nummer van 28/03/2013 door

‘The Flower Duet’ van Leo Delibes

Exotische onschuld

Joan Sutherland & Huguette Tourangeau – Lakme – Flower Duet (1976)

Pierre LotiPierre Loti (1850-1923), geboren als Julien Viaud, keek als kleine jongen op naar zijn grote broer Gustave, die als marineofficier meer dan eens de eilandengroep Polynesië bezocht. Het kind smulde bij diens terugkeer van de smakelijke avonturen, waarin dikwijls mooie Tahitiaanse vrouwen figureerden. Betoverd als hij was door de verhalen van zijn broer zwoer hij ooit dezelfde tochten te maken in de hoop het leven van zijn dromen te leiden. Op zijn 22e – marineofficier was hij niet meer alleen in zijn dromen – werd hij twee maanden gestationeerd in Papeete, Tahiti. Het was in Tahiti dat zijn transformatie van Julien Viaud naar Pierre Loti plaatsvond. Hij wilde een native zijn en leefde aldus temidden van de plaatselijke bevolking, leerde hun taal en gebruiken, nam de klederdracht over en genoot van ’s lands vrouwen. Zijn interesse en liefde voor het eiland werd door de mensen met wie hij innig samenleefde bekroond met de bijnaam ‘Loti’, naar een rode bloem die er weelderig bloeide.

Le Mariage de LotiLoti bleef zijn militaire taken uitvoeren en hield ondertussen een dagboek bij over de dagelijkse beslommeringen in Papeete. Dat dagboek zou als basis dienen voor zijn roman Le Mariage de Loti, een literaire roman vol autobiografische elementen. De eerste editie van Le Mariage de Loti werd in 1880 gepubliceerd onder de titel Rarahu – latere edities met de nieuwe titel. Waar de meeste personages uit het leven waren gegrepen, was Rarahu, een van de hoofdpersonages, een compositie van verschillende vrouwen waarvan Loti’s hoofd op hol was geslagen. Zijn eigen gestalte voerde hij op in de vorm van de Engelse marineofficier Harry Grant. De roman oogste veel lof en werd bijzonder charmant en exotisch bevonden. Paul Gauguin (1848-1903) scheen zo te zijn overtuigd door de roman dat hij meerdere reisjes naar Tahiti ondernam en aldaar inspiratie opdeed voor zijn inmiddels wereldbekende kunstwerken.

Heel verrassend was het succes niet; het verhaal van Harry Grant en Rarahu reflecteerde zonder meer de superieure houding ten opzichte van de koloniën in die tijd. Le Mariage de Loti werd gepubliceerd tijdens de hoogtijdagen van het Europese imperialisme, waaruit het romantisch exotisme als belangrijkste genre voortvloeide. Natuurlijk zal Loti’s werk tegenwoordig, vanuit post-koloniaal perspectief, als racistisch worden bestempeld. Inzicht in het toentertijd heersende Europese superioriteitsgevoel zal boven het leesplezier uitsteken, aldus zijn biografe Lesley Blanch (1904-2007). Onterecht, voegde ze daar dan wel aan toe.[1]

Lesley Blanch zorgde met haar biografie voor een hernieuwde interesse in het werk van de Franse schrijver. Hierover zegt ze:

He was not just a mawkish and sentimental writer as some think. Remember, people like Henry James and Marcel Proust greatly admired him. He wrote beautifully and had very sensuous rhythms. He could also be ghastly grim — Aziyadé, a burning Turkish love story, opens with an execution.

Lesley Blanch Niet alleen Blanch had veel lof voor Loti. De schrijver, bohemien, marineofficier, reiziger en ‘escapist’ kreeg na zijn dood in 1923 een heuse staatsbegrafenis – hij was de enige Franse schrijver naast Victor Hugo die de eer ontving. Vandaag is het niet nodig hem te herinneren als een racist, of ‘kind van zijn tijd’, maar als een schrijver wiens lyrische proza artistieke schoonheid bezat. Zowel zijn beschrijvingen van de Polynesische eilanden als het tragische einde waarvan Loti zijn alter ego Harry Grant voorziet, bieden een meer universele en menselijke interpretatie van zijn werk.

Net als bij vele andere opera’s, boeken en schilderijen eind negentiende eeuw was het die Westerse kijk op het Oosten (later benoemd tot Oriëntalisme), en Loti’s roman in het bijzonder die de Franse componist Leo Delibes inspireerde tot de Franse opera Lakme (1881). Lakme brengt net als Le Mariage de Loti enkele populaire thema’s van culturele uitingen destijds samen: een exotische locatie en even zo exotische vrouwen, mysterieuze religieuze rituelen, de bloemenpracht die de Orient zo kenmerkte, en over het algemeen een zekere frivoliteit waarmee Westerse kolonialisten het nieuwe land waarin ze leefden ontdekten.

Lakme is gesitueerd in het negentiende eeuwse Brits-Indië, alwaar de brahmaanse priester Nilakantha rebelleert tegen de Britse overheersers, die hem de uitoefening van zijn religie verbieden. Zijn dochter Lakme en haar bediende Millika blijven achter. De twee vrouwen dwalen af naar de rivier om bloemen te plukken en zingen dan het bekende ‘The Flower Duet’. Uit het libretto druipt gewoonweg het romantisch exotisme; de delicate orkestratie en melodieuze rijkdom gecombineerd met de zwierige zang doen je verlangen naar overvloedig beplante tuinen en mysterieuze hofjes waar onder kleurrijke parasols wordt geflirt, geflaneerd en gegiecheld. Maar hoezeer dit duet het exotische van het verhaal wil benadrukken; het gaat vooral om extase. Extase om alles wat vreemd, prachtig en daardoor niet te bevatten is. ‘The Flower Duet’ introduceert in de eerste akte een verre, onbereikbare wereld en zet daarmee de toon voor het verdere verloop van de opera. Een opera die in de volgende aktes het Europese kolonialisme nog dieper blootlegt en tegelijkertijd het duet van Lakme en Millika in alle onschuld achterlaat.

  1. [1]L. Blanch, Pierre Loti: Portrait of an escapist (1983).

Tags: , , , , , , , , , , ,

-->