nummer van 17/11/2013 door Marc Fabels

‘Sunset’ van Roxy Music

het laatste nummer: de ware aard van een artiest

Gastblogger Marc Fabels is een creatieve duizendpoot. Hij schrijft en ontwerpt – binnenkort verschijnt zijn tweede gebundelde selectie verhalen, met ook schilderijen van eigen hand, onder de titel Prozaïek 2 – en maakt muziek: nu akoestisch, maar in de jaren negentig met de redelijk succesvolle band Cords, die middels een Amerikaans platencontract hun debuutalbum mocht opnemen in New York. Nadat de band in 1999 uit elkaar ging, speelde Marc nog een tijdje in een andere band: Danger Men. Zijn inspiratiebronnen? Op zijn vijftiende vond hij twee albums van Roxy Music in de platenkast van zijn ouders, waarop hij het complete oeuvre kocht en die grijsdraaide tot Bryan Ferry klonk als schuurpapier. De jonge dromer was verslaafd.

Roxy Music Sunset (HQ)

Avond. Ik schenk me een glas wijn in, de fles laat ik naast de stoel op de nog warme stenen van het terras zakken. Na al het gedoe van de dag, al het schitterende vertoon, het straatlawaai, het feestgedruis en geflirt – eindelijk alleen. Zonsondergang, altijd en nooit hetzelfde. De gedachten dwalen snel af van de dingen van de dag, van wat werkelijk was, naar wat had kunnen zijn; vloeit moeiteloos over in verlangen, naar andere tijden, tijden die de mijne niet zijn geweest, niet konden zijn – omdat ze nooit bestaan hebben, behalve in de ziel van de romanticus. Er zit maar één ding op: het scheppen van dat prachtige, onbestaanbare universum uit al het mooie van hier en nu en toen – als een alchemist die uit het zachtglanzende lood van de melancholie goud probeert te destilleren. Roxy Music deed het, minstens vijf albums lang, en ik had bijna elk nummer daarvan kunnen kiezen – maar met ‘Sunset’, het sluitstuk van hun derde album Stranded uit 1973, benadert de band voor mij een muzikale schoonheid die grenst aan het sublieme.

Bryan Ferry en zijn Playmate-vriendin Marilyn Cole, die de hoes van Stranded sierde.

Alles is geoorloofd in liefde en kunst, en Roxy Music trekt met schijnbaar achteloos gemak alles uit de kast. Naar mijn bescheiden mening wordt in beschouwingen over die band vaak aan één aspect voorbij gegaan: hun oeuvre als een zoektocht naar, een ode aan schoonheid – niet alleen van vrouwen. Zeker, de muzikaliteit van de band is veelgeprezen en de gemakzuchtige indeling bij glamrock kom je eigenlijk nog maar zelden tegen; toch gaat het nog al te vaak over het bewust opgebouwde imago en hoe Bryan Ferry dat zelf ging leven. En natuurlijk, geen genre, geen cliché werd ongebruikt gelaten om het romantische universum van Ferry vorm te geven – maar altijd in onverwachte combinaties die de som der delen muzikaal ruimschoots overstijgen en, vanaf het titelloze debuut, nooit geforceerd. Als het genrecliché of het bombast al eens met bijna satanisch genoegen gevierd wordt, gebeurt dat met een fijne Britse knipoog: met zijn intonatie laat Ferry over zijn intentie nooit een misverstand bestaan. Kunst en schoonheid, het leven en de liefde zijn serieuze zaken – maar dat betekent allerminst dat je niet af en toe geamuseerd naar je eigen hooggestemde strevingen kunt kijken.

Maar dan ‘Sunset’. Het laatste nummer van Stranded (1973). Persoonlijk denk ik dat de ware aard van een muzikant of band te vinden is in de laatste nummers van albums, eerder dan in de opener of de hits, en dat is bij Roxy Music niet anders. Ineens klinkt een piano-intro écht dichtbij en eenvoudig, en als na een korte opbouw de zang en de lang aangehouden noten van een gestreken bas – een mooi, moroos geluid – erbij komen, is de melancholische toon gezet. Het repetitieve intermezzo, anders dan het intro, maar in toon gelijk, opnieuw langzaam opgebouwd naar het tweede couplet, dat rijker gearrangeerd is, maar tegelijk meer lucht tussen de gezongen regels laat. Het einde tenslotte, is ook weer een repetitieve variatie, met subtiele percussie, terwijl de string bass allerlei geluiden produceert behalve de geijkte, zodat elke weeïgheid, elke kitsch vermeden wordt. In ‘Sunset’, kortom, geen spoor van ironie. Het mikt op niets anders – niets minder – dan schoonheid. En slaagt.

De zon is onder, het is bijna donker. Ik neem nog een laatste glas wijn, en troost me met de gedachte aan een nieuwe dag, morgen. Een nieuwe dag vol bitterzoete herinneringen. En een ‘Sunset’, altijd en nooit hetzelfde, altijd weer mooi.

Tags: , , , , , ,

-->