nummer van 09/06/2013 door Thomas Heerma van Voss

‘Say hey there’ van Atmosphere

Kandidaat voor Nobelprijs voor de Literatuur

Onze gastblogger van vandaag bracht onlangs zijn nieuwe roman uit: Stern, die door onder meer Volkskrant, Trouw, Parool en NRC bejubeld werd. Daarnaast schreef Thomas Heerma van Voss (1990) ook veel over muziek, en dan met name over hiphop. Stukken van zijn hand verschenen in onder meer NRC.Next, Vrij Nederland, Das Magazin, State Magazine, KindaMuzik en tussen 2007 en 2012 was hij eindverantwoordelijke van de website Hiphopleeft.

Atmosphere-Say Hey There lyrics

Het is een vraag die me al honderden keren gesteld is en waar ik nog steeds geen helder antwoord op weet: waarom houd ik van hiphop? Soms antwoord ik iets over creativiteit, over de onvoorstelbare armoede waarin zoveel rappers zijn opgegroeid en die ze er hoorbaar toe stimuleert om koste wat kost de top te bereiken (50 Cents beroemde albumtitel Get rich or die tryin’ vat het kernachtig samen). Andere keren heb ik het juist bewonderend over de absolute rijkdom die, zodra de top eenmaal bereikt is, op de meest potsierlijke manieren wordt besproken en uitgebeeld. Maar er zijn ook dagen dat ik begin over het engagement. Of over het bombastische van bepaalde producties. Of over iemands opzwepende manier van rappen. Meestal reageert men met aarzelend geknik. Daarna wordt er meestal snel een ander onderwerp aangesneden of bloedt het gesprek dood. Maar heel af en toe krijg ik nog een vraag over hiphop: hoe kan ik van zulke ruige muziek houden als ik ook ‘literair’ schrijf, die twee werelden hebben toch helemaal niets met elkaar te maken? En dan begin ik vroeg of laat altijd over het duo Atmosphere.

Van kind naar volwassen

Liefde. Dat is een van de belangrijkste thema’s in het oeuvre van Atmosphere. Het duo, dat bestaat uit de uit Minneapolis afkomstige Ant (producer) en Slug (rapper), heeft wat dat onderwerp betreft een ontwikkeling doorgemaakt die vergelijkbaar is met de ontwikkeling van een opgroeiend kind. Eerst: de jeugd, de prille imitatiefase waarin liefde of seksualiteit geen rol speelt. De eerste albums van Atmosphere zijn vooral nabootsingen van andere hiphopacts – flarden KRS-One vermengd met flows van Kool G. Rap. Vervolgens: de puberteit. Hevige gevoelens, groots drama, veel zelfkwelling. En daarna, stukje bij beetje, de zogeheten volwassenheid: tegenwoordig maakt Atmosphere bijna alleen nog maar verantwoordelijke, beschouwende en rustige muziek. Maar voor dat die sound gevonden werd, was er natuurlijk ook nog een tussenfase. De combinatie van de huilende puber en de weldenkende huisvader, telkens laverend tussen gelatenheid en opgefoktheid, tussen verdriet en woede. En in die fase heeft dit duo vermoedelijk haar meest indringende en hoogstaande nummers gemaakt.

‘Say hey there’ is zo’n klein meesterwerk. Te beginnen met de productie: een basale, vlotte drum, met meer leven dan menig voltallige productie. Daar overheen klinkt een opzwepend pianoloopje en een goed gesampled zangstuk, die elkaar versterken. Natuurlijk, het heeft iets theatraals, zo’n kerkkoor dat herhaaldelijk zingt: “Please, have mercy on me.” Maar in dit geval werkt het perfect, omdat het zo extreem krachtig contrasteert met het rapgedeelte. En daar wordt dit nummer pas echt briljant. Slug vertelt op strakke, ongeëmotioneerde wijze, en juist daaraan hoor je dat hij het meent. Hij heeft niet van tevoren een poëtische vorm uitgedacht, hij wil niet laten zien wat hij voor raptechnieken beheerst – nee, hij wil een verhaal vertellen, en dat komt er zonder pauze en met volle overtuiging uit. Juist in dat schijnbaar emotieloze schuilt het grote verdriet. Bovendien sluit die starre verteltoon ook nog eens naadloos aan bij de inhoud van de tekst.

