nummer van 13/02/2013 door

‘Jef’ van Jacques Brel

Over vriendschap

Jacques Brel – Jef (live concert 1964)

Iedereen verdient een vriend als Jacques Brel. Iemand die zich, wanneer je genadeloos hard bent gedumpt door een vrouwelijk of mannelijk sekreet, over je ontfermt alsof je een hulpeloos vogeltje bent. Iemand die zegt: “Ach, kom, zit niet te mokken. We gaan op kroegentocht en zuipen samen de kleppen van de hel.[1] Misschien neem ik mijn gitaar wel mee en dan zingen we, zoals we deden toen we nog jong waren. Samen zwalken we over straat en lallen we en vreten we mosselen en friet en friet en mosselen.” Iemand die je van zijn allerlaatste zakcentjes op sleeptouw neemt, of zijn volgende salaris nou volgende week of volgende maand pas verwacht wordt.

Jacques BrelJa, zo’n vriend als Brel, dat lijkt me wel wat. Ik kan me zo voorstellen dat je, als je een vriend hebt die er zoveel werk van maakt om je op te beuren, dat je dan het liefst altijd maar verdrietig bent. Alleen maar zodat hij weer langskomt. En dat-ie dan iedere dag optimistisch op je deur bonst, fles sterke drank in zijn hand (niet de hand waarmee hij bonsde), en wanneer je dan opendoet je ontwapenend vrolijk aankijkt en mooie beloften maakt over een legendarisch te worden avond in de kroeg. Ik denk dat ik daar meer behoefte aan zou hebben dan aan een Carole King, die je altijd maar expliciet bewust probeert te maken van haar vriendschap (‘You’ve Got A Friend’), of een Howlin’ Wolf, voor wie een vriendschap nooit genoeg is (‘My Friends’).

Jacques BrelNee, Brels vriendschap is onvoorwaardelijk, maar hij loopt er niet mee te koop. Het woord “vriendschap” valt zelfs geen ene keer in ‘Jef’, maar het is wel het woord dat onmiddellijk in je opkomt wanneer je ziet hoe hij zich voor zijn vriend uitslooft. Dat uitsloven deed hij iedere avond weer opnieuw, zonder uitzondering. Jacques Brel was live emotioneel zelfs zo overtuigend dat hij op tournee kon gaan in Rusland, waar niemand een woord Frans verstond, en een hele zaal met volwassen mannen aan het huilen kon krijgen.

De enige persoon die niet zo onder de indruk lijkt van Brels pogingen, is de arme Jef zelf. Waar ik al na het eerste refrein mijn tranen zou drogen en al huppelend het nachtleven met mijn hartsvriend zou betreden (ik houd nu eenmaal erg van mosselen en friet en friet en mosselen), heeft Jef iets meer overtuiging nodig. En dus gunt Jacques hem een tweede couplet. “Kom op Jef, hou nu eens op met huilen. Kom van die stoep af, iedereen die langs loopt kijkt je zo vreemd aan. Kom nou Jef, kom nou. Viens.” De muziek zwelt weer aan en Brel droomt weer weg over de fantastische dingen die ze zouden kunnen beleven die nacht. Samen zingen en urenlang mijmeren. Over Amerika, en wat ze daar zouden uitspoken als ze ooit genoeg geld zouden hebben om de overtocht te maken. Misschien word je wel even rijk als Rockefeller, Jef. Maar kom nou toch eerst eens van die stoep af. Viens.

Jacques BrelDan, op het laatst, lijkt Jef eindelijk overtuigd. Brel glimlacht er hoopvol bij. Hij opent zijn handen en laat het hulpeloze vogeltje een poging doen om te vliegen, om zich te bevrijden van zijn eigen misère. Allez viens. Viens Jef! Oui, oui, oui Jef viens! En het lukt. Samen met Jef begint ook de muziek te zweven. Brel doet een bescheiden stap achteruit, het podiumlicht wordt gedimd. Jef is sterk genoeg om het zelf aan te kunnen.

Iedereen verdient een vriend als Jacques Brel. Iemand die je laat vliegen.

  1. [1]Credits

Tags: , , , , , ,

-->