nummer van 05/04/2013 door

‘Tiniest Seed’ van Angel Olsen

Het leed trotseren, het leven bevragen

Angel Olsen – Tiniest seed

Een zangeres met een stem zacht als fluweel. Enkele oneffenheden hier en daar, daar wanneer de emotie de overhand neemt, klinkend als een haardvuur dat aangenaam knispert maar wel eens lelijke brandplekken oplevert. Toch: melancholisch en warm van toon. Dat haar stem af en toe overslaat, nee huilt, is een prettige bijkomstigheid die niemand had kunnen verzinnen. Ze zingt als een oude vrouw die terugkijkt op wat het leven haar heeft gebracht.

Angel OlsenAngel Olsen is 26. En niet in de laatste plaats een singer-songwriter uit Chicago, die zich als achtergrondzangeres de laatste paar jaar tot het rondtoerende gezelschap van de iets minder obscure Bonnie ‘Prince’ Billy mocht rekenen. Net als Bonnie maakt ook Angel liedjes waarin innerlijke demonen worden aangepakt; ‘Lonely Universe’ is er zo een, ‘Sweet Dreams’ ook. Angel bevraagt meer dan ze antwoorden heeft. Kan ze zijn wie ze wil zijn, zonder invloed van ouders, vriendje of vrienden? Vindt ze zichzelf, alleen, geïsoleerd van datgene dat haar heeft gevormd, wel leuk? Wanneer, hoe, en waarom nemen mensen elkaar voor lief? Het zijn maar enkele bespiegelingen over het leven die Angel bezighouden.

De veelal positieve reacties op haar tweede album Half Way Home (2012) maakten het de filosofe in haar niet makkelijk. Vooral moeite had ze met de verwachtingen die onbedoeld zijn geschapen. Want, zo zegt ze in een interview met Pitchfork, dat het bijna oneerlijk is. Dat ze het album dat ze zojuist heeft afgeleverd nog steeds in zich draagt, ádemt. Waarom kan men daar niet langer bij stilstaan, is de drang naar het volgende zo groot?

A really crude comparison would be like if someone said to a mother, “We love your child – can you have another child? What about your unborn child? We really need that. We really want to hang out with your unborn child.”

Half Way Home (2012)In het interview wordt ook de samenwerking met Marissa Nadler genoemd; samen zongen ze het dromerige ‘My Dreams Have Withered And Died’ (een cover van Richard en Linda Thompson). Marissa is een vrouw die met haar stem in alles het tegenovergestelde oproept. Luchtigheid, nonchalance. Geen fundament scheppend, maar het veranderlijke, sierlijke probeert te belichamen. Een zangeres die trippelt, zoals mezzo-sopranen dat kunnen. Van hoog naar hoger, van fijnzinnig naar urgent. Ze zwiert over de lage tonen van Angel, ritme maar zelden als autoriteit beschouwend. Er lagen ten tijde van het interview met Pitchfork meer covers op stapel, want de samenwerking met de engelachtige Marissa beviel. Angel: “When we sing, our voices could be sisters, and that’s really cool.” En een paar dagen geleden was daar dan ineens het prachtige ‘Frisco Depot’, een cover uit 1971 van Mickey Newbury. Samen wordt het leed getrotseerd, het leven bevraagd.

‘Tiniest Seed’ is het slotlied van Half Way Home, een van de mooiste nummers van de plaat want tegen het einde aan zelfs soulvol, en is representatief voor wat Angel te bieden heeft: kwetsbaarheid, vertwijfeling, melancholie, eerlijkheid en warmte. Ze weet al sinds haar zesde dat ze niets anders in haar leven wil dan gitaarspelen en zingen. “I know it sounds so lame, but the songs are like my children.”

Tags: , , , , , , , , , , ,

-->