nummer van 12/07/2013 door

‘Jet Black’ van Jawbreaker

Gitzwart en steenkoud, tot op het bot

Jawbreaker jet black

De shufflefunctie van mijn iPod heeft mij vanochtend op het strand in de val gelokt.

“I tell you this because, as an artist, I think you’ll understand.” Slechts de eerste twee dissonante akkoorden van ‘Jet Black’ zijn voldoende om me de leegte in te trekken. Die wanhopige leegte, waarmee ik iedere winter opnieuw stiekempjes flirt, omdat het me tot rust brengt en beter laat nadenken over wie ik ben, wat ik doe, wat ik wil. De winterdip. Voor de meesten onbegrijpelijk, maar voor velen juist een essentiële gemoedstoestand om aan het eind van het jaar je gedachten op een rij te krijgen. Eventjes niet zwemmen, zonnen, springen, rennen, praten of lachen, maar gewoon alleen zijn en denken. Als je niet oppast, word je er te ver ingetrokken en verdwijn je in een schijnbaar bodemloze put van ellendig zelfmedelijden. Eindeloos vallen. Niets dan leegte. Gitzwart en steenkoud.

Jawbreaker bevat diezelfde magische aantrekkingskracht als de winter, zelfs op een julidag als deze. Twee dissonante akkoorden. Zij trekken je naar beneden, maar de echte verlorenheid moet nog beginnen. De moeilijke stem van Blake Schwarzenbach, de onprettig bijtende gitaarsound en de vermoeide drums, het een klinkt nog defaitistischer dan het ander, alsof niemand echt graag op de plek wil zijn waar hij op dat moment is. “I am jet black, I am stone cold. Jet black to the center.”

Jawbreaker

Gitzwart en steenkoud, tot op het bot. Woorden die bij menig emo-, indie-, postcore-, of zelfs metalband zo overdreven klinken dat het direct op de lachspieren werkt, maar Schwarzenbach en co klinken in elk aspect alsof er een zware last op hun schouders rust. Niet door theatraal te zingen of schreeuwen, niet door ingehouden tokkelgitaartjes die langzaam opbouwen tot een bombastische climax die iedere idioot al twee minuten lang ziet aankomen. Gewoon door te zijn. Gitzwart en steenkoud. De tragedie van Schwarzenbach is dat hij, al zijn dichterlijke talent ten spijt, juist niet kán zingen. Welke theatrale uithaal? Ik ben zo schor als een hoen en heb al moeite genoeg om de meest simpele melodieën uit mijn oververmoeide keel te krijgen. Je kunt het metakunst noemen, maar dat zou een veel te analyserende aanpak zijn om een nummer te begrijpen dat je vooral als een loodzware steen in je onderbuik moet voelen. Je voor vijf minuten mee laten trekken, de leegte in. Gitzwart en steenkoud. En er dan zo snel mogelijk weer uitspringen.

 

Tags: , , , ,

-->