nummer van 31/12/2013 door

‘Hang Me, Oh Hang Me’ door Dave Van Ronk

Het perfecte huwelijk tussen film en muziek

101 Dave Van Ronk Hang Me Oh Hang Me

Eerlijk zeggen: wie had net als ik de neiging om na de openingsscène van Inside Llewyn Davis te applaudisseren? De hoofdpersoon speelt in dat eerste moment het laatste nummer van zijn set in The Gaslight Cafe, een koffiebar in de New Yorkse buurt Greenwich. In de jaren tussen 1958 en 1971 speelden artiesten als Bob Dylan, Jimi Hendrix en Bruce Springsteen er shows in ruil voor de opbrengst uit een mandje dat door het publiek ging. Het verhaal over het muzikantenleven in die tijd wordt prachtig verteld door Joel en Ethan Coen in hun film, maar voor de muziek zelf is een artikel op Nummer van de Dag zeker op zijn plaats.

Inside Llewyn DavisWat was het nu precies waarom ik eergisteren in een donkere bioscoopzaal bijna begon te klappen? Allereerst kwam de scène zo authentiek over dat ik even vergat dat ik in het Filmtheater Hilversum zat, maar me gewoon tussen het publiek in The Gaslight Cafe waande. Natuurlijk komt dat deels door de manier waarop de gebroeders Coen het geheel in beeld brengen, maar daarnaast vooral door de performance van acteur Oscar Isaac. Niet alleen zingt hij ‘Hang Me, Oh Hang Me’ − een traditionele folksong die het meest bekend werd in de uitvoering van Dave Van Ronk − heel goed, hij speelt ook nog eens gitaar. Belangrijk detail is dat hij niet acteert dat hij gitaar speelt, maar ook daadwerkelijk met zijn linkerhand alle juiste akkoorden pakt en met zijn rechterhand tokkelt zoals een gitarist dat live ook zou doen.

IJzeren discipline en een oude gitaar

En daar komt eigenlijk de meest belangrijke reden achter de impact van die scène in beeld: T-Bone Burnett. De Amerikaanse muzikant zorgde samen met Marcus Mumford voor de muzikale invulling van de film, die grotendeels is gebaseerd op het werk van de folkzanger Dave Van Ronk. Burnett eiste een ijzeren discipline van Isaac, die dan ook niet wegkwam met een losse acteerscène waar vervolgens een studio-opname overheen werd gemonteerd. Alle optredens die je tijdens de film in The Gaslight Cafe ziet, zijn live opgenomen in een herbouwde versie van het originele koffiehuis. Aan de opnames gingen maanden van voorbereiding door Burnett en Isaac vooraf. Van het uitzoeken van de juiste gitaar (een Gibson L1 uit 1925, eenzelfde als waar blueslegende Robert Johnson op speelde) tot de manier waarop Isaac zijn gitaarkoffer moest vasthouden.

Die manier van werken en dat ongelooflijke gevoel voor detail is iets wat er voor gezorgd heeft dat veel van de films waar Burnett aan meewerkte door hun muzikale omlijsting naar een hoger plan werden getild. Een overzicht van zijn finest moments op dat vlak:

O Brother, Where Art Thou

O Brother Where Art Thou – Soundtrack – The Soggy Bottom Boys – I Am A Man Of Constant Sorrow

In deze samenwerking met de Coen Brothers zorgde Burnett bijna eigenhandig voor een heropleving van bluegrassmuziek onder het grote publiek.

Walk The Line

Reese Witherspoon – Wildwood Flower with Lyrics

In deze film over het leven van Johnny Cash hielp Burnett actrice Reese Witherspoon om June Carter ook op vocaal vlak te belichamen. Deze opname van ‘Wildwood Flower’ is mede dankzij Burnetts begeleiding door Witherspoon in één take ingezongen.

Crazy Heart

Ryan Bingham – The Weary Kind (theme from Crazy Heart)

Ook in deze film blijft Burnett dicht bij traditionele Amerikaanse muziek, die hij als geen ander weet te koppelen aan het witte doek. Het nummer ‘The Weary Kind’ dat hij samen met Ryan Bingham schreef leverde hem een Golden Globe, een Academy Award en een Grammy Award op.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

-->