nummer van 12/05/2013 door Jan van Mersbergen

‘Euverkant van de nach’ van vijf Venlose zangers (Frans Pollux)

Een persoonlijk verhaal delen

Onze gastblogger van vandaag schreef zes romans, publiceerde verhalen in divere tijdschriften en schrijft columns en artikelen voor kranten en weekbladen. Hij werd vertaald in het Duits, Frans en Engels. Wie? Schrijver Jan van Mersbergen (1971). In zijn hart is een speciaal plekje gereserveerd voor een wel heel bijzonder genre binnen de Nederlandse muziekcultuur: Venlose carnavalsliedjes. 

Eind 2011 zat ik op zolder in mijn werkkamertje en kreeg ik een bericht via twitter. De Venlose schrijver en muzikant en liedjesschrijver Frans Pollux zei: “Een muzikale verrassing in je mailbox.”[1]

Een minuutje later kreeg ik een mailtje met een mp3. Ik opende het en luisterde en vanaf de eerste tonen moest ik huilen. Frans schreef in de mail dat het lied geïnspireerd was op mijn Vastelaovesroman Naar de overkant van de nacht. Ik zat op mijn stoel naar de trillende groene lijn van de Media Player te staren, helemaal in trance en de tranen hielden niet meer op want ik begreep dat mijn persoonlijke verhaal dat ik in de roman verwerkt had, nu pas echt een plek ging krijgen in de Venlose Vastelaovend.

Jan van MersbergenMijn roman was net verschenen. Naar de overkant van de nacht speelt tijdens het Venlose Caranaval dat ik ieder jaar met mijn Amsterdamse vrienden vier. Toen ik daar voor het eerst kwam, een jaar of acht geleden, hoorde ik de Venlose liedjes, zag ik de manier waarop de mensen de liedjes vanuit hun hart meezongen en luisterde ik naar de prachtige teksten en ik dacht: dat wil ik ook.

Ik ging een paar keer naar de leedjesavond, ergens in oktober, waar elf nieuwe liedjes gebracht worden zoals een songfestival. Ieder jaar komen er nieuwe liedjes bij en alle liedjes proberen de kern van het feest te raken, het ongeduld als het feest nadert, de roes tijdens het feest, het drinken en sjansen en dansen, de saamhorigheid en ook het verdriet dat op veel momenten tijdens de Venlose Vastelaovend boven komt drijven en gedeeld kan worden. Dat heeft een goed Carnavalslied in zich: de relativering, het geluk, en soms ook het verdriet. Het zijn levensliederen met een universele strekking die door de mensen omarmd, gezongen en geleefd worden. Dat wil ik ook. Iets maken dat heel dicht bij de mensen staat, dat de mensen raakt.

Ik ben geen liedjesschrijver, geen muzikant, geen dichter. Ik schrijf romans. Op een gegeven moment kreeg ik het idee een roman te schrijven die tijdens de Venlose Vastelaovend speelt en dat deed ik, om op mijn manier een bijdrage aan het feest te leveren. Het werd een heel persoonlijk verhaal over afscheid. Na het verschijnen van de roman ben ik gescheiden en eigenlijk zit dat verhaal al in het boek verstopt. Het is geen vrolijk verhaal, de setting is dat wel, die leeft en bruist.

En nu luisterde ik dus naar een lied waaruit mijn persoonlijke verhaal sprak, maar waarin ook dat verhaal opgenomen wordt in de gemeenschap, want er wordt gezongen: kom mee en warm je aan het feest, leef en lach. Een lied waarin het voorjaar aangekondigd wordt. Een lied waar hoop uit spreekt.

Tijdens Vastelaovend 2012 werd het nummer overal gedraaid. Als ik met mijn Amsterdamse vrienden een kroeg binnenkwam – compleet ondergedompeld in de roes, ik vers gescheiden en compleet naar de klote, logerend bij een vriend, al die bagage hing aan mijn vastelaovespekske – dan werd ons nummer opgezet en jankten we samen en zongen we dat we deze nacht door zouden gaan, arm in arm, dat we zouden wachten tot de maan (en de sterren!) weer weg zou gaan, dat we de overkant zouden halen, dat we samen deze nacht door zouden komen.

  1. [1]‘Euverkant van de nach’ – tekst en muziek: Frans Pollux, zang: Marco Schell, Bart Houtermans, Jacques-Paul Joosten, Lex Uiting en Frans Pollux, band: Sjoerd Rutten (drums), Alexander Op Het Veld (bas), Marc Hesselmans (gitaar), Louis van Gool (strings), Werner van Gool (piano).

Tags: , , , ,

-->