nummer van 20/09/2013 door

‘Johnny Was’ door Stiff Little Fingers

Vijf reggaepunk-tips van de oude garde

Stiff Little Fingers – Johnny Was

In juni 1979 zaten de leden van The Clash te zwoegen op hun derde album. London Calling zou het belangrijkste werk uit hun carrière worden, mede dankzij de baanbrekende bruggen die zij wisten te slaan tussen hun punkachtergrond en andere genres als hardrock, r&b en reggae. Die laatste leek ogenschijnlijk vergezocht, maar wist de hele wereld binnen no time voor zich te winnen. Het voorwerk was dan ook al gedaan: al sinds 1977 waren er verschillende bands geweest die doorzagen dat punkers en rastafari’s meer gemeen hebben dan je zou denken. Politiek engagement en een sterk gevoel buiten de ‘normale’ maatschappij te staan overheerst in beide genres. De combinatie tussen de genoemde stijlen zorgde tussen 1977 en 1980 dan ook voor spannende platen waaruit het gevoel van wanhoop en onbestemdheid soms nog beter naar voren kwam dan wanneer één van de goedjes puur ingenomen werd. Het punkdeel werd melodieuzer, kreeg meer adem en ruimte voor nuance, terwijl de normaal wat makke reggaemuziek van een aangenaam scherp randje werd voorzien.

The Clash – London Calling

Keerpunt

Het succes van London Calling betekende een keerpunt. De kracht van reggaepunk was niet langer een goed bewaard geheim en kwam – zo gaat dat – al snel in verkeerde handen terecht. Pretpunkbandjes, die reggae en ska in hun liedjes verwerkten om de meest banale teksten van een flauw dansritme te voorzien, schoten als paddestoelen uit de grond. In de jaren 90 werd het zelfs al zo erg dat er bijna geen punkbands te noemen waren die niet ten minste één vrolijk skapunknummer in hun set hadden gesmokkeld om het festivalpubliek mee te krijgen. De geëngageerdheid, die de genres ooit bijna als natuurlijk had laten samensmelten, was weg. Iets wat in februari 1979, toen The Clash dus nog net niet in de studio zat en de broeierige reggaepunkscene op zijn hoogtepunt was, nog ondenkbaar leek. Die maand kwamen de Stiff Little Fingers uit Noord-Ierland met hun debuutplaat Inflammable Material, met daarop een zinderende cover van Bob Marleys ‘Johnny Was’. Het perfect uitgevoerde nummer laat zien hoe je door alles precies goed te doen een reggaepunkcover kunt spelen die zelfs het origineel overstijgt. Wie één keer luistert ontdekt direct al vijf tips van de oude garde voor iedere punker die zich ooit nog aan het genre wil wagen.

1. Bijt van je af

Jake BurnsDe stem van zanger Jake Burns krijst, raast, tiert, slaat over en jankt. ‘Johnny Was’ is niet gemaakt om op te feesten, maar om kippenvel van te krijgen. Al bij het eerste refrein – “Oh, oh, oh, oh, Johnny was a good man” op 2:22 – hoor je dat de man zingt over een zaak die hem aan het hart gaat. En muziek die dat gevoel oproept gaat bij mij altijd boven muziek die puur als entertainment is bedoeld. Zie ook tip 2.

2. Zorg dat het ergens over gaat

Bob Marley Een reden dat ‘Johnny Was’ zo intens klinkt, is de tekst. Johnny is het slachtoffer van straatgeweld. In het origineel een black on black crime in een van de vele ghetto’s in Jamaica, in deze cover een moord in Belfast. De problemen in Noord-Ierland spelen een grote rol op heel het album Inflammable Material. De band zat er op dat moment middenin en gebruikte muziek als belangrijkste wapen om bewustzijn te creëren bij iedereen die het maar wilde horen.

3. Durf te jammen

Stiff Little FingersDe heren stellen je voor een paradox: durf je te verliezen in de muziek, zonder de weg kwijt te raken. Al tijdens de intro hoor je dat de muzikale benadering van Stiff Little Fingers niet 100% vaststaat. Niet ieder liedje heeft een puntig punkschema van couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein en hoeft onder de twee minuten te blijven. Ze laten zich leiden door wat gebeurt, een methode die veel meer bij reggae hoort dan bij punkrock. Op die manier zit de ziel van reggae impliciet al in de muziek, zonder dat ze ook maar één noot hebben gespeeld die aan het genre doet denken. De echt magistrale jam van ‘Johnny Was’ komt echter pas op 4:00 en loopt door tot 6:30. De band improviseert er op los, zonder te vervallen in onzinnige uitgesponnen stukken. De jam is rauw, vol bezieling en resulteert in een climax die werkt als een geweerknal in je gezicht. Letterlijk, want de zin die de jambetovering op 6:35 doorbreekt luidt “A single shot rings out in a Belfast night.” De meest gepassioneerde zin die Burns uit zijn keel perst. Logisch ook, want vanaf hier gaat het niet langer om een verhaal van Bob Marley, maar wordt het een verhaal over de thuisstad van de punkband.

4. Blijf bij je sound

Sam-Champ-8Veel skapunkbands laten hun skastukken extreem clean en gelikt klinken. Compleet uitgedost met een blazerssectie en misschien wel een dansende man in pak op het podium proberen ze de skastukken zo ska mogelijk te maken en de punkstukken zo punk mogelijk. Voor velen werkt het, maar de charme in dit liedje zit hem juist in de beperkingen. Door te blijven rammelen met een halfgaar distortiongeluid kom je in dat onvoorspelbare grijze gebied terecht waar van alles mogelijk is.

5. Inspireer

Stiff-Little-Fingers-Get-A-Life---Gree-484599Naarmate het eind nadert speelt de band zo bevlogen dat je er geen moment meer bij stilstaat dat Stiff Little Fingers andermans liedje aan het vertolken zijn. De stem van Burns slaat vaker over dan hem lief is, de microfoon overstuurt zo nu en dan, maar iedereen geeft zich volledig. Geen tijd voor flauw gedoe, er moet iets worden overgebracht. De bezieling in ‘Johnny Was’ is mijns inziens nooit meer overtroffen in een reggae- of skapunknummer, en dat is een groot gemis. Stel je voor dat we nog twintig van dit soort intense nummers hadden! Misschien zouden we het niet aankunnen. Misschien zullen we het wel nooit weten.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->