nummer van 11/05/2013 door

‘Power of Soul’ van Idris Muhammad

… maar zo goed als de drummer

Idris Muhammad – Power of Soul

Mijn liefde voor jazz is relatief jong en nog volop in ontwikkeling. Ik zit wel op het punt dat ik min of meer weet wat ik goed vind en wat niet. Wat ik zo leuk vind aan het ontwikkelen van een jazzsmaak, is dat het me herinnert aan hoe ik vroeger, in het pre-internettijdperk, muziek ontdekte. Ik luisterde toen veel meer dan nu naar punkrock en leerde dat wereldje kennen door de cd-boekjes door te spitten, op zoek naar vermeldingen van andere bands. Het leek me niet meer dan logisch dat ik die bands op hun beurt ook weer goed zou vinden. Het bleek een meer dan degelijke ontdekkingsstrategie.

Nu we in een tijdperk leven waarin we alles altijd op kunnen zoeken is bovenstaande werkwijze ouderwets, achterhaald zelfs. Toch geniet ik nog van de charme ervan. En jazz geeft me de mogelijkheid weer op goed geluk op zoek te gaan en te hopen dat wel berekende gokken goed uitvallen. Het mooie is dat jazz een scene is die (grotendeels) niet uit bands, maar uit solisten bestaat, waardoor je steeds wijzigende opstellingen krijgt, of min of meer dezelfde samenstelling, maar onder leiding/naam van een andere bandleider. Het eerste wat je doet wanneer je een leuke plaat hoort, is kijken welke andere muzikanten er op meespelen. Dat zijn de namen die je vervolgens opzoekt wanneer je de jazzbakken doorspit.

Altijd handig dat je zo ziet wie er meespeelt.

Altijd handig dat je zo ziet wie er meespeelt.

En je leert het snel hoor. Op trompet hoor ik graag Donald Byrd, Freddie Hubbard of Lee Morgan. Op orgel? Doe mij maar Charles Earland, Herbie Hancock, Jimmy McGriff of Johnny ‘Hammond’ Smith. George Benson of Melvin Sparks op gitaar. Mongo Santamaria als percussionist. Ik kan nog wel even doorgaan. Maar het allerbelangrijkste, waar ik eerst op let, is wie er achter de drumkit zit. Van rockbands wordt vaak gezegd dat de band maar zo goed is als de drummer. Ik heb een jazzversie van deze stelling: als ik de drummer goed vind, vind ik de plaat waarschijnlijk ook goed.

Er kan er maar één de beste zijn

Nu heb ik er een paar, favoriete jazzdrummers, maar dat rijtje hou ik nog even voor mezelf. Misschien voor toekomstige Nummers van de dag. Ik begin gewoon met mijn favoriet. Mijn held der helden. Ik heb het hier al eens eerder gezegd, en jazzliefhebbers zullen het al wel hebben zien aankomen; ik hou vooral van jazz die tegen de soul en funk aanleunt. Dan kom je onmiddellijk bij één man terecht. Idris Muhammad, de man die eigenhandig jazz funky maakte. Bewijsstuk A: een quote uit een verzamelaar met als ondertitel ‘Flat Out Funk From The Jazz Brotherhood’:

“Idris Muhammad is very much the star of this record, appearing on 10 of the tracks here [van de 18 – red.], three of which are from the two albums he recorded as a leader for Prestige in 1970 and ’71. […] His ability to mix both jazz and R&B meant he was a crucial lynch-pin of first Lou Donaldson’s Bogaloo set-up and then of almost any funky jazz session going down at either Prestige or Blue Note.”

Die eerste lp op Prestige Records heeft een titel die boekdelen spreekt, Black Rhythm Revolution, en werd gekenmerkt, niet alleen door het typische spel van Muhammad (die enkele jaren voorheen nog door het leven ging als Leo Morris), maar ook door het uitgesproken politieke karakter van de plaat, iets waar wel meer jazzmuzikanten in die periode zich over uitspraken. En hoe funky was die plaat dan? Idris coverde ‘Super Bad’ van James Brown en ‘Express Yourself’ van Charles Wright and The Watts 103rd Street Rhythm Band op het album. Maar Idris Muhammad had geen funkcovers nodig om funky te drummen. Luister maar naar ‘Power of Soul’ van het gelijknamige album. Die funk komt niet van een ander hoor. Kleine Leo Morris kwam uit New Orleans en kreeg het ritme met de paplepel ingegoten. Zijn debuut maakte hij op ‘Blueberry Hill’ van de grote Fats Domino. En zo bleef het gaan. Iedereen wilde Idris achter de kit. En dat vond hij zelf best gek: “I tell you, man, I had no idea I was starting a trend, that I was playin’ a style of drums that the guys who play the drums today learned how to play from. Style? No, I just play, man. I don’t really have a style. Just being able to play music is a style, you know?”[1]

  1. [1]Lees meer over de bescheiden drumheld in dit interview uit 2004.

Tags: , , , , , ,

-->