nummer van 01/12/2013 door Nynke de Jong

‘Superstition’ van Stevie Wonder

Met mijn broer in een opel corsa

Gastblogger Nynke de Jong heeft een zwak voor Dolly Parton en Kenny Rogers en is allergisch voor UB40. Ze schrijft voor kranten, tijdschriften, radio en tv. Samen met profwielrenster Marijn de Vries schreef ze het boek Vrouw en Fiets en even later, alleen dit keer, Vrouw kijkt Sport. Naast non-fictie heeft ze nu ook haar eerste schreden op het pad van fictie gezet. Vandaag neemt ze ons mee terug naar het moment dat Stevie Wonder in haar leven kwam – muziek die vanaf de eerste tonen echt voor haar bedoeld leek. 

Superstition – Stevie Wonder (Live @ the White House)

Ik zat op de achterbank van de Opel Corsa. Mijn moeder reed en Jaap, mijn oudste broer, zat naast haar. Hij haalde een cassettebandje uit zijn tas. “Hier Nyn”, en hij stopte het in het cassettedeck, “dit vind jij denk ik ook wel mooi”.

Ik denk dat hij zeventien was en ik twaalf. Ik zat in de brugklas en was fan van de Spice Girls. Hij zat in zijn eindexamenjaar en was zo’n fan van Eddie Vedder dat hij zelfs onze kat naar hem had willen vernoemen. De muziek die we thuis draaiden was muziek van toen. Het waren de Eurodancegroepjes wier foto’s ik uit de Hitkrant knipte, of het waren de zingende houthakkersbloezen die hij kende via Twee Meter Sessies.

Maar nu zei het cassettedeck ‘klik’ en hoorde ik iets heel anders. Het was vrolijk en troostrijk en opzwepend en soms sentimenteel op het kitscherige af. Het was Stevie Wonder en Jaap leerde hem kennen doordat hij met zijn bigband ‘I Wish’ en ‘Sir Duke’ speelde.

Ik heb altijd genoten van muziek. Van het zingen in koortjes en het spelen op mijn trompet. Maar zo vaak blaast muziek je niet van de sokken, simpelweg omdat je nog niet wist dat muziek dat met je kon doen.

Ik wil niet zeggen dat dit moment mijn leven veranderd heeft, maar aangezien ik nog altijd weet waar we reden, wie er reed, wat we aanhadden en hoe het gesprek ging, geeft het wel aan dat dit cassettebandje van Grote Waarde voor me is geweest.

Het was de eerste keer dat ik muziek hoorde die echt voor mij bedoeld leek. Alsof hij dit voor mij maakte, alsof Stevie alleen maar zong om mijn hart een stukje op te tillen. Het was muziek waarvan je wel vrolijk moest worden, omdat je hoorde dat de man die het speelde er zoveel lol aan beleefde. Het klonk als vanzelfsprekende muziek, terwijl die zo ingenieus in elkaar zit.

Het voelde alsof mijn broer door dat ene cassettebandje een deur openzette naar een wereld die ik niet kende maar waar ik wel verrekte graag zou willen zijn en waar ik ook helemaal bij hoorde.

En nu, vijftien jaar later, kan ik met overtuiging zeggen dat geen artiest zo goed bij mij past als Stevie Wonder. Ik hoor genoeg muziek die me raakt of me intrigeert, maar dat gevoel wat ik had toen ik achterin die Opel Corsa voor het eerst Stevie Wonder luisterde, dat heb ik nooit meer gekregen. Altijd kom ik terug bij hem en elke keer als hij opstaat hoor ik weer nieuwe dingen.

(Natuurlijk heb ik het nu wel over zijn werk uit de jaren 70, maar zoals Barry in de film High Fidelity zich afvraagt: is het oneerlijk om kritiek te hebben op een voormalig groot artiest vanwege zijn zonden op latere leeftijd?)

Jaren later studeerde Jaap af aan het conservatorium van Zwolle. Voor zijn eindexamen moest hij een aantal liedjes arrangeren voor een bigband. Hij vroeg me of ik ‘Superstition’ wilde zingen.

Natuurlijk wilde ik dat.

Het was fantastisch en wederom werd ik een stukje opgetild door die geweldige Stevie en zijn onnavolgbare muziek.
Vandaar dit verhaaltje. Voor Stevie Wonder, maar zeker ook voor mijn grote broer die mij mijn muziek heeft gegeven.

Tags: , , , , , ,

-->