nummer van 10/12/2013 door

‘Cecil Taylor’ van Jonathan Wilson

Via een oude Engelsman naar een freaky jazzpianist in de tuin van het Witte Huis

Op dit blog lees je iedere dag over verhalen achter muziek. Smakelijke anekdotes, persoonlijke herinneringen en theoretische analyses, maar in ieder geval altijd ónze verhalen. Maar waarom zouden we het niet eens gewoon aan de maker zelf vragen? Naar Tivoli in Utrecht dus, waar ik afgelopen zondag de kans had om met Jonathan Wilson  te praten over Cecil Taylor, tie-dye panty’s en karaoke.

Tussen de rijk gearrangeerde en perfect geproduceerde nummers op Wilsons laatste plaat Fanfare is ‘Cecil Taylor’ er een die wat afsteekt tegen de rest. Hoewel er veel te horen is, is de opzet toch vrij minimaal waarbij de om elkaar heen draaiende gitaarlijnen een bijna hypnotiserend effect hebben. En met een naam in de titel waar ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord heb, wordt de aandacht ook al snel getrokken. Die google je natuurlijk even braaf voor je naar een interview toegaat, maar dat loste nog niet bepaald veel van het raadsel op.

Zaney guy

“Dat nummer heette aanvankelijk eigenlijk ‘Heaven And Earth’,” verklaart Wilson. “Ik denk dat ik zo’n twee jaar geleden ben begonnen met de gitaarlijnen van het nummer en ben er eigenlijk mee bezig gebleven totdat ik de studio in ging. Tussendoor werkte ik met Roy Harper aan zijn laatste plaat. Hij is nogal een zaney guy die af en toe de meest absurde dingen uitkraamt. Zo kwam het dat hij op een dag ineens met een gek stemmetje zei: “Cecil Taylor’s on the White House Lawn.” Het was voor hem een opmerking tijdens het werk om aan te geven dat we echt met gestoorde dingen bezig waren.”

“Cecil Taylor is namelijk een jazzpianist die misschien wel één van de meest uitgesproken en wilde karakters in zijn soort is,” vervolgt Wilson. “Eind jaren zeventig werd hij door president Jimmy Carter gevraagd om op te komen treden in de tuin van het Witte Huis. Stel je een zwarte pianist voor die de meest freaky jazz speelt, op komt draven in tie-dye panty’s en waarvan de media zich constant afvroeg of hij homo is. Niet de meest gangbare gast voor een keurige en formele omgeving als het Witte Huis in de jaren zeventig. Ik heb Taylor zelf twee keer live gezien en dat was echt super far out. Toen ik me dat probeerde voor te stellen voor de neus van de president viel de opmerking van Roy op z’n plaats en had ik m’n titel voor het nummer.”

Jonathan Wilson

Hemelse harmonieën

Het verhaal achter de titel van het nummer is het niet enige opmerkelijke aan ‘Cecil Taylor’. In het tweede couplet duikt er namelijk ineens betoverend mooie samenzang op. Op zich al bijzonder genoeg, maar wanneer je beseft dat het David Crosby en Graham Nash zijn, wordt het toch nog net even wat specialer. “Ik had hen al direct op het oog voor dit specifieke nummer,” vertelt Wilson met een combinatie van trots en bescheidenheid. “Ik stuurde ze een demo van het nummer en tot mijn verbazing wilden ze graag langskomen in mijn studio om te komen zingen, wat voor mij nogal een surrealistische ervaring was. Het zijn toch de top dogs van het hippietijdperk.”

Surrealistisch is misschien ook wel de juiste term om de sfeer van ‘Cecil Taylor’ te duiden, waarbij je je al snel afvraagt hoe zoiets ongrijpbaars in een studio tot stand kan komen. “Dat begint echt met de harmonische structuur van de gitaarpartijen, die een soort van drones vormen. Door die te spelen kom je al snel in een soort van trance. Daarnaast was het ook belangrijk om een gevoel van ruimte eromheen te creëren, zodat het meer wordt dan alleen een blok geluid. Verder bestond de percussie grotendeels uit het meetikken op de achterkant van m’n akoestische gitaar, waarbij er later in het nummer nog een oude drumcomputer uit de jaren zeventig bij komt. Wat ik verder ook veel doe is het dubbelen van gitaarpartijen zodat ze mooi stereo klinken en zo nog meer ruimte te scheppen.”

