nummer van 14/05/2013 door

‘Renegade’ van Thin Lizzy

Een zoektocht die nooit eindigt

Thin Lizzy- Renegade (Studio Cut)

Toen ik bijna twee jaar geleden werd gevraagd om voor dit blog te schrijven, was mijn eerste voornemen om een stuk over Thin Lizzy te schrijven. Over welk nummer wist ik nog niet precies, maar dat er aandacht moest worden besteed aan één van mijn favoriete bands stond voor mij vast. Ondertussen zijn we twee jaar verder en is Arja me al deels voor geweest met een prachtig verhaal over Phil Lynott. Eigen schuld, had ik maar eerder moeten kiezen. Want dat het zolang heeft geduurd voor ik iets schrijf over mijn Ierse rockhelden is eigenlijk vooral te wijten aan eindeloos wikken en wegen.

Thin Lizzy - Phil LynottKeuzes, keuzes, keuzes …

Moest ik iets gaan schrijven over ‘Emerald’, het nummer waardoor ik ooit echt goed naar Thin Lizzy ben gaan luisteren nadat ik Mastodon het live hoorde spelen? Of over megahit ‘The Boys Are Back In Town’? Misschien wat te voor de hand liggend, dus wellicht één van de nummers waarop gitaristen Scott Gorham en Brian Robertson voor het eerst hun onsterfelijke twin leads speelden zoals ‘Suicide’ of ‘Wild One’. En dan heb je natuurlijk ook nog albums als Bad Reputation, waarvan alleen de A-kant al uitsluitend kandidaten voor een nummer van de dag bevat.

Hier ging ik niet uitkomen, dus besloot ik me voor een frisse blik juist eens te richten op de albums van Thin Lizzy die ik het minst luisterde. Van de eerste twee, Thin Lizzy (1971) en Shades Of A Blue Orphanage (1972), wist ik al vrij snel waarom dat ook al weer zo was. Te veel folkinvloeden, slechte opnames, niet te volgen psychedelische intermezzo’s en vooral een algeheel gebrek aan visie. Evenmin als de eerste twee platen van Thin Lizzy draai ik ook de laatste twee nauwelijks. En gek genoeg wisten die me na al die jaren ineens een stuk meer te boeien.

Kort door de bocht: van Renegade uit 1981 stond de gladde productie me maar niks aan en van de lege spierballensound op het in 1983 uitgebrachte Thunder And Lightning wilde ik eigenlijk ook niks weten. Jaren later zijn ze nog steeds geen favorieten, maar kan ik ze wel veel beter aanhoren. Dat komt vooral door het lezen van de biografie Thin Lizzy, geschreven door Alan Byrne. Eerlijk gezegd een nogal taai boek, maar wel boordevol interessante achtergrondinformatie waarmee deze twee laatste albums voor mij een stuk beter te begrijpen zijn.

Thin Lizzy - RenegadeDe weg kwijt

Zoals bijvoorbeeld bij Renegade, het een-na-laatste album van Thin Lizzy voordat de band in september 1983 uit elkaar ging. Nadat Lynott in 1981 een succesvolle soloplaat had uitgebracht was het tijd om Thin Lizzy weer op de kaart te zetten. Het aanvankelijke succes in Amerika was tanende en eigenlijk had niemand een idee waar het met de band naartoe moest. Sterker nog, niemand wist eigenlijk of er gewerkt werd aan een nieuw album van Thin Lizzy of een volgende soloplaat van Lynott.

Om de moraal weer wat op te krikken en aandacht op de band te vestigen werden er wat shows geboekt.  Op de agenda stonden onder meer de kolossale National Bowl in Milton Keynes in Engeland en een pracht van een thuiswedstrijd in het Ierse Slane Castle, waar Thin Lizzy het eerste festival ooit op die inmiddels legendarische plek zou headlinen. Helaas werd het concert in Milton Keynes een ramp. Het stadion met een capaciteit van 65.000 toeschouwers verwelkomde nog geen 10.000 fans, die vervolgens in de stromende regen een waardeloos concert aanschouwden dat voornamelijk te wijten was aan Lynotts beschonken toestand.

Thin Lizzy Slane CastleEen wankele balans

Het concert in Slane Castle werd gelukkig een groter succes. In een poging om voorprogramma en steeds populairder wordende stadsgenoten U2 af te troeven werd er een helikopter gehuurd waarmee Thin Lizzy een onvergetelijke entree zou maken. Terwijl het voorprogramma nog speelde kwam Thin Lizzy met de helikopter aangevlogen, zo laag dat het publiek met gemak de breed grijnzende Lynott kon zien, twee vuisten in de lucht en klaar om het kasteel te veroveren. Met een publiek dat voor aanvang al gek van opwinding was, kostte het Thin Lizzy geen enkele moeite het amfitheater plat te spelen.

Dat gebrek aan balans, dat intensief heen en weer sloeg tussen ellende en groot succes, was tekenend voor Thin Lizzy in die periode. Muzikaal was de eenheid in de band zoek en ook Lynotts problemen met drank en drugs hielpen niet echt. Een van de positievere momenten in deze periode was de samenwerking met gitarist Snowy White. Die had zich als nieuwkomer op het album Chinatown (1980) al bewezen als een aanwinst en kreeg op Renegade een nog grotere rol als songwriter toebedeeld.

Het eeuwig dwalende jochie

De inspiratie voor het titelnummer en daarmee ook de titel voor de plaat kreeg Lynott toen hij uit pure frustratie de studio maar weer eens verruilde voor de kroeg. Hij zag op straat een jochie fietsen met een spijkerjack waarop het Thin Lizzy-logo geborduurd was met daaronder het woord renegade geschreven. Het zou het zoveelste nummer worden uit Thin Lizzy’s oeuvre waarin Lynott zingt over een jongen die zijn eigen weg gaat en niet in de gewone wereld past, maar dit keer verwoordde hij het misschien nog wel het mooist van allemaal.

But he is a king, when he’s on his own,
He’s got a bike, and that’s his throne.
And when he rides, he’s like the wind,
To you and me, he’s a renegade.

Maar eigenlijk is het veel meer dan de tekst waardoor ik dit nummer alsnog heb leren waarderen. In het licht dat het boek van Byrne op de opnames van Renegade werpt, hoor je ineens de vermoeidheid in Lynotts stem. Alsof hij eigenlijk niet meer kan, maar toch nog zo graag wil. En die strijdlust is gelukkig ook nog steeds te horen. Luister maar eens naar het vierde refrein, dat op 1:47 begint. Kracht, passie, wanhoop, allemaal is het weer even in één zanglijn te horen. Alsof de problemen ver weg zijn en het veroveren van de wereld met zijn bandje weer net als vroeger zijn enige drijfveer is.

Tags: , , , , ,

-->