nummer van 09/04/2013 door

‘‘t Hoogelaand’ van Ede Staal

De postume volksheld van Groningen

Ede Staal – t Hogelaand (dvd versie)

Een zaterdagnacht in het Drentse Diever, alweer jaren geleden. Na een avond die gevuld werd met een urenlange pot Risk, sterke verhalen en de bijbehorende flessen bier, komt de Jägermeister op tafel. De gastheer en zijn broer beginnen met ieder glas steeds verder in hun Gronings dialect te vervallen en zoals altijd hoor ik dat met het grootste plezier aan. De broer waarbij we op bezoek zijn is hovenier en vertelt trots over zijn nieuwe tuin, waar hij − nu het weer wat warmer wordt − de mooiste plannen voor heeft. Op een gegeven moment slaat hij het lege borrelglas met een klap op tafel en davert met zijn karakteristieke zware stem: “Mien toentje!” Wat volgt is een lied waarvan ik nauwelijks een woord kan thuis brengen.

Mien waikschilde bonen die komen zo slecht op,
En de sprutters vreten d’aalbeerns op
Mien vrougen stoan dun en mien sloat schut al deur,
As t zo deur gaait din wordt dat n strop

Mor mien toentje, mor mien toentje,
Ja dij mis ik nait geern,
Der is altied diverdoatsie veur mie,
Mien waikschilde bonen die komen zo slecht op,
En de sprutters vreten d’aalbeerns op

Op dat moment vooral reden voor veel gelach en nog meer Jägermeister, maar toch is door de melodie en de onbekende woorden mijn interesse gewekt. Ik word met ongeloof aangekeken als blijkt dat ik Ede Staal niet ken, de muzikale volksheld van Groningen. Zijn naam had ik wel eens gehoord, maar wat voor reden heb je nou eigenlijk als Sallander om naar een Groningse troubadour te gaan luisteren? Best veel, zo blijkt als ik me in de jaren erna steeds verder in het oeuvre van de in 1986 overleden artiest verdiep.

Mien tunetje

Als zanger was Staal overigens een laatbloeier. Dat wil zeggen, wat betreft zijn succes. Geboren in 1941 in het Groningse Warffum gaat hij na zijn studie aan de slag als leraar Engels. Naast het componeren van muziek zingt hij wat in het Engels, maar meer dan een onsuccesvolle single in 1973 levert dat niet op. Hij is al veertig als hij in 1981 wordt opgemerkt door Engbert Gruben, werkzaam bij Radio Noord. Hij ziet wel wat in Staal en probeert hem over te halen om nog eens wat op te nemen in de studio. Daar wil hij na het fiasco van de vorige single aanvankelijk niets van weten, maar uiteindelijk stemt hij in met het opnemen van een tune voor een radioprogramma over moestuinen. Het nummer slaat aan bij het publiek en de verzoeken om optredens stromen binnen.

Ede Staal – Mien toentje

Ook daar is Staal niet direct enthousiast over. Hij wil eigenlijk niets van optreden weten en de spaarzame keren dat hij het doet, sterft hij van de zenuwen. Desondanks zijn de optredens een succes en verschijnt in 1984 het album Mien Toentje met daarop twaalf nummers in het Gronings. Lang om van zijn toenemende bekendheid te genieten heeft hij niet, want in 1986 overlijdt hij aan longkanker. Zijn échte succes moet dan nog komen want na zijn dood neemt zijn cultstatus pas grote vormen aan. Van zijn cd’s zijn inmiddels honderdduizenden exemplaren verkocht.

Postuum blijft het op meerdere vlakken niet stil rond Staal. Nog geen drie maanden na zijn overlijden verschijnt As Vaaier Woorden, het album waar hij tot aan zijn dood nog aan werkte. In 2004 is er dan nog wat opschudding rondom Geef Mie De Nacht, een biografie over Ede Staal geschreven door Henk van Middelaar. De nabestaanden verlenen aanvankelijk alle medewerking, maar dat verandert zodra Van Middelaar ontdekt dat Staals vader in de oorlog bij de NSB zat. Tot dan toe onbekend bij de nabestaanden, maar de schrijver licht dit feit uitvoerig uit in het boek, tot groot ongenoegen van de familie. Die stoppen de medewerking vanaf dat moment en ook bij de presentatie van de biografie is geen van hen aanwezig.

De eenzaamheid en de leegte in

Dit soort verhalen zijn al genoeg om als niet-Groninger door de markante Staal gefascineerd te raken, maar bovenal zijn dat natuurlijk de liedjes. Opgegroeid met de Overijsselse variant van het Nedersaksisch kan ik er met goed luisteren genoeg van verstaan, maar ook de woorden die me onbekend zijn klinken simpelweg schitterend als Staal ze zingt. Muzikaal heeft hij soms een ietwat kitscherige voorkeur wat betreft instrumentkeuze, zoals bijvoorbeeld dat spuuglelijke orgel en dat plastic ritme in ‘Het Het Nog Nooit Zo Donker West’. Het nummer is er echter niet kapot mee te krijgen en dat is vooral te danken aan Staals diepe stem, die tegelijkertijd troostend als ontroerend kan klinken.

Gelukkig zijn er ook nummers als ‘‘t Hoogelaand’ , waarbij hij juist met minimale muzikale begeleiding nog veel beter laat horen waar nou precies de kracht van zijn nummers zit. Allereerst natuurlijk in de tekst, wat benadrukt wordt doordat de eerste twintig eerste seconden puur een voordracht lijken van een gedicht, dat daarna pas door piano ondersteund wordt. Ook al ben je nog nooit in de streek ten noorden van het Reitdiep en het Damsterdiep geweest, je ziet het landschap direct voor je en door melancholische pianotonen wordt je vanzelf meegevoerd naar de streek waar je zelf opgroeide. En zelfs als je er echt geen woord van verstaat, dan nog is het onmogelijk om onberoerd naar deze muziek te luisteren.

Tags: , , ,

-->