nummer van 20/04/2013 door

‘I Come From The Mountain’ van Thee Oh Sees

Weer even wat anders dan die zweverige psychedelica

thee oh sees – i come from the mountain

Het houdt elkaar mooi in balans, de verse stroom bandjes uit Amerika die het laatste jaar afwisselend de gloriedagen van de psychedelica dan wel de garage laten herleven. Ben je de meanderende psych-pop van Allah-Las bijvoorbeeld even zat, dan staat er wel weer een lustig rammelende release van Ty Segall voor je klaar. In die laatste categorie verscheen afgelopen week ook Floating Coffin, de nieuwe plaat van Thee Oh Sees. Een welkome afwisseling, want na een week lang de nieuwe Kurt Vile op repeat was ik wel weer toe aan wat onbehouwen energie.

Thee Oh SeesGaragerockers op leeftijd

Aan energie geen gebrek bij Thee Oh Sees, zowel op plaat als wat betreft het arbeidsethos van de groep. Zoals het een goede garageband betaamt kijkt de band niet op van een release meer of minder per jaar, maar toch is de band uit San Francisco net even anders dan de meeste acts die momenteel op hetzelfde vlak succesvol zijn. Die bestaan namelijk vooral uit jonge, brutale snotapen terwijl Thee Oh Sees in de vorm van John Dwyer een frontman heeft met de respectabele leeftijd van 37 jaar.

Aan zijn definitieve toewijding voor Thee Oh Sees ging dan ook al een hele rits bands vooraf. Thee Oh Sees begon daarbij aanvankelijk als projectje naast zijn andere bands. Hij nam thuis veel materiaal op dat hij nergens kwijt kon, dus begon hij er maar een nieuwe band voor. Terwijl andere bands uit elkaar gingen, begon zijn nevenproject zo steeds meer zijn voornaamste muzikale bezigheid te worden. In een aantal jaren versleet de band zo ongeveer evenveel namen als stijlen, maar met de release van The Master’s Bedroom Is Worth Spending A Night In in 2008 werd het rommelige paadje van de garage ingeslagen, waar de band sindsdien nog altijd rondhangt.

Ongestructureerde samenhang

Van de zes studioalbums die de band daarna voortbracht is Floating Coffin dus de meest recente. Zowel wat betreft de aanpak als het geluid is het een ander album geworden dan zijn voorganger Putrifiers II. Die schreef Dwyer namelijk hoofdzakelijk zelf, waarna hij de rest van de muzikanten uitnodigde om de boel in te komen spelen. Dit keer werd er met de hele band aan de plaat gewerkt, wat gek genoeg resulteerde in een minder chaotisch eindresultaat. De vraag is of dat bij een band als Thee Oh Sees wel wenselijk is. De vlagen van genialiteit die Dwyer altijd al liet horen komen in ieder geval nog steeds tot hun recht, met openingstrack ‘I Come From The Mountain’ als meest sterke voorbeeld daarvan.

Thee Oh Sees - Floating Coffin

Thee Oh Sees – Floating Coffin

Want coherentie hoeft in dit geval geenszins te betekenen dat het er allemaal braver op is geworden. De vijftien seconden aan intro laten wat dat betreft al horen dat de band niet te houden is en zo snel mogelijk los wil. Dwyer snauwt er vervolgens lekker op los, terwijl de hoge koortjes van zijn bandleden zorgen voor een welkome catchy noot. Een pakkend refreintje is er voor de verandering eens in de vorm van een venijnige gitaarriff. Eigenlijk houdt Dwyer zich nauwelijks bezig met structuren want een brug komt gerust twee keer voorbij en ach, waarom zou je ergens halverwege niet nog even een instrumentale orgelbreak neerzetten? Het zorgt er in ieder geval voor dat je je vier en een halve minuut lang geen seconde verveelt en ongeduldig uitkijkt naar de rest van plaat. Daarvan is lang niet iedere track even sterk als deze opener, maar saai wordt het in ieder geval geen moment.

Tags: , , , , ,

-->