Slugs hotel

‘Say hey there’ verhaalt over een stukgelopen liefde, die al jaren blijft aanmodderen en waarbij de ik-verteller tot de conclusie komt: het is genoeg geweest, ik moet weg hier. Wat het nummer zo indringend maakt, is dat Slug niet alleen het verhaal vertelt of dienst doet als afstandelijke observator – nee, hij is de ik-figuur. De kracht daarvan blijkt al uit de uiterst treffende beginzin: “Whacha gonna do? / Slam doors, break a glass? / Maybe pass out on the kitchen floor with your naked ass.” Er klinkt zowel betrokkenheid als berusting in door, en die ambivalentie blijft het hele nummer aanwezig. Door zich direct tot zijn vriendin, vrouw, metgezel te wenden, laat Slug zien hoe serieus deze materie hem aangaat. En tegelijk blijkt uit de droge, afstandelijke woordkeuze ook dat de ik-verteller een besluit heeft genomen. Hij is hier klaar mee, hij wil weg.

Wat is er nu interessant aan een verhaal waarin de ik-figuur genoeg heeft van de liefde, waarom valt dat te verkiezen boven een warm liefdesnummer? Omdat die warmte hier ook vaak genoeg doorsijpelt. Die is voelbaar op de achtergrond, en dat maakt het huidige verdriet ook zo schrijnend. Het nummer vertelt niet alleen hoe pijnlijk de huidige toestand is, maar ook hoe mooi het vroeger allemaal was. En als een groot literator loodst Slug de luisteraar door die twee werelden heen. De mistroostigheid wordt geweldig verpakt in subtiel gekozen details, die vaak ook op invoelbare wijze weer worden verbonden met de vrouw die hij toespreekt (“These drugs ain’t as good as we wish they were / This buzz doesn’t keep us from missing her”). Daarnaast weet hij de gevoelloze kant van de hoofdpersoon met enkele fraai gekozen vergelijkingen te omschrijven, zoals: “She still makes time to hate me / But basically, I’m overbooked – no emotional vacancy.” Emotional vacancy: zelden heb ik gevoelloosheid zo treffend verwoord gezien als met deze impliciete vergelijking: Slugs gevoelsleven wordt gelijkgesteld aan een hotel, een van de meest troosteloze plekken denkbaar. Op zulke punten wordt ook duidelijk dat dit geen afrekening is met een oude liefde, het is evenzeer een afrekening met de ik-figuur zelf, met zijn eigen onvermogen. En zo schommelt ‘Say hey there’ steeds heen en weer,  van twijfel naar daadkracht, van lamlendigheid naar actie, van ode naar afrekening.

Literatuurprijs

Een gevaar bij muziekanalyses vind ik doorgaans dat er heel veel zinnen worden besteed aan kleine fragmenten, die vervolgens bijna altijd tegenvallen. Ik kan nog wel meer citeren, ik kan nog nader uitleggen wat Atmosphere zo goed maakt – maar volgens mij zijn de redenen voor mijn bewondering helder, en volstaat het om nu ‘Say Hey There’ te luisteren. De krachtige productie vormt bij dit fenomenale nummer de basis, maar de vernuftigheid van de raps zorgt voor het echt hoge niveau. Slugs subliem gedoseerde flow sluit naadloos aan bij de inhoud. Op ongeëvenaarde wijze bouwt hij zijn verhaal op, om uit te komen bij de ultieme climax: de piano’s zwellen aan, de woorden volgen elkaar steeds sneller op, de tas van de ik-figuur is gepakt, hij heeft zijn laatste loonstrookje opgehaald en gaat eindelijk vertrekken. Well, I’ma open up that map and see the nation / Call it vocation, call it a vacation / You can find me at the airport waiting / Or maybe I’ll be chain smoking down at the train station.” Een Nederlandse platenbaas vertrouwde me ooit toe dat Extince de P.C. Hooft-prijs verdient. Als dat zo is, verdient Slug de Nobelprijs voor de Literatuur.

Tags: , , , , , ,

-->