saxofoonsolo belandde, om zo meer ruimte te maken voor de talloze effecten die hij tijdens het opnemen bedacht. En toch klinkt het ondanks al die kunstgrepen en eindeloze fantasie nergens geforceerd moeilijk of ingewikkeld en is dat misschien wel de essentie van The Alan Parsons Project: progressiviteit in zijn meest natuurlijke en authentieke vorm.

Mocht je trouwens nog een extra kijkje in de keuken willen: op Spotify is de Legacy Edition van I Robot te vinden, vol met outtakes, backing tracks, losse koorpartijen en andere bijzondere momenten tijdens de opnames van de plaat.

  1. [1]I Robot is gebaseerd op de science fiction-boeken van Isaac Asimov. De komma uit de oorspronkelijke titel is weggelaten vanwege de filmrechten van het boek die destijds al waren verkocht.

Tags: , , , , , , , ,

-->