nummer van 18/10/2013 door

‘I Hear You Knocking’ van Smiley Lewis

The unluckiest man in New Orleans

Smiley Lewis – I Hear You Knockin'

Hij werd door journalist Tony Russell “the unluckiest man in New Orleans” genoemd. Of dat ook echt zo was weet ik niet, maar we kunnen op zijn minst vaststellen dat Smiley Lewis in New Orleans woonde en niet per se véél geluk had, want: Smiley wíe? In The Blues: From Robert Johnson to Robert Cray (1998) beschrijft Tony Russell waar dat ongeluk ‘m in zat:

He hit on a formula for slow-rocking, small-band numbers like ‘The Bells Are Ringing’ and ‘I Hear You Knocking’ only to have Fats Domino come up behind him with similar music more ingratiatingly delivered.

Ik heb het woord ingratiatingly moeten opzoeken; het betekent zoveel als innemend of overdreven gedienstig, pleasing. Zoals Fats Domino’s muziek blijkbaar werd gezien en die van Smiley niet. Smiley ging voor de slow-rock en nummers waarbij een kleine bezetting voldeed. Die sloegen weliswaar aan, maar niet zo goed als toen ze werden gecoverd door de meer gevestigde artiesten uit die tijd: Elvis Presley en jawel, Fats Domino. Zowel Smiley als Fats namen platen op met dezelfde bluesband uit New Orleans, maar waar Fats beroemd werd, gleed Smiley weg in obscuriteit. ‘Blue Monday’, waarvan het origineel door Smiley was ingezongen in 1954, kwam in de versie van Fats Domino begin 1957 hoog in alle Top 10-lijstjes te staan. Hetzelfde gold voor het deinende ‘One Night (Of Sin)’, een nummer dat qua melodie gebaseerd leek te zijn op ‘O Sole Mio’, waaruit later natuurlijk weer een andere Elvis-hit is ontsproten: ‘It’s Now Or Never’. Hoe dan ook: Elvis Presley populariseerde ‘One Night (Of Sin)’ in 1958, zoals dat zo mooi heet, en liet Smiley daarmee in vergetelheid achter – voor zover dat niet al het geval was.

Smiley LewisSmiley Lewis werd op 5 juli 1913 geboren als Overton Amos Lemons in DeQuincy, een klein plaatsje in de staat Louisiana. Hij was nog jong toen hij naar New Orleans trok voor de muziek. Gitaarspelen en zingen deed hij daar op straat, op Bourbon Street, totdat hij in 1935 boogie-pianist Isidore ‘Tuts’ Washington ontmoette. Terwijl hij een baantje aanhield om zijn groeiende gezin te onderhouden, sloot Smiley zich aan bij The Thomas Jefferson Jazz Band en toerde hij door heel Louisiana. De Tweede Wereldoorlog onderbrak de samenwerking met Tuts maar kort; eerste single ‘Here comes Smiley’ werd in 1947 uitgebracht. ‘I Hear You Knocking’ (1955), met Huey ‘Piano’ Smith op piano, werd uiteindelijk zijn grootste hit. Met de opbrengst daarvan kocht hij gelijk een Cadillac, die hij liefkozend ‘Lillie Mae’ noemde, naar zijn moeder. In New Orleans was het algemeen bekend dat Smiley een car man was; niemand mocht roken, drinken of eten in zijn dure wagen.[1]

Maar het geluk was van korte duur. Lewis’ carrière kwam nooit echt van de grond en werd uiteindelijk omschreven aan de hand van de volgende metafoor: Lewis was knocking on the door of the pop charts, but he couldn’t come in. Het lukte Smiley gewoonweg niet een hit te scoren. Ook aan de liedjes lag het niet; ze werden bijna allemaal geschreven door succesvolle songwriters als Dave Bartholomew en Pearl King en andere artiesten gingen er immers mee aan de haal. “It didn’t pay off,” zei Bartholomew ooit, verwijzende naar Lewis’ gebrek aan commercieel succes. Iemand die écht niet begreep waarom het hem niet lukte door te breken, was Smiley’s dochter Hazel Lemons Bell. Die zei ooit in een interview met Jeff Hannusch dat dat frustrerend moet zijn geweest voor haar vader, dat hij altijd had misgegrepen. Dat ieder ander doorbrak met liedjes die eigenlijk aan hem toebehoorden. ‘I Hear You Knocking’ is zo’n liedje, gecoverd door Fats en grootgemaakt door white girl Gale Storm in 1955. Een wat stevigere versie van Dave Edmunds zag het licht in 1972 (inclusief de kreet “Smiley Lewis!” op 1:21).

Commercieel succes is maar een klein onderdeel van de waardering voor een artiest; iedereen die ooit met Smiley samenwerkte was lovend over hem. “Smiley sang from the heart,” zegt Milton Batiste, die trompet met hem speelde in de jaren 50. “When he grabbed the microphone, everybody stopped what they were doing and listened.” Wijlen Tuts Washington voegde daar aan toe: “Lewis was always a great entertainer, he sang the blues and all those sentimental numbers. He had a voice so strong he could sing over the band, and that was before they had microphones.”

  1. [1]Bron.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->