nummer van 05/05/2013 door Miriam Rasch

‘Free’s’ van Bill Callahan

De geboorte van de vrijheid

Onze gastblogger van vandaag schreef al eens een stuk over The White Stripes op dit blog, en is dus geen onbekende voor de trouwe lezer. Miriam Rasch schrijft en geeft les over nieuwe media, literatuur en filosofie. Met die kennis op zak kan je op zo’n dag natuurlijk maar één thema behandelen: vrijheid. 

Bill Callahan – Free's

I’m standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means to be free?
Or is this what it means to belong to the free?

Bevrijdingsdag. De dag waarop het einde van de oorlog en de bezetting wordt gevierd, natuurlijk. Als ‘Dag van de Vrijheid’ lijkt 5 mei de laatste jaren ook steeds meer losgezongen van die historische gebeurtenis (want wie heeft daar nog boodschap aan, zou je haast denken), en draait het gewoonweg om ‘het vieren van de vrijheid’. Onder vrijheid moet je dan verstaan: democratie, mensenrechten, etc. Bovendien is 5 mei ‘óók de dag waarop we ons bezinnen op onvrijheid elders in de wereld’ aldus de website van het 4 en 5 mei-comité.

Zo beschouwd lijkt vrijheid een eindpunt, namelijk van de oorlog of van onderdrukking. Maar is het niet eigenlijk vooral een beginpunt? Niet voor niets is vrijheid een van de favoriete thema’s in de filosofie: het is geen antwoord, maar juist de opening van een oneindige hoeveelheid mogelijkheden – en dus vragen. A field of questions. De bekendste filosofische analyse van dat vreemde begrip vrijheid laat het verschil zien tussen vrijheid van en vrijheid tot: het ene is de vrijheid van onderdrukking zoals in de Tweede Wereldoorlog, wat filosofen dan ‘negatieve vrijheid’ noemen, want er ontbreekt iets (de boeien die je lichamelijk belemmeren te doen wat je wilt). Het andere is de vrijheid om je te ontplooien, de ‘positieve vrijheid’ die wijst op iets wat wordt toegevoegd.

Wat klinkt dat allemaal feestelijk en lovenswaardig. Tegelijk lees je in blogs en tijdschriften voortdurend over de andere kant van zoveel vrijheid: keuzestress, burn-out, de druk om iets van je leven te maken en de verantwoordelijkheid voor je eigen falen als dat niet lukt. De existentialisten wisten het al: de vrijheid is een last die je niet van je af kunt werpen al zou je dat nog zo graag willen. Het toeval wil dat 5 mei ook de geboortedag is van de ‘vader van het existentialisme’, de Deense filosoof Søren Kierkegaard. Beter nog: vandaag is het tweehonderd jaar geleden dat hij, in 1813 dus, in Kopenhagen ter wereld kwam. Ook een beetje een nationale feestdag voor Denemarken dus. Het idee van de vrijheid als het allerhoogste goed, dat tegelijk een last is, die erfenis hebben we te danken aan de welgestelde, weinig reislustige, melancholische godsdienstfanaticus.

Als Kierkegaard de vader van het existentialisme is, dan is Sartre de eerstgeborene. De mens is absoluut vrij, stelde hij midden twintigste eeuw, ook al beperken toevallige omstandigheden (armoede, lelijkheid) zijn mogelijkheden hier en daar. Zelf liet hij zich niet beperken door de omstandigheid van oorlog: zijn baksteen van een meesterwerk Het zijn en het niet schreef hij gewoon begin jaren veertig in de cafés van bezet Parijs. Ach, zelfs in de Tweede Wereldoorlog had je nog de keus om met opgeheven hoofd de dood in de gaan of niet, vond hij. Alles is immers een keus, ook niet kiezen. Absolute vrijheid gaat daarom gepaard aan absolute verantwoordelijkheid. Dat klinkt al iets minder feestelijk, hm? Kom maar door met die existentiële crisis!

To be free in bad times and good
To belong to being derided for things I don’t believe
And lauded for things I did not do

Steeds maar moeten kiezen in alle vrijheid, dat is het moeilijke gegeven waar de mens mee moet zien te dealen, laat ook Kierkegaard zien. Nooit je vrijheid ontkennen, maar die juist uitoefenen: hij beleed het niet alleen in zijn boeken, maar ook in de praktijk. Gek genoeg leidt dat bij hem tot een haast radicale religiositeit (in de filosofie is alles mogelijk). Meer tot de verbeelding sprekend is zijn liefdesleven. Op jonge leeftijd verlooft hij zich na een korte periode van geflirt op de wandelpaden van Kopenhagen met de mooie Regine Olsen. Niets staat het geluk in de weg. Behalve Kierkegaard zelf dan. Hij verbreekt de verloving – zeer ongebruikelijk in die tijd – onder het mom dat hij haar toch maar ongelukkig zou maken. Je kunt het ook zien als een manier om zijn vrijheid te behouden, de vrijheid om te studeren, te schrijven, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met de neus in de (eigen) boeken te zitten. En het familievermogen te spenderen aan het uitgeven van titels in eigen beheer in plaats van aan een gezin. Negatieve vrijheid (je niet laten beknotten door een huwelijk) en positieve vrijheid (met als doel jezelf te ontplooien) komen samen.

Ach, was het maar zo feestelijk. Terwijl Regine hertrouwde, bleef Søren de rest van zijn leven trouw aan de herinnering aan haar. Om zijn vrijheid te waarborgen lijkt hij zich meer dan wie ook te hebben vastgelegd, in de boeien van het liefdesverdriet. Is het soms noodzakelijk om links te geloven in bepaalde antwoorden, hoezeer dat ook ficties zijn, om rechts de vragen van de vrijheid open te houden?

If this is what it means to be free
Then I’m free
and I belong to the free
And the free
They belong to me

Tags: , , , , , , ,

-->