nummer van 04/08/2013 door Frank Heinen

‘In our town’ van The Gasoline Brothers

Het nummer dat mijn doorbaak moest worden maar het niet werd

Frank Heinen (1985) schrijft over sport en literatuur voor HP/De Tijd, Vrij Nederland, De Muur, Hard Gras en vele andere media – nooit zonder muziek. Ook de verhalen die Joost Prinsen tijdens de Tour dagelijks voorlas in de Avondetappe waren van zijn hand. Hij werd op vierjarige leeftijd geweigerd om met de overige kleuters mee te zingen op een schoolfeest; zijn stem was te zwaar. “Mogelijk is er een groot muzikant aan mij verloren gegaan, maar waarschijnlijk is dat niet het geval.”

Gasoline Brothers – In Our Town

The Gasoline Brothers

The Gasoline Brothers

En toen vond ik mezelf op een winderige middag aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Twee dagen eerder had ik een mailtje ontvangen. Of ik, Utrechts bekendste wielerschrijver (tot dat moment één betaald stuk geschreven), wilde figureren in de nieuwe clip van de Utrechtse band The Gasoline Brothers – bekend van de zomerhit ‘There it goes’, die speciaal voor wielrenner Koos Moerenhout was gecomponeerd toen hij vorige zomer Nederlands Kampioen geworden was.

Het lied zou ‘In our town’ gaan heten. En, maar mondje dicht, het zou de officiële tune voor de doorkomst van de Giro d’Italia in Utrecht worden. Talloze Bekende Utrechters zouden hun gezicht in het clipje wringen. Er werden namen genoemd: schrijver Ronald Giphart, dichter Ingmar Heytze, acteur Edo Brunner. En o ja: Koos Moerenhout deed ook mee.

In dat lijstje mocht de naam Frank Heinen natuurlijk niet ontbreken.
Mijn debuut in een videoclip, mijn doorbraak bij TMF…
Ik mailde terug: ‘Volgens mij kan ik wel. Leuk!’ Al had ik er mijn eigen bruiloft voor moeten afblazen: we zouden er zijn, mijn ego en ik.

De opnamen vonden plaats op een dinsdag.
Het waaide nogal.
Het duurde even voor ik de afgesproken plek langs het kanaal had gevonden. Toen ik aankwam, waren de voorbereidingen al in volle gang.
Ik gaf de regisseur een hand.
‘Ik ben er,’ zei ik.
‘Ik zie het,’ zei de regisseur. Hij wist niet van mijn komst, maar vond het desalniettemin gezellig dat ik er was.
Daarna schudde ik Petra, de hoofdrolspeelster in de clip, de hand.
‘We kennen elkaar,’ zei ze. ‘Van Twitter.’
Dat was ook zo, op Twitter heette Petra @DrsPe. Sommige mensen spraken haar ook zo aan.
Ik volhardde in ‘Petra’.
Tot slot gaf ik Koos Moerenhout een hand. Hij droeg zijn rood-wit-blauwe kampioenstrui die hij had gewonnen en die hem de ode van The Gasoline Brothers had opgeleverd. Die trui was eigenlijk de reden dat hij hier nu stond, langs een winderig kanaal.
‘Koos,’ zei Koos.
‘Hallo,’ zei ik.
Koos kwam uit de Ronde van het Baskenland. Daar had het een week lang gezeken van de regen.
‘Hier ook,’ zei iemand.
‘Gelukkig,’ zei Koos.
De regisseur had intussen zijn blik laten rusten op mijn oude wit-paarse Gazelle-racefiets die ik van een noodlijdend Marktplaats-mevrouwtje had overgenomen.
‘Van wie is die?’
Ik stak mijn vinger op.
‘Zou het niet leuk zijn als hij ook mee fietst?’ vroeg de regisseur.

Koos haalde zijn schouders op, de cameraman haalde ook zijn schouders op en de rest van de aanwezigen (de drummer van The Gasoline Brothers, die mij gemaild had, Petra en Dennis, een medewerker van Rabobank) had de vraag niet verstaan.
‘Ja,’ zei de regisseur. ‘Dat is leuk: een nummer drie in een wedstrijd tussen twee mensen.’
‘Goed voor het beeld,’ zei Matthijs, de cameraman.
‘Heeft hij een wielerpak bij zich?’ vroeg de regisseur.
Nee, dat had ik niet.
Maar Dennis, van de Rabobank, had nog wel iets in zijn auto.
Gelukkig maar.

Even later stond ik naast mijn Gazelle-racefiets, in een driekwart fietsbroek, een jackje van de Rabobank en mijn oude, rode gympen van Nike.
Een helm had ik ook niet.
‘Maar hij heeft veel haar,’ zei Koos.
Het volgende moment zaten we op de fiets. Het idee was als volgt: Koos zou, als Nederlands kampioen, een race uitvechten met Petra, de anonieme wielrenner. Dat moest de clip uitstralen: iedereen kan van de Nederlands kampioen winnen, als je maar kan dromen.
Over mijn rol werd vooral gezwegen.
Het volgende moment raceten we langs het kanaal, achter een auto aan waarin de regisseur vanuit de achterbak “car chase-beelden” schoot.
Op een recht stuk van ongeveer een kilometer zouden we eindeloos heen en weer rijden, net zo lang tot de race er helemaal op stond.
Zo sjeesden we ongeveer vijftien keer op en neer: het autootje van de regisseur voorop, meteen daarachter Koos en meteen daar weer achter Petra. Een paar meter achter Petra – bang om ‘in het wiel te zitten’ en zo uit de wind te rijden – reed ik, op mijn stadsracefiets.
De Hema-fietslichtjes wapperden in de wind.

Na ruim anderhalf uur waarin hij het tempo tot flink boven de veertig kilometer per uur had opgedreven, vond Koos het mooi geweest; hij kreeg het koud.
Het had in Baskenland al gezeken van de regen en hij moest nog naar de Tour, later dat jaar.
Terwijl we ons omkleedden op het parkeerterreintje, zei Koos: ‘Dus als ik het goed begrijp, verlies ik van een vrouw en iemand met een baard.’

In het eindresultaat zie je voornamelijk een vage oranje vlek op de achtergrond. Dat ben ik. Een keer rijd ik redelijk goed in beeld, met een lach (of grimas) zelfs. Het volgende moment moet ik op het laatste nippertje uitwijken voor een tegemoetkomende auto.
Zonder helm, maar met veel haar.
Ik weet niet of de clip ooit op TMF is uitgezonden. Mijn doorbraak is het in elk geval niet geworden.
Nog niet.

Bekijk hier de making of van de clip. 

Tags: , , , , , , ,

-->