nummer van 30/08/2013 door

‘Gamblin Man’ van David ‘Honeyboy’ Edwards

nooit met pensioen

David Honeyboy Edwards – Gamblin Man

In één van de eerste shots uit de documentaire Honeyboy and the History of the Blues uit 2010 steekt The Rolling Stones-gitarist Keith Richards, terwijl hij zich klaarmaakt voor een vraaggesprek, een sigaret op. We horen de interviewer ondertussen aan hem vragen hoe hij de blues zou uitleggen aan iemand die geen verstand heeft van muziek. Richards kiest de makkelijke weg en zegt: “Laat hem of haar maar een bluesplaat opzetten. Laat diegene vervolgens alleen met de muziek, om te zien wat er gebeurt.” De blues, die moet je gewoonweg voelen, is zijn oordeel: “In one way or another, it will connect.” Hij sluit af met een oneliner waar vooral hijzelf om lacht: “You can get rid of your teeth, but you can’t get rid of the blues.”

Een jonge 'Honeyboy'

Een jonge ‘Honeyboy’

De maker van de documentaire, Scott Taradash, heeft zijn hoofdpersonage dan al geïntroduceerd. De uit de Mississippi Delta afkomstige David ‘Honeyboy’ Edwards (1915-2011) tokkelt wat op zijn gitaar terwijl hij ons meeneemt naar zijn jeugd, naar de eerste keer dat hij optrad, in de jaren 20. Hij was dertien jaar oud. Niet lang daarna trok hij erop uit; hij vergezelde de twaalf jaar oudere Big Joe Williams, die zijn gitaarstijl al snel zou beïnvloeden. Jarenlang speelde hij overal en nergens, van het diepe zuiden tot aan St. Louis en Chicago. “Anywhere was home”, vertrouwde hij historicus Robert Palmer ooit toe. “Where I do good, I stay. When it gets bad and dull, I’m gone.” Dat verklaart misschien wel waarom hij wel overal speelde, maar niet altijd gelegenheid vond om zijn materiaal ook daadwerkelijk op te nemen. Hij zou in de daaropvolgende decennia in totaal maar negen eigen liedjes uitbrengen.

In de jaren 70 werd de blues weer populair, de kans een plaat op te nemen lag zelfs voor het grijpen. En dat was ook het moment dat manager Michael Frank in beeld kwam, die optredens regelde, opnamesessies organiseerde en bij tijd en wijle met hem op het podium stond. Hij zou Edwards manager blijven tot diens dood op 29 augustus 2011, inmiddels alweer twee jaar geleden. De jaren 70 waren commercieel gezien vruchtbare jaren; Edwards speelde op veel grote Amerikaanse blues- en folkfestivals. Hij bezocht Europa en Japan regelmatig. En in 1979 moet een droom zijn uitgekomen: een optreden in Carnegie Hall in New York, met Edwards als frontman van een all-starband waarin ook Sunnyland Slim en Walter Horton een plaats innamen. Met pensioen gaan was geen optie; hij bleef touren tot zijn gezondheid in 2011 het niet meer toeliet.

Bovenstaande video komt uit de geweldige documentaire Lightning in a Bottle (2004), een concertregistratie van verschillende blueslegendes in de New Yorkse Radio City Music Hall op 7 februari 2003 én geschiedenis van de blues in één. Regisseur Antoine Fuqua wisselt de optredens van onder andere Indie ArieMacy Gray, Odetta Holmes (met Levon Helm!), Mavis Staples, Ruth Brown en Buddy Guy af met fragmenten van oefensessies en artiesten die backstage anekdotes met elkaar delen. Het verhaal van de blues wordt min of meer chronologisch uiteengezet, met onze destijds 89-jarige Honeyboy vrij vlot aan het begin. Je zult zo iemand maar op je podium of in je film hebben. Iemand die tijdens De Grote Depressie al musiceerde en in 2003 nog altijd een stevig potje blues speelt. Lucinda Williams zegt dan ook over Edwards: “He is history. He is walking history. And you know, take advantage of it while it’s here.” Maar wie zegt dat Edwards zelf niet ook gretig gebruik maakte van zijn legendarische status als blueslegende, als je hem zo ziet genieten op dat immense podium? Duidelijk een win-win situatie.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

-->