nummer van 03/11/2013 door Chris Heijmans

‘The Drapery Falls’ van Opeth

Nog stiekem altijd een metalmeisje

Gastblogger Chris Heijmans (vrouw, 1983, woonachtig in Utrecht) werkte tien jaar voor NU.nl en is nu hoofdredacteur bij Scholieren.com. Hoewel ze tegenwoordig het liefst naar progressieve rock luistert à la Pink Floyd, Katatonia, Sigur Rós en Anathema, kon muziek voor haar vroeger niet hard genoeg zijn (de bands én het volume). Nog steeds vindt ze Opeth een van de beste bands die er is. ‘The Drapery Falls’ (van het album Blackwater Park) draaide ze grijs en haar nummer van de dag is ze nog steeds niet beu.

https://youtube.com/devicesupport

Wie mij vandaag de dag in de rij bij de supermarkt ziet staan zal niet snel raden van welke muziek ik hou. Thuis draai ik het liefst muziek waarbij je nog normaal de krant kunt lezen (Pink Floyd, Sigur Rós), maar desalniettemin bestaat ruim de helft van mijn cd-collectie nog altijd uit snoeiharde metal. Het is anno 2013 alleen niet meer aan me te zien. De tijd dat ik eruit zag als een zwarte weduwe op kisten ligt inmiddels ver achter me. Toch kan ik nog altijd waanzinnig genieten van een enorme bak herrie op zijn tijd.

De beste metalband aller tijden is voor mij Opeth, een progressieve metal band uit Zweden, die bekend staat om zijn complexe muziek die moeilijk te omschrijven valt. De composities zijn lang en uiterst onvoorspelbaar, niet echt toegankelijk. De band mixt alles door elkaar: death metal, akoestische stukken, oude folk, jaren 70-rock en onheilspellende gitaarrifs.

Het nummer ‘The Drapery Falls’ van het album Blackwater Park is daar een fantastisch voorbeeld van. Elektrisch wordt afgewisseld met akoestisch, en ook zanger Mikael Akerfeldt switcht tussen zijn kenmerkende death metal grunts en sfeervolle clean vocals. ‘The Drapery Falls’ is duister, bruut en dromerig tegelijk. En dat bijna elf minuten lang. Ja, dat kan. Bij Opeth althans wel. En dat is exact wat ik er zo geweldig aan vind.

chris-opethWanneer ik naar ‘The Drapery Falls’ luister komt onmiddellijk dat metalmeisje van meer dan tien jaar geleden weer in me naar boven. Het meisje in het zwart, wier kamer vol hing met bandposters van Opeth, Dimmu Borgir, Emperor en andere obscuurdere bands. Het meisje dat zich stoer waagde in de pit, om keer op keer onder de blauwe plekken thuis te komen. Het meisje dat vier dagen na een concert nog steeds nekpijn had van het headbangen en een elektrische gitaar aanschafte in de hoop ooit zelf op het podium van de 013 te staan. En de muziek op haar kamer zo hard zette dat de takkenherrie vijf huizen verderop nog te horen was. Ik kan met weemoed terugdenken aan die waanzinnige periode waarin muziek mijn hele identiteit bepaalde.

Opeth leerde ik kennen in de kroeg waar ik destijds meerdere keren per week kwam. Liefde op het eerste gezicht was het niet. Het heeft best een tijd geduurd voordat ik de muziek leerde waarderen. Dat kwam vooral omdat de nummers zo complex in elkaar steken. Een nummer als ‘The Drapery Falls’ moet je eerst tien keer horen voordat je ‘m mooi vindt, twintig keer horen voordat je ‘m het predicaat fantastisch geeft, en dertig keer horen voordat je tot over je oren verliefd bent. Dat is Opeth ten voeten uit. Je moet erin kruipen, je in de muziek blijven verdiepen voordat ze je in staat stelt om honderd nieuwe dingen te ontdekken. Het is geen band waar je eventjes fan van bent om de cd vervolgens te verbannen naar een donkere uithoek in je cd-kast. De liefde kan jaren duren. Zoals in mijn geval al dertien jaar. Blackwater Park is een van de mooiste albums ooit gemaakt. ‘The Drapery Falls’ het nummer dat me nog altijd weet te boeien en te verrassen.

De bandposters aan de muur zijn inmiddels ingewisseld voor keurige fotolijstjes. De elektrische gitaar zette ik drie jaar na aankoop al op Marktplaats (de nieuwe Peter Lindgren werd ik toch niet) en met buren hou ik tegenwoordig meer rekening. Maar Opeth, dat blijft waarschijnlijk een eeuwig durende liefde.

Tags: , , , , , , ,

-->