Jonathan Wilson [2]Laurel Canyon

De samenwerking met Crosby en Nash lijkt ook een link te leggen tussen de oude gloriedagen van Laurel Canyon en Wilsons vermeende rol in het laten heropleven van die scene in de heuvels van Hollywood. Toch ziet hij dat zelf anders: “Dat is echt iets dat is uitgevonden door journalisten. Ik weet nog dat ik me daar bewust van werd toen ik met m’n vorige album Gentle Spirit bezig was. Ik werd in de media ineens de ‘King Of Laurel Canyon’ genoemd en vond het allemaal maar wat vergezocht. Toen ik m’n studio daar nog had en er vaak jams hield was er zeker een scene. Mijn vriend Father John Misty woonde er een tijdje tegenover me in de straat, maar dat was echt maar heel even. Er was wel iets gaande maar op het moment dat de journalisten dat begonnen te vermelden was het eigenlijk al weer voorbij en nu gebeurt er echt niets meer.”

Wanneer we het vervolgens weer over Fanfare hebben komt de diepe gelaagdheid van de plaat ter sprake. Wat betreft de productie, maar zeker ook als je kijkt naar de composities, waarbij je je afvraagt hoe je op dat niveau ooit weet wanneer een nummer echt klaar is. “Tegenwoordig weet ik wel goed hoe lang ik aan een nummer moet werken,” stelt Wilson. “Het is eigenlijk te vergelijken met het maken van een schilderij. Je werkt eraan, gaat even op een afstandje staan om er beter naar te kijken en blijft nog eens wat langer kijken. Dat ontlokt vervolgens weer inspiratie over dingen die je nog wilt toevoegen of veranderen. Ook brand ik een nieuw nummer vaak op een cd’tje om vervolgens mee te nemen naar verschillende plekken. In de auto, naar de woestijn of het strand of ik luister er eens naar als er een meisje bij me is of een vriend. Die verschillende ervaringen zorgen ervoor dat je weer nieuwe dingen hoort die zo op hun plek vallen.”

Karaoke en de kunst van het opnemen

Tijdens de opnames van zijn muziek draagt Wilson zowel de pet van songschrijver als producer. Voor veel artiesten zou dat tot een onmogelijk spagaat leiden maar voor Wilson is het heel natuurlijk, hoewel dat ooit anders was: “Toen ik me net professioneel bezig ging houden met muziek, heb ik lange tijd in een studio gewerkt waar ik backing tracks opnam voor karaokemuziek. Destijds vond ik het afschuwelijk en was ik vooral kwaad omdat ik gewoon mijn eigen muziek wilde opnemen. Ik vond het echt de meest verschrikkelijke onzin om muzikaal mee bezig te zijn. Maar achteraf was het de perfecte oefening om de juiste geluiden te vinden en heeft het me wel gebracht naar het niveau waarop ik nu werk.”

Jonathan Wilson [3]

Aandacht voor details is dus niet iets dat Wilson vreemd is, wat bijvoorbeeld goed te horen is wanneer je zijn albums eens via een goede koptelefoon beluistert. Is het dan ook bijna niet angstaanjagend om een product waar zo veel zorg en liefde inzit een wereld vol kwalitatief middelmatige mp3-spelers en YouTube-clips in te sturen? “Als je in je studio  alles hebt gegeven is het soms wel frustrerend om dat te zien worden teruggebracht tot een digitaal formaat,” erkent Wilson. “Ik denk niet dat mp3’s per se slecht klinken, maar wanneer ze niet de juiste kwaliteit hebben valt een deel van de bovenlaag van het geluid weg, waar je juist kapot voor hebt gewerkt in de studio, om het nog maar niet eens te hebben over wat dat kost aan apparatuur. Dat loopt echt compleet in de soep wanneer je het niet in de juiste kwaliteit luistert.”

“Als het aan mij ligt luistert iedereen mijn muziek dan ook over een fatsoenlijke stereo-installatie,” sluit Wilson af. “Bij voorkeur op vinyl en via een stel speakers met minimaal 10” drivers, zodat je op z’n minst die bottom end hebt.”

Tags: , , , , , , , ,

-->