nummer van 05/01/2014 door Barry Smit

‘Born Slippy .NUXX’ van Underworld

Lager, lager, lager, lager

Onze gastblogger van vandaag debuteerde onlangs met de roman ‘Om het nu’, waarin de jacht op kicks centraal staat. Dat Barry Smit als Nummer van de Dag ‘Born Slippy .NUXX’ van Underworld koos, zal lezers van het boek waarschijnlijk niet verbazen. Maar het verhaal dat voor hem aan dit nummer kleeft, gaat verder dan de kick. 

Underworld – Born Slippy .Nuxx

Op 16 februari 1998 veroorzaakte een dronken klootzak op een Hongaarse weg een ongeluk dat Joris Abeling het leven kostte. Naast Joris, die niet ouder dan 26 mocht worden, zat zijn beste gabber Serge van Duijnhoven, die er gezien de ravage genadig vanaf kwam met een gebroken knie en een hersenschudding. Ze waren wezen skiën op de Olympische piste in Pale, het roversnest van de Bosnische Serviërs van waaruit Sarajevo bijna vier jaar lang was bestookt met mortieren en de kogels van sluipschutters. Skiën, en kijken of ze sporen konden vinden van de toen inmiddels voortvluchtige koning van Pale: Radovan Karadžić.

Ik zat met Joris en Serge in de redactie van het literair-culturele tijdschrift MillenniuM. Het was het laboratorium van een club jonge schrijvers, journalisten, beeldend kunstenaars en vormgevers die meer dan eens ‘hemelbestormers’ werden genoemd. De term kreeg een wrange bijsmaak toen Joris het zo letterlijk nam.

Een week na het ongeluk werd Joris’ kist de gedenkruimte van de Amsterdamse Nieuwe Oosterbegraafplaats uitgedragen onder de luide klanken van ‘Born Slippy .NUXX’ van Underworld. In tegenstelling tot wat oudere aanwezigen vond ik het een volstrekt logische keuze.

Ik was 21 toen de track werd uitgebracht, Joris 24. Het waren jaren van clubs en houseparty’s en experimenten met stimulerende middelen en dit nummer ving het gevoel van die tijd. Het raakte bekend dankzij de film Trainspotting en werd zowel clubhit als festival evergreen: “Shouting lager, lager, lager, lager” werd overal luid meegezongen. Voorman Karl Hyde zei dat het geen lofzang op de roes was maar een klaagzang over de aanstaande kater. We dachten “het zal wel” en deden voort.

De tekst is niet al te pretentieus, maar als je op de dansvloer staat en er stroomt van alles door je bloed, verwacht je ook geen groot verhaal met begin, midden, einde, plot en karakterontwikkeling. Aan enkele quasi-poëtische zinnen heb je genoeg. Het gaat om het gevoel dat het nummer losmaakt. De magie van ‘Born Slippy’ is dat de opbouw een uitstekende muzikale vertaling is van het moment waarop een ecstasypil begint te werken: een eerste rush, wat tintelingen, weer een rush, weer tintelingen en vervolgens dat moment waarop je wel kunt juichen van geluk, dat het bestaan even is zoals het altijd zou moeten zijn. De 140 beats per minuut, steeds weer: het geeft dezelfde heerlijke suggestie van tijdloosheid die je in een goeie trip ervaart.

Inmiddels ben ik uitgeëxperimenteerd en sta ik nog zelden op een houseparty, maar ik heb ‘Born Slippy’ nog, dat mij nog altijd echo’s laat horen van sommige van mijn mooiste uren. Het zal echter ook altijd de weemoed oproepen over het veel te vroege einde van Joris, die de tijd van leven niet kreeg om terug te blikken. En de wrange ironie is dat het misschien wel te danken is aan die door ons zo gretig bezongen lager, lager, lager, lager.

Tags: , , , , ,

